Het Gentse voorbeeld
Interview met dr. J. Decavele, stadsarchivaris van Gent
Krabbendam, H.
In het rijke stadsarchief van Gent, dat een bijna complete collectie bevat vanaf de 13e eeuw, bevindt zich ook het originele charter van de Unie van Utrecht, het samenwerkingsverdrag van de noordelijke Nederlanden uit 1579. Het is geen toeval dat één van de kerndocumenten van de Nederlandse natie zich in het Gentse archief bevindt. Gent speelde in het begin van de Tachtigjarige oorlog een centrale rol, was een katalysator van de Reformatie, en had ook een haat-liefderelatie met Willem van Oranje. Transparant sprak met de Gentse stadsarchief J. Decavele over de rijke geschiedenis van Gent ten tijde van de Nederlandse Opstand. Decavele studeerde geschiedenis te Leuven en Mainz en promoveerde in 1972 op een (bekroonde) dissertatie over het protestantisme in Vlaanderen. Hij publiceert veel over de geschiedenis van Gent en de religieuze ontwikkelingen in de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden. De Gentse stadsarchivaris heeft de gave zijn enthousiasme over geschiedenis en in het bijzonder over de Nederlandse Opstand op anderen over te kunnen brengen. Dat maakte ons gesprek tot een inspirerende gebeurtenis.
Aandacht voor de Opstand
De belangstelling van de Belgen voor 'onze' Vader des Vaderlands is wel eens minder geweest. Bij de herdenking van zijn 300-jarige geboortedag in 1884 was er in België nauwelijks aandacht voor hem. Vijftig jaar later was dat al helemaal anders, toen traden Noord- en Zuid-Nederlandse historici in gelijke aantallen op en zijn vierhonderdste geboortedag werd zelfs in Brussel herdacht.
De hernieuwde Belgische aandacht voor Oranje begon in de vroege negentiende eeuw, daarvoor kreeg hij vnl. de schurkenrol tegenover de grote man Parma toebedeeld; de Romantiek leidde tot aandacht voor de eigen wortels en de Vlaamse beweging herondekte Oranje in haar strijd voor een gelijkwaardige positie van het Vlaams. Vanuit Nederland werd die strijd onder meer gevoerd door de historicus Pieter Geyl. De achterstand van het Vlaams werd pas in deze eeuw goedgemaakt, zo werd de Gentse Universiteit pas volledig Nederlandstalig in 1930.
Willem van Oranje
In de opvatting van de Gentse archivaris was Willem van Oranje een pragmaticus pur sang, of nog beter hij was een toleranticus. Hij stond niet onverschillig tegenover het geloof dat konje in die tijd niet zijn. Maar hij was afwachtend, zijn geloof speelde niet altijd de hoofdrol in zijn leven. Hij verhinderde bijv. in maart 1567 dat de opstandelingen binnen de stad Antwerpen contact legden met de geuzen, die daardoor een nederlaag bij Oosterweel leden. Uit de komst van Alva en de terechtstelling van Egmond en Horne concludeerde hij dat de gematigden geen kans kregen en in het voorjaar van 1567 verdween hij naar Dillenburg met het idee om niet meer terug te keren.
Dat veranderde toen de Geuzen, die gedwongen waren om hun thuishaven Dover te verlaten, Brielle innamen. Dat gaf Willem weer hoop voor de toekomst en in 1573 ging hij over tot het Calvinisme. Hij zag in de Calvinisten de echte kern van de Opstand, de diehards op wie hij helemaal aan kon.
De Leidse historicus J.J. Woltjer bracht het eens zo onder woorden: Oranje was protestant, maar niet antikatholiek. Hij geloofde dat het katholicisme zo zwak was dat het vanzelf zou verdwijnen. In plaats daarvan zou een brede gereformeerde volkskerk ontstaan. Ook Oranjes verdediging van de religievrede in 1578 was een tweesnijdend zwaard, een uiting van zijn overtuiging en tegelijkertijd een middel om de positie van de gereformeerden te verstevigen.
Onrust in Gent
Oranje was geen scherpslijper en behoorde ook niet tot de "politiques" zoals die in Frankrijk te vinden waren en waartoe ook de Gentse regenten Rijhove en Hembyze behoorden. Hun doel was allereerst politiek en niet zozeer religieus van aard. Petrus Datheen is naar Gent gegaan en niet naar Den Haag of Antwerpen omdat hij wist dat hij in Gent vrij spel zou krijgen.
In Gent speelden de sociaal-economische malaise de radicale calvinisten in de kaart. De eens voorspoedige stad was danig in verval, de textielindustrie was te conservatief en kon niet meer concurreren met goedkopere stoffen en negeerde de veranderende mode. De afstraffing die keizer Karel V de stad in 1540 had gegeven omdat ze geweigerd had mee te betalen in de bede voor de krijg tegen Frankrijk, had erg veel frustratie opgeleverd. De burgers verlangden terug naar de pre-Karolingische situatie waarin de stad veel speelruimte had en een groot deel van het achterland beheerste.
Een staaltje van Oranjes onzekerheid is dat als de militaire bevelhebber Rijhove van plan is om de Staten van Vlaanderen, waaronder de hertog van Aarschot, Oranjes grootste rivaal, gevangen te nemen, hij drie keer met Oranje overlegt en ten slotte op aanwijzing van Marnix van St. Aldegonde de coup laat plegen. Daarna stelt de prins zich volledig achter het Gentse bestuur en stuurt zelfs een paar leeuwen cadeau als blijk van zijn steun.
Download het complete interview (pdf)
Download het complete interview (pdf)
Jaargang 05 (1994) No 4
Trefwoorden: Archiefnieuws, Interview, Willem van Oranje.
