WebfeedRSS
Loading

Hebe Kohlbrugge en Bé Ruys

Parallelle levens binnen de kerkelijke contacten tussen Nederland en de DDR 1949-1973

Pekelder, J.

Na de val van het Honecker-regime eind 1989 beheerste het 'gelijk van rechts' de kolommen van de kranten en opiniebladen. DDR-sympathisanten, zoals sommige nieuwlinksers in de PvdA, bestuursleden van de (vriendschaps) Vereniging Nederland-DDR en vertegenwoordigers van kerkelijke instellingen en verbanden als Christenen voor het Socialisme werden overladen met kritiek. De vraag naar de redenen achter hun toenmalige engagement en de substantie ervan bleef echter goeddeels onbeantwoord. Waarom zetten sommige Nederlanders zich in voor de DDR of voor het communisme? Wat trok de betrokken christenen aan in de in principe atheďstische ideologie van Marx, Engels en Lenin?

Binnen de Nederlands-Oost-Duitse relatie namen de kerkelijke contacten een zeer bijzondere plaats in. Ten eerste behoorden zij met de wederzijdse economische betrekkingen en de contacten van de CPN met de Oost-Duitse SED tot de vroegste banden met de DDR. Nog voor de Oost-Duitse staat eind 1949 was opgericht, was de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK) al begonnen met het herstel van de contacten met de Evangelische Kerk in Duitsland (EKD) en daarbij werden ook de kerken in het door de Sovjet-Unie bezette deel bereikt. Ondanks de door het Westen tot 1973 volgehouden en door Nederland steeds ondersteunde politiek van niet-erkenning van de DDR, breidden de kerkelijke contacten zich in de navolgende jaren uit. In verband met het werk van de oecumene togen verschillende Nederlandse christenen naar Berlijn, allereerst om zich met de Duitsers te verzoenen en later ook om de dialoog met het communisme aan te gaan. Ten tweede was het aantal mensen dat bij de kerkelijke contacten betrokken was relatief groot in vergelijking met andersoortige relaties, zoals de Oost-Duitse contacten van de (vriendschaps) Vereniging Nederland-DDR en van Nederlandse politieke partijen. Vooral vanaf het erkenningsjaar namen de kerkelijke betrekkingen een hoge vlucht toen tientallen Nederlandse en Oost-Duitse kerkgemeenten partnerschappen aangingen (tot een totaal van bijna 400 in 1989), de zogenaamde gemeentecontacten. Ten derde waren de kerkelijke contacten bijzonder door de politieke lading die ze vaak bezaten. In de eerste jaren boden Nederlandse christenen weerstand tegen het Sovjet-communisme door hulp te bieden aan verdrukte medechristenen in de DDR. Vanaf de jaren zestig werden een behoorlijk aantal vaak jongere Nederlandse protestanten juist aangetrokken door het communisme. Sommigen gingen zover het 'socialisme' van de DDR te omhelzen. Begin jaren tachtig ontstonden daarentegen, onder andere via het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV), tal van contacten met onafhankelijke Oost-Duitse vredes- en oppositiegroepen.

In deze bijdrage zal op enigszins onconventionele manier getracht worden de motivatie van de Nederlandse christenen te achterhalen die contact met DDR zochten. Daartoe zal de vergelijking worden aangegaan van het engagement van twee opmerkelijke vrouwen die in de jaren tot de erkenning van de DDR de hoofdrollen vervulden binnen de Nederlands-Oost-Duitse kerkelijke contacten. Het gaat hierbij om Hebe Charlotte Kohlbrugge en Amelia Elisabeth (Bé) Ruys. Kohlbrugge, geboren in 1914, was in 1938 na een theologiestudie in nazi-Duitsland gaan werken voor de 'Bekennende Kirche', hetgeen haar al in 1939 op een kortstondige gevangenisschap kwam te staan. Na de Duitse inval in Nederland raakte ze vrijwel meteen betrokken bij het verzet. In 1944 resulteerde dit in hernieuwde gevangenschap, nu in de concentratiekampen Vught en Ravensbrück. Na de oorlog werd Kohlbrugge secretaris van een Duitsland-commissie van de NHK, omdat zij geacht werd beter dan wie ook in te staat te zijn een brug te bouwen tussen Nederlandse en Duitse christenen. Vanaf 1950 was deze even kleine als kordate vrouw vervolgens lange tijd verantwoordelijk voor een groot deel van de op Oost-Europa gerichte activiteiten van de NHK, eerst in het verband van Kerk en Wereld (dat eigenlijk geen internationale taak had en haar daarom alleen maar enkele faciliteiten kon bieden) en later als secretaris van het Werelddiakonaat. Zij organiseerde onder meer kerkelijke bijeenkomsten in Berlijn, waarop Duitsers uit Oost en West en Nederlanders elkaar op de drempel van de communistische wereld ontmoetten.

