Voorzittershamer VCH naar Arjan Nobel

Arjan Nobel

Arjan Nobel

Op 7 juni 2013, op de ledenvergadering, heeft dr. Beatrice de Graaf de voorzittershamer van de Vereniging van Christen-Historici (VCH) overgedragen aan dr. Arjan Nobel. Hieronder kunt u De Graafs afscheidsrede lezen. Binnenkort is ook de toespraak van Nobel op deze website terugvinden.

Afscheidsrede Beatrice de Graaf

Vandaag breekt voor mij een bijzonder moment aan. Ik kan me niet anders heugen dan dat de VCH en Transparant een kleine, maar fijne rol in mijn leven speelde. Al als scholier zag ik wel dat mijn vader in het toen nog gestencilde blaadje las en daar druk aantekeningen in maakte. Toen ik ging studeren, bladerde ik er zelf ook wel eens doorheen. Halverwege mijn studietijd werd ik door de eerste voorzitter en medeoprichter Roel Kuiper actief bij de vereniging betrokken. Onder leiding van de illustere hoofdredacteur Hans Krabbendam, en de niet mindere spraakmakende Ton van der Schans werd ik lid van de redactie van ons verenigingsblad. Mooie tijden braken aan. In de Driestar, later bij Ton van der Schans thuis of op het gemeentehuis van Bodegraven vergaderden we en hielden we de stand van het historisch onderzoek en leeswerk in Nederland bij.

In 2004 mocht ik vervolgens zelf George Harinck als voorzitter opvolgen. De VCH was een bijzondere vereniging. Als historicus, inmiddels gepromoveerd en werkzaam aan de Universiteit Utrecht, was het niet vanzelfsprekend om actief lid te zijn van een vereniging die deel uit maakte van de gereformeerde zuil, of beter gezegd, van de gereformeerde gezindte in de bredere zin van het woord. Waar de ideologische kleuren wat verwassen begonnen te raken, het rood van Utrecht wat flets-roze begon te worden, het zwart-conservatisme van Leiden ook al lang niet meer was wat het ooit geweest was, stond de gereformeerde driekleur binnen onze vereniging nog fier overeind.

Christelijke identiteit

De VCH heeft steeds gekozen voor een duidelijke christelijke identiteit. Op basis van die identiteit wil ze mensen samenbrengen en ook samen werken. Dat heb ik zelf ook mogen ervaren. Ik wil mijn afscheidslezing graag aangrijpen om nog een keer de drie functies van de VCH te memoreren, zoals we ze in 2004, vlak voor mijn aantreden als voorzitter met de vereniging zelf ooit hebben geformuleerd. Die functies heeft de vereniging ook voor mij en mijn werkzaamheden als historicus gehad.

1. De VCH is een platform van en voor geestverwante christelijke historici (studenten, docenten, wetenschappers). Hier is een omgeving te vinden waar deze historici elkaar kunnen ontmoeten, toerusten, voorthelpen, bemoedigen. De VCH is een grote vereniging met een grote diversiteit aan leden. Er zijn docenten in het voortgezet onderwijs, er zijn studenten met een theoretische belangstelling, er zijn wetenschappelijk actieve historici, er zijn historici die in de geschiedenis van de kerk zijn geïnteresseerd, er zijn christenen die actief zijn in politiek en samenleving en goed geïnformeerd willen worden door geestverwante historici, er zijn filosofen en theologen die de grensvragen opzoeken met betrekking tot de geschiedenis. Door docenten, met vooral een vermelding naar Ton van der Schans, werden we als bestuur en redactie bij de les gehouden: voor wie doen we het? Vergeten we bij al het onderzoek niet ook de opdracht aan studenten en scholieren, hoe geven we de verhalen en de boodschap achter die verhalen door? Door geïnteresseerde leken, maar ook oud-politici zoals Van Middelkoop en Van der Vlies, werden we aangesproken op onze functie als een reservoir of baken aan kennis en kunde op het gebied van de gereformeerde geschiedschrijving. De bijeenkomst over christelijke politiek, in Utrecht, zal ik niet snel vergeten. Dat was een onvergetelijke bijeenkomst en een prachtig voorbeeld van de platformfunctie van de VCH.

