Jomlaiela! Bid God met Marnix
Noemt Marnix in het Wilhelmus zijn naam?
Over het Wilhelmus zijn sinds ruwweg 1830 ongeveer 120 wetenschappelijke studies verschenen, in omvang wisselend tussen bladvullingen (minder dan een pagina), tot zeer omvangrijke werken. Een van de weinige onomstreden zaken in deze studies, is dat het gedicht geschreven moet zijn tussen januari 1569 (toen Oranjes leger na de mislukking van zijn veldtocht van 1568 bij Straatsburg zijn leger moest ontbinden), en april 1572 (de inname van Den Briel). Die enorme hoeveelheid literatuur heeft echter niet geleid tot eenduidige conclusies over de problematiek die het lied ons stelt en al helemaal niet tot uitsluitsel over het auteurschap.
Lees verder...Kerk, vaderland en dynastie
Boven aan dit papier heb ik als titel geplaatst: kerk, vaderland en dynastie. Dat heb ik gedaan om twee redenen. De eerste is deze. De vraagstelling van deze conferentie lijkt mij zinvol, en ze kan ook niet goed anders onder woorden gebracht worden dan in de titel van het programma is gebeurd. In de verbinding van God met Nederland en Oranje Iigt het probleem dat we willen bespreken. Zo moet dat benoemd worden, en dat doet geen afbreuk aan de eerbied die wij Gods naam verschuldigd zijn. Wat ik echter wil voorkomen is dat we al sprekende die naam steeds weer gaan gebruiken als deel van een formule, die we even gemakkelijk in de mond nemen als X + Y + Z. Daarom heb ik gekozen voor kerk, vaderland en dynastie.
De Corte Belijdinghe van Marnix van St. Aldegonde
In de 'vrije tijd', tussen 23 augustus 1566, toen landvoogdes Margaretha van Parma onder druk van de smeekschriften der edelen en de beeldenstorm de plakkaten op het stuk van de godsdienst voorlopig buiten werking stelde, en 22 april 1567, toen prins Willem Antwerpen verliet, maakte mr. Harman Schinckel van de gelegenheid gebruik in Delft ketterse geschriften te drukken en te verkopen. Alva kwam in augustus 1567 te Brussel aan en daarop vroeg Margaretha ontslag. Het gevolg was dat drukker Schinckel, die met zijn bedrijf, vrouw en drie kinderen in Delft was gebleven, op 8 april 1568 in hechtenis werd genomen.
Lees verder...Tweede ronde in het Wilhelmus-debat
Op het symposium van 26 oktober jl. had ik niet de gelegenheid op de tegen mijn visie ingebrachte bezwaren te reageren. De bijdrage van Den Besten van toen is nu in Transparant (8.2) tot bijna het dubbele uitgedijd, terwijl zij tevens verscheen in het blad Literatuur. Voeg daar nog aan toe de uitgebreide recensie van mijn dissertatie door Duijzer in hetzelfde nummer van Transparant, en ziedaar, redenen genoeg voor een repliek. Ik beperk me tot de bijdragen van Van der Klooster en Den Besten, omdat die direct mijn opvattingen bestrijden; op de theorie van Hofman hoop ik elders kritisch in te gaan. Omdat Den Besten niet op het door mij op het symposium naar voren gebrachte reageert, maar op mijn boek, ontkom ik er niet aan dat af en toe ter sprake te brengen.
