De Zwemers en Janses van Oostkapelle
Ontwikkelingen op het Walcherse platteland
Een man gaat door de Dorpsstraat van Oostkapelle. Rechtop gaat hij, af en toe een woord. Mensen fluisteren of groeten hem en het jongetje dat voor hem gaat. Iedereen weet het: Eine Zwemer is blind. Een ernstige ziekte heeft zijn hoofd aangetast en hij lijdt hevige pijn. Toch komt hij op straat, geleid door het jongetje met de krullen, de oudste zoon van zijn halfbroer. Aan een leren riempje leidt hij Nom Eine, niet aan de hand: dat geldt aan het eind van de jaren dertig nog als te intiem. Enkele jaren later zal (Eine) Hendrik Zwemer ook het contact met zijn dorpsgenoten verliezen. Dan ligt hij in de voorkamer van zijn huis te luisteren naar de geluiden uit de Dorpsstraat.
Lees verder...De Zwemers en Janses van Oostkapelle (II)
In het eerste deel van deze familiegeschiedenis die zich over ongeveer honderdvijftig jaar uitstrekt, hebben we gezien hoe in het Walcherse dorp Oostkapelle rond 1800 twee vermoedelijke Hugenoten-families neerstreken: de Zwemers en de Janses. Uit het huwelijk van Jacob Zwemer met Neeltje Janse werden onder meer Hendrik (1809) en Adriaan Zwemer (1823) geboren. De laatste emigreerde in 1849 met een groep afgescheidenen naar Amerika, waar hij predikant werd in de oude Reformed Church of America. Ook zijn zoons werden evangelist, predikant en zendeling, één van hen, Samuel (1867), bracht het tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en zendingswetenschappen. Door te emigreren ontsnapte Adriaan Zwemer aan de armoede die in de loop van de negentiende eeuw op het relatief welvarende Walcherse platteland toesloeg.
Lees verder...