De kerkvaders in Reformatie en Nadere Reformatie
Recensie
Karels, J.K.
n.a.v. J. van Oort, De kerkvaders in Reformatie en Nadere Reformatie (Zoetermeer: Boekencentrum, 1998) 163 blz., prijs fl. 39,50.
Naast hernieuwde aandacht voor de Bijbel hadden de Reformatoren een opmerkelijke aandacht voor de Vroege Kerk. Het humanistisch ideaal van een terugkeer naar de bronnen uitte zich in een intensieve bestudering van de Latijnse en Griekse patras. In deze bundel wordt de vraag gesteld welke plaats de kerkvaders hebben ingenomen in de denkwereld van Reformatie en de Nadere Reformatie. De bijdragen gaan terug op een congres dat in 1995 werd gehouden. O.J. de Jong geeft aan korte introductie op de wijze waarop de kerkvaders terugkeren in de Reformatorische confessies. 'Reformatie' is blijkbaar in bredere zin opgevat, want J. den Boeft heeft een verhandeling aan Erasmus gewijd. Als het gaat om de vernieuwing van de theologie kent de Rotterdammer een grote plaats toe aan de taal. Het gaat Erasmus om een theologie waarin 'niet de scholastieke filosofie, maar de verantwoorde omgang met de taal, dus met grammatica en retorica, het instrumentarium moet leveren' (14). In dit kader past een zorgvuldige editie van de patres, iets waarvoor Erasmus zich sterk heeft gemaakt. De Boeft bespreekt zijn activiteiten als tekstuitgever van het werk van Augustinus, Hiėronymus en Cyprianus. Inhoudelijk komt Erasmus met de kerkvaders soms in de problemen. C.P.M. Burger laat zien hoe de geschriften van Augustinus II de periode na het optreden van Pelagius, waarin Augustinus eenzijdig het genadewerk gaat beklemtonen ten koste van de vrije wil voor de meer vrijwillige humanist niet acceptabel zijn. Erasmus geeft tegenover de radicale interpretatie die Luther op de late Augustinus toepast een uitleg die reeds in de late Middeleeuwen bekend is geweest en waarin de vrije wil van de mens bij het bereiken van het heil een bescheiden rol mag spelen. J. van Oort toont dat ook Calvijn niet met alles wat hij bij de patres vindt raad weet: 'Calvijn blijkt enerzijds wonderlijk accuraat in zijn kennis en gebruik van de patres, maar anderzijds ook hoogst selectief' (69). 'In het algemeen cliėnt gezegd te worden, dat Calvijn zich laat kermen als een 'historicus practicus' die meldt