Het nieuwste nummer

Het laatste nummer van Transparant (28.1) verscheen in maart 2017. Zoals altijd een lezenswaardig artikel. Deze keer lichten wij er online een artikel uit voor het onderwijs.

Mysterie in de middeleeuwen

Tijdvak 3: De tijd van monniken en ridders

Veel lezers van Transparant zijn geschiedenisdocent. Daarom biedt de nieuwe onderwijsrubriek De tien tijdvakken praktische lesideeën en inhoudelijke verdieping. De rubriek heeft dezelfde indeling als het Nederlandse geschiedenisonderwijs: de tien tijdvakken en de bijbehorende vijftig vensters.

Naomi van den Born-Bikker

Zoals de meeste geschiedenisdocenten waarschijnlijk ook ervaren, zijn sommige onderwerpen niet erg geliefd bij leerlingen. Met name het tijdvak van monniken en ridders bevat kenmerkende aspecten waar ik leerlingen niet snel warm voor krijg. Zo wordt het hofstelsel als lastig en saai ervaren. Aangezien motivatie een belangrijke factor is voor leren, is het relevant dit onderwerp in een andere vorm te gieten. Een werkvorm waar leerlingen doorgaans enthousiast op reageren, is de mysterieopdracht.

De mysterieopdracht

Bij een mysterieopdracht is het de bedoeling dat de leerlingen een bepaald mysterie oplossen. In deze opdracht zullen zij naar aanleiding van een diefstal zelf uitzoeken hoe het eraan toeging op een domein in de middeleeuwen. Op basis van argumenten die de leerlingen uit citaten kunnen halen, wijzen zij vervolgens de persoon aan die ze als dader van de diefstal zien.

De leerlingen ontvangen in tweetallen de opdracht. Deze luidt als volgt:

Jij bent rechter en moet de volgende situatie beoordelen:

Het is laat in de middag in de zomer van het jaar 750 wanneer graaf Egibald zijn vrije boeren belasting laat betalen. Een voor een komen de boeren langs om hun pacht in te leveren ‒ sommigen met veel tegenzin. Graaf Egibald vraagt de boeren iedere maand drie zakken met graan in te leveren. Bij het inleveren van de zakken graan wordt een notitie gemaakt door de rentmeester. Allen leveren die middag hun graan in en gaan weer terug naar hun land. Tijdens het inleveren van het graan komen de horigen juist van hun land af, op weg naar hun kleine boerderijen. De volgende ochtend keert graaf Egibald terug naar zijn opslagplaats en ontdekt dat één van zijn zakken is gestolen! Hij wil de dief zo snel mogelijk ontmaskerd hebben en roept daarbij de hulp in van een rechter.
Als rechter moet je de volgende vragen beantwoorden:
1. Wie heeft het graan gestolen: de rentmeester, de horige, of de vrije boer?
2. Wat is volgens jullie de reden voor de diefstal?

Wat doet de leerling?

De leerlingen krijgen in totaal twintig kaartjes met daarop uitspraken van een vrije boer, een horige, een rentmeester, en een heer. Voordat de leerlingen kunnen concluderen wie volgens hen de dader van de diefstal is, dienen zij echter eerst uit te zoeken hoe het hofstelsel in elkaar steekt. Aan de hand van de citaten zullen zij daarom eerst de twee bijgeleverde schema’s moeten invullen. De leerlingen ontdekken wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen een horige boer en een vrije boer. Daarnaast moeten zij ook noteren wat de voor- en nadelen van die posities zijn. Wanneer zij hier een overzicht van hebben, maken de leerlingen op basis van de uitspraken een volgorde van mogelijke verdachten. Wie is in hun ogen het meest verdacht? Uiteindelijk kiezen ze een dader en moeten zij ook kunnen beargumenteren waarom diegene volgens hen het graan gestolen heeft. Wanneer je als docent merkt dat de leerlingen een verdachte hebben aangewezen, vraag je de verschillende groepjes hun antwoorden toe te lichten. Het is leuk om leerlingen met elkaar in discussie te laten gaan over de uitkomsten, indien daarvoor tijd beschikbaar is. Er is namelijk niet slechts één goed antwoord, maar meerdere uitkomsten zijn mogelijk.

Afsluiting van de les

Wanneer het mysterie is opgelost, is het zinvol te onderzoeken of het lesdoel is behaald en de leerlingen de essentie van het hofstelsel hebben begrepen. Zij moeten het stelsel daarnaast ook in de context van de tijd kunnen plaatsen. Daarom luidt de laatste opdracht op het werkblad: verklaar vanuit elke positie (heer, horige, vrije boer) en in de context van de tijd waarom het hofstelsel een geschikte organisatievorm was. Bij het beantwoorden van deze vraag mogen de leerlingen de tekst in hun boek gebruiken. Wanneer er geen tijd meer is in de les, is het een optie deze opdracht mee te geven naar huis. De docent kan dan in de volgende les met deze vraag starten om te achterhalen of het leerdoel in de vorige les is behaald, of om de opgedane kennis te activeren.

Het nut van deze werkvorm

Om verschillende redenen kan een mysterieopdracht goed als werkvorm in de klas worden ingezet. Allereerst werkt de opdracht motiverend. Leerlingen vinden het leuk om gezamenlijk een mysterie op te lossen. Daarnaast bleek tijdens mijn les in vwo 4 dat leerlingen graag met elkaar in discussie gaan over de vraag wie de dader zou kunnen zijn. Op deze wijze vergroot je het plezier in de geschiedenisles, maar nog belangrijker: de leerlingen gaan actief aan de slag met de stof.

Een andere reden om een dergelijke werkvorm in te zetten, is het feit dat deze aansluit bij de kerndoelen van het geschiedenisonderwijs. Leerlingen moeten niet alleen bepaalde kennis beheersen, maar ook in staat zijn verschillende vaardigheden toe te passen. Een mysterieopdracht is een geschikte werkvorm om de vaardigheid standplaatsgebondenheid te oefenen. Volgens de kerndoelen dient de leerling menselijk gedrag (denken en doen) te kunnen verklaren, waarbij zij rekening moeten houden met verschillende factoren die de standplaatsgebondenheid van mensen of een groep bepalen. In deze mysterieopdracht komt dit aan bod, omdat de leerlingen zich gaan inleven in de verschillende personages.

Het boek The Big Six, van de hand van Peter Seixas en Tom Morton, biedt docenten handreikingen bij het oefenen van dergelijke historische vaardigheden. Het bevat ook een hoofdstuk over het inleven in historische personages. De auteurs schrijven dat leerlingen de sleutel hebben tot het begrijpen van historische gebeurtenissen wanneer zij multiperspectiviteit inzien. Deze opdracht wil daar een kleine aanzet toe geven, en biedt eveneens de mogelijkheid de les te verlevendigen en een actieve werkhouding van leerlingen te bevorderen.

Download

Bij het artikel hoort een download. Klik hier om dit werkblad te downloaden.


Bestel dit nummer!

Uw voor- en achternaam (verplicht)

Straat + huisnummer (verplicht)

Postcode (verplicht)

Woonplaats (verplicht)

Uw email (verplicht)

Uw telefoonnummer (verplicht)

Vul de jaargang en het nummer in van het tijdschrift Transparant dat u wilt ontvangen (bijvoorbeeld 26.4 of 27.1).

Ik wil graag dit nummer van Transparant bestellen tegen een geringe vergoeding. Stuur me per e-mail een bevestiging met betalingsinstructies. Vervolgens krijg ik het nummer toegestuurd.

Voer de gegevens hieronder in, zodat we spam kunnen uitschakelen.
captcha