WebfeedRSS
Loading

Uittocht uit de standenmaatschappij

Examenonderwerp geschiedenis "Nederland 1880-1914"

Cover boek Karakterschetsen, kleederdragten, houding en voorkomen van verschillende standen (1841)

De negentiende-eeuwse samenleving was een standenmaatschappij. Zij was het ten opzichte van de minder egalitaire achttiende eeuw zelfs in versterkte mate. De aristocratie behoorde tot de eersten die profiteerden van net scheutje democratie dat na 1813 aan de Nederlandse samenleving was toegediend. Het was hun privilege in aanmerking te komen voor hoge ambten met hun lange honoraire titels, veer nieuwe bestuursposten en voor lidmaatschappen van vertegenwoordigende lichamen. Spoedig voegde zich bij hen de hogere burgerij en zo versterkte zich het besef van gelaagdheid van de samenleving. Hoe graag sprak die burgerij niet met trots ever de eigen stand?

Lees verder...

Een partij van vooruitgang, niet van reactie

De Antirevolutionaire Partij (ARP)

Verkiezingsposter Hendrik Colijn - Antirevolutionaire Partij (ARP)

Maandag 13 april 1874 zeven uur 's avonds. In de sociëteit aan de Oosthaven in Gouda zijn tientallen mensen bijeengekomen om te luisteren naar het pas gekozen Kamerlid Abraham Kuyper. Het onderwerp van zijn lezing is 'Het calvinisme, oorsprong en waarborg onzer constitutioneele vrijheden', een lezing die hij eerder al in Utrecht, Leiden en Kampen heeft gehouden.
Ditmaal is de bijeenkomst georganiseerd door de Goudse antirevolutionaire kiesvereniging 'Vreest God eert den Koning', maar tegen betaling van één gulden is de avond voor iedereen toegankelijk. Onder de toehoorders bevinden zich dan ook zowel liberalen als antirevolutionairen. Beiden horen 'met algemeene bewondering' de lezing aan, aldus een aanwezige na afloop.

Lees verder...

Het protestants-christelijke gezin rond 1900

Het Nederlandse gezin rond 1900

De protestantse kerken in Nederland hebben van meet af aan het hoge belang van een welgeordend gezinsleven ingezien. Een goed huwelijk, gebaseerd op liefde en trouw, een doelbewuste en zorgvuldige opvoeding van de kinderen en het bevorderen en bewaken van een deugdzame levenswandel van alle huisgenoten, inclusief eventueel personeel, zijn steeds beschouwd als de fundamenten en hoekstenen van het christelijk samenleven. Niet zelden werd het gezin gezien als een ecclesiola, een miniatuurkerkje, waar godsdienstonderricht en religieuze rituelen de centrale plaats behoorden in te nemen.

Lees verder...