WebfeedRSS
Loading

Arie van Deursen als katholiek historicus

Lieburg, F. van

Historicus Van Deursen brak in de jaren 1990 door bij het grote publiek. Soms werd hij daarbij ontvangen met kritische geluiden. Was het wetenschappelijk werk van Van Deursen niet teveel beïnvloed door zijn persoonlijke geloofsvisie? Tegenover dit soort bedenkingen van seculiere zijde volgde stevige omarming vanuit ultragereformeerde hoek. Biedt Van Deursen de ware vorm van christelijke geschiedschrijving? In zijn lezing bij de presentatie van De geest is meer dan het lichaam op 5 november 2010 in Gouda zocht prof. Fred van Lieburg naar de kern achter beide benaderingen. Volgens hem blijft het historisch vakmanschap van Van Deursen boven elke twijfel verheven. Zijn massieve beleving van de geopenbaarde waarheid hindert hem soms echter recht te doen aan nuances en ontwikkelingen binnen twintig eeuwen christendom.

Arie Theodorus van Deursen is een unieke persoonlijkheid. Ik ken hem al 24 jaar, maar ook wie hem kortere tijd heeft gevolgd, zal beamen dat je niet makkelijk iemand kunt noemen die op hem lijkt. Toch is er één publieke figuur die mij altijd weer aan Van Deursen doet denken. Dat is kardinaal Adriaan Simonis. Ik associeer beide mannen op het eerste gezicht vanwege hun uiterlijk en hun manier van praten. Als hen iets wordt gevraagd, kijken ze vaak even opzij of omhoog alvorens een bedachtzaam, gebeeldhouwd of cryptisch antwoord te formuleren. Veel dieper gaat de gelijkenis in de rotsvaste overtuiging waaraan ze stem geven. Dat is niet de christelijke leer, want de een is rooms-katholiek en de ander gereformeerd. Wat hen bindt is het geloof in de christelijke zedenwet als een onveranderlijke en onverwoestbare grondslag van de moraal. Die geldt voor alle tijden, maar Simonis en Van Deursen hebben zich een christelijke cultuurbeleving eigen gemaakt in de bloeitijd van het verzuilde Nederland. Toevallig zijn beiden geboren in 1931. Arie is vijf maanden ouder dan Ad.

Arie studeerde geschiedenis en Ad werd theoloog. Van Deursen werd in 1967 na tien jaar historisch bureauwerk docent aan de Vrije Universiteit. Dat was een vanzelfsprekende benoeming, al zou hij zich aan de VU steeds minder thuis voelen. Men moet maar eens lezen hoe hij op 5 mei 1969 een vergadering met studentikoze marxisten heeft doorstaan. Het moet de ergste Bevrijdingsdag in zijn leven zijn geweest. Ronduit turbulent verliep de benoeming van Simonis tot bisschop van Rotterdam in 1970. Progressief katholiek Nederland kon de keus van de paus niet waarderen. Volgens kerkhistoricus Ton van Schaik gaf zelfs kardinaal Alfrink zijn wijdeling geen ondubbelzinnige zegen mee. Hij zei dat een bisschop er moest zijn voor de hele kudde, niet slechts voor het conservatieve deel ervan.

Zo bont kan de peetvader van Van Deursen, de Groningse hoogleraar Pieter Jan van Winter, het niet hebben gemaakt. Die zal de benoeming van zijn pupil niet hebben beschouwd als een partijdig zaakje in een parochiaal zuiltje. Het vakmanschap van de jonge Van Deursen stond buiten kijf. Maar er was meer. Zijn liberale leermeester was zijn loopbaan ooit begonnen met een studie over de retoriek van Abraham Kuyper. Daarin toonde hij een groot inlevingsvermogen in de geest en stijl van de calvinistische geweldenaar. "Van Winter onderschreef geen enkel van Kuypers idealen. Maar hij kon wel respect en begrip toedragen aan wat hemzelf innerlijk vreemd bleef."

Ik citeerde zojuist uit een artikelenbundel van Van Deursen die in 1997 verscheen onder de titel In gemeenschap met de tijd. Dat was toen al de derde bundel opstellen, want in 1991 en 1996 had collega Gerrit Schutte al gezorgd voor de samenstelling van De eeuw in ons hart en De hartslag van het leven. De derde bundel berustte op een selectie van de auteur zelf en verscheen in een tijd waarin Van Deursens roem oogstte met de ene na de andere bestseller. Hoewel hij al in de jaren zeventig opviel met Bavianen en Kopergeld, bereikte hij pas in de jaren negentig een breed publiek met Een dorp in de polder over Graft in de zeventiende eeuw. Sindsdien volgden vele herdrukken van ouder werk vanwege de leeshonger naar zijn prachtig geschreven verhalen over Mieus, Meynert en andere groten der aarde. En zoals kardinaal Simonis pas op zijn 75ste met emeritaat hoefde, wilde Van Deursen er op zijn 65ste er eigenlijk niet van weten. Na zijn gedwongen pensionering bleef hij gewoon doorschrijven aan De winnaar die faalde, De last van veel geluk, Een hoeksteen in het verzuild bestel en wat al meer.

Niettemin is er sinds 1997 iets veranderd. Ik zal de vergelijking tussen de bejaarde hoogwaardigheidsbekleders nu even laten rusten.

Het complete artikel lees je in nummer 22.3

 Meer artikelen over A.Th. van Deursen


 Laatst gewijzigd: 27-12-11 - Geplaatst: 04-10-11