2. De VCH is ook een plek waar de bezinning op de relatie tussen christelijk geloof en geschiedbeoefening wordt gedragen en verder gebracht. Hier is een omgeving te vinden waar een christelijke omgang met het verleden in elk geval wordt besproken en aangemoedigd. Dit kan betekenen dat de relatie tussen geloof en geschiedwetenschap opzettelijk wordt gethematiseerd, dit kan ook betekenen dat nagedacht wordt over een christelijke interpretatie van het verleden. Ewald Mackay hield en houdt ons daarin scherp. Het is de vraag naar het streepje tussen christen en historicus. Wij schrijven christenhistorici aan elkaar. Sommige leden zullen zich als christen en als historicus beschouwen, net zoals je ook niet snel een christen-wiskundige aan elkaar koppelt met zo’n streepje. Anderen, zoals Ewald, hebben een wezenlijke bijdrage aan dit punt van de bezinning geleverd door een voorstel te doen voor een christelijke geschiedfilosofie. Elke discipline heeft zijn eigen filosofie nodig, voor de VCH zijn de vele Nederlandse, maar ook Angelsaksische pogingen om zin achter en oorzakelijkheid van de geschiedenis in een christelijk licht te stellen belangrijk. Ze dagen ons uit, ook al blijft het buitengewoon ingewikkeld, zo niet onmogelijk, om de brug tussen die filosofie en de praktijk van geschiedschrijving te slaan. Om te bekijken hoe geschiedenis zin kan hebben, betekenis kan hebben voor anderen. Volgens van Deursen moeten christenhistorici stelling nemen tegen ‘quasi-geschiedwetenschap’, tegen geschiedenis die wordt gemaakt om bepaalde politieke, ideologische prioriteiten te onderbouwen. Ze moeten daarna ‘terloops proberen uit te leggen wat christenen voor mensen zijn, en wat voor samenlevingen zij vorm gegeven hebben’. Hun eigen verhaal vertellen dus. Dat verhaal is veelkleurig en verschillend, en krijgt pas vorm in de discussie, daar is de VCH en daar is Transparant dan ook voor bedoeld.

Bewust van je eigen levensbeschouwelijke plaatsbepaling

3. De VCH is óók een vereniging die er in slaagt de geschiedenis als cultuurvormende macht een actuele betekenis te geven. Met andere woorden: christelijke historici hebben iets te melden in debatten die onder christenen worden gevoerd over de keuzes van vandaag. Zij reflecteren immers op het verleden op basis van een overtuiging die zij met anderen (niet-historici) delen. Christenhistorici mogen mythes in eigen kring doorprikken, ook al gelden ze dan in de woorden van ons voormalig erelid Van Deursen als veel te postmodern. Maar christenhistorici moeten ook in het algemene maatschappelijke en historische debat hun tegengeluid laten horen. Wat maakte de zendingsgeschiedenis nu zo bijzonder, dat was toch niet alleen de economische drijfveer achter die zendingspraktijken? Hoe belangrijk is de rol van kerken en religie geweest in de vredesbeweging van de jaren tachtig, of de opkomst van het christelijke neoconservatisme sinds de jaren zeventig en evangelicalisme in de naoorlogse geschiedenis? De historicus Huizinga zei ooit dat geschiedenis de geestelijke vorm is waarin een tijd zich rekenschap van het verleden geeft. De VCH levert daar de ruimte voor, om over die geestelijke vorm te debatteren en te reflecteren. Om de gedenkstenen in de Jordaan met elkaar te memoreren. Die cultuurvormende macht is de VCH ook wel een beetje voor mijzelf geweest. In de ontwikkeling in mijn eigen onderzoek merk ik de neiging om vaker en meer stil te staan bij de bronnen van menselijk handelen: wat drijft een mens om terrorist te worden, om oorlog te voeren, maar ook: wat drijft de mens om zich op te offeren, om te interveniëren voor humanitaire doeleinden? In mijn leeropdracht conflict en veiligheid in historisch perspectief merk ik dat je zonder een duidelijk bewustzijn van je eigen levensbeschouwelijke plaatsbepaling niet begrijpt hoe anderen, politici, partijen, regeringen, groepen burgers expliciet of soms ook impliciet gedreven worden, wat de geest van de tijd is die meer marktwerking, meer veiligheid en meer libertair individualisme, maar minder transcendentie, minder gelatenheid en minder respect voor de kwetsbaarheid en eindigheid van de mens dicteert.

