Betekenis van Menno Simons overstijgt voor de doopsgezinden historie niet
De Friese doopsgezinde voorman Menno Simons (1496-1561) staat dit jaar in een ongekende belangstelling. Zijn vijfhonderdste geboortedag wordt door tal van activiteiten herdacht in Nederland, bijna een geheel jaar lang. Voor historici een prachtige aanleiding om de vraag te stellen wat zijn historische betekenis is geweest. Dat hij een voorman is van de Nederlandse tak van de doopsgezinden is, wordt algemeen erkend. Maar wordt zijn bredere betekenis niet overschat?
Lees verder...Meester van de indirecte belichting
De geschiedschrijver A.Th. van Deursen
Bavianen en Slijkgeuzen, met als ondertitel Kerk en Kerkvolk ten tijde van Maurits en Oldenbarnevelt (1974), Het kopergeld van de Gouden Eeuw in vier deeltjes (1978-1980), later gebundeld onder de titel Mensen van klein vermogen (1994) en tenslotte Een dorp in de polder, Graft in de zeventiende eeuw (1994), het zijn de grote werken van A.Th. van Deursen, en ze gaan alle in de eerste plaats over de kleine man. Volkscultuur, het reilen en zeilen van de gewone mens in vroegerjaren, met name in de zeventiende eeuw, heeft zijn grootste aandacht. Met een zeker mededogen zoekt hij de ontmoeting juist met die mensen uit het verleden die de geschiedenis betaald heeft "met het loon dat te beurt valt aan alle brave en fatsoenlijke mensen: ze zijn volkomen in de vergetelheid weggezakt." Wat drijft hem daartoe?
Lees verder...De korenaren van G. Puchinger
Ofwel: de onstuitbare drang van een gereformeerde kroniekschrijver
Op vrijdag 3 april 1996 vierde het gereformeerde volksdeel aan de Vrije Universiteit "het oogstfeest" van dr. G. Puchinger. Een grote schare was in Amsterdam bijeengekomen om het dubbele jubileum van deze biografische onmivoor te vieren. Op 1 april (!) was George Puchinger 75 jaar geworden, en op dezelfde dag bestond 'zijn' Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme 25 jaar.
Lees verder...Tijdfilosofie en geschiedbeschouwing
Op 14 september 1996 staat in mijn agenda: 'Israëlisch Nieuwjaar (5757)'. Dat doet denken aan oude berekeningen van dag en uur van de schepping. Maar volgens het standaardmodel van de natuurkunde bestaat het heelal sinds de oerknal al 10 tot 20 miljard jaar. En volgens het standaardmodel van de biologie is de mens reeds een paar miljoen jaar geleden uit chimpanseeachtigen geëvolueerd. De informatie in onze agenda en de rubriek wetenschappen van enkele dagbladen plaatst ons voor vragen inzake de lange aanloop tot de geschiedenis.