Ruys, geboren in 1917 als Nederlands hervormd domineesdochter, studeerde vanaf 1937 theologie. Haar grote leermeester was de zendeling Hendrik Kraemer en zij had een levendige internationale interesse. Na de oorlog, waarin ook zij betrokken was bij het verzet, en de afronding van haar studie werd zij in 1949 als 'fraternal worker' (opbouwwerker) door de Wereldraad van Kerken uitgezonden naar Berlijn. Naast haar werk onder jonge vluchtelingen zette de hyperactieve en zeer betrokken Ruys een Nederlandse gemeente op voor de verstrooide Nederlanders in en om de Duitse hoofdstad. In 1954 werd zij officieel geordineerd tot dominee (als eerste Nederlandse vrouw) van deze oecumenische gemeente. De West-Berlijnse pastorie groeide binnen enkele jaren uit tot een oecumenisch centrum van enige betekenis, het Hendrik-Kraemerhuis (niet te verwarren met het zendingshuis te Oegstgeest). Dit was tot in de jaren zeventig de belangrijkste draaischijf van Nederlandse kerkelijke contacten met de DDR, vooral na de bouw van de Berlijnse Muur toen Ruys' gemeente een zustergemeente kreeg in het oostelijke deel van de stad.

Kerken in voormalig Oost-Duitsland



De levens van Kohlbrugge en Ruys verliepen lange tijd langs dezelfde route. Bij beide vrouwen drukten de oorlogservaringen een zware stempel op denken en doen in hun verdere leven. Mede door hun rol in het verzet kozen zij nadien voor een actief leven in dienst van een hogere zaak, de oecumene. Aanvankelijk leidde de gedeelde achtergrond tot dezelfde stellingname ten aanzien van het zich na de oorlog opdringende vraagstuk van de verhouding tussen christendom en communisme. In de jaren zestig gingen de wegen van beide vrouwen echter uiteen. Kohlbrugge raakte teleurgesteld in de houding waarmee veel Oost-Europese kerkelijke vertegenwoordigers deze dialoog aangingen. Ruys engageerde zich daarentegen steeds sterker voor het communisme. De verwijdering tussen de beide hoofdrolspelers, die overigens niet altijd prominent op de voorgrond traden maar eerder gezien kunnen worden als de bepalende activisten op de achtergrond, was exemplarisch voor de kloof die in deze jaren binnen de kerkelijke contacten met de DDR ontstond. In dit artikel zal de geschiedenis van de Nederlandse kerkelijke contacten met Oost-Duitsland tot 1973 verteld worden aan de hand van de ontwikkelingsgang van beide hoofdrolspelers. Hoe kon het dat Kohlbrugge en Ruys – en de groepen die zij representeren – twintig jaar nadat hun bemoeienis met de DDR begon op tegengestelde posities uitkwamen?

Bekijk de televisieuitzending over Hebe Kohlbrugge van de EO.

 Download het complete artikel (pdf)

 Download het complete artikel (Word)

 Beschrijving autobiografie van Hebe Kohlbrugge

 Het verhaal van Hebe Kohlbrugge


 Laatst gewijzigd: 22-06-11 - Geplaatst: 22-06-11