Mooie gedenkstenen

Ook al breekt voor mij het moment aan om afscheid te nemen als voorzitter, die geestelijke ruimte zal ik nog niet meteen kunnen verlaten. Ik ben ook heel benieuwd hoe de VCH zich verder zal ontwikkelen. We hebben de afgelopen jaren veelvuldig over de identiteit en opdracht van de VCH gediscussieerd. Er zijn een aantal mooie gedenkstenen neergelegd. Conferenties, over Hongarije bijvoorbeeld, speciale themanummers, onderwijsnummers, en vooral de operatie waar we nog midden in zitten: de overstap van het Boekencentrum naar de Erdee Mediagroep. Steeds wanneer we met de handen in het haar zaten, over teruglopende aantallen abonnees, financiële perikelen of redactionele stress, kwam er weer ruimte. Er zijn zoveel nieuwe, enthousiaste jonge medewerkers bijgekomen, we hebben zo’n 60 nieuwe abonnees, er zijn weer mogelijkheden voor vernieuwing gekomen, waar we alleen maar dankbaar voor kunnen zijn. Er rust dan toch een zegen op het schamele werk.

We zijn inmiddels op een punt beland waarop de Vereniging opnieuw voor een grote uitdaging staat om zichzelf en haar ledenbestand te vernieuwen. U heeft gezien dat ons tijdschrift, Transparant, sinds een jaar in een nieuw jasje is gestoken. We hopen op die manier ons tijdschrift voor u, en voor nieuwe leden aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Bij al die vernieuwing, hebben we tegelijkertijd met elkaar ook uitgesproken dat we onze identiteit als blad vanuit en voor de gereformeerde gezindte, staande in de traditie van de reformatie, sterker willen benadrukken. Bij alle openheid naar de ontwikkelingen in de geschiedwetenschap en cultuur en maatschappij is het goed om zo’n duidelijk tehuis als de VCH te hebben.

Ik sluit mijn eigen afscheidsrede af. We zijn erg dankbaar dat we u een nieuwe kandidaat voor het voorzitterschap kunnen voorstellen: dr. Arjan Nobel. Arjan is geen onbekende voor de VCH, hij is al lid van de redactie van Transparant en schreef ook diverse artikelen voor ons tijdschrift. Hij schreef een prachtig portret over Van Deursen in één van de vorige nummers en heeft al veelvuldig aangetoond aan dat hij mooie verhalen, ambachtelijke precisie en de zoektocht naar zingeving heel elegant met elkaar kan verbinden. Hij zal zich zo dadelijk nader aan u voorstellen en ook omschrijven hoe hij de toekomst van de VCH voor zich ziet. Arjan promoveerde op de ontwikkeling van het vroegmoderne plattelandsbestuur en weet alles van achterkamertjespolitiek, pragmatisme en lokaal lobbyisme. Dat zijn bij uitstek zaken die hem bij zijn bestuurlijke taken binnen onze vereniging van pas zullen komen. We hopen dat u hem welkom wil heten en net zo verheugd zult zijn over zijn kandidatuur als wij. Ik wil u dan ook bij mijn aftreden verzoeken de vereniging, het bestuur, en met name de nieuwe voorzitter welkom te heten, hem en ons aan te moedigen en in uw gebeden te gedenken. We hebben het hard nodig.

Ik wil afsluiten met een paar regels van de dichter des vaderlands die we wel als een voorvader van de VCH mogen claimen, Jacob Revius, uit het gedicht ‘Gods kennisse’.

Soo is het met den mensch: al wat hy hier aensiet
Van God en van zijn rijck en is het wesen niet
Maer een geringen schijn, waer van de naeckte waerheyt
Aenschouwen die daer sien de goddelijcke claerheyt

Ik heb gezegd.

Beatrice de Graaf

 

Het Reformatorisch Dagblad sprak naar aanleiding van de bestuurswisseling met Arjan Nobel. Lees dit interview hier. De persoonlijke website van Arjan Nobel vindt u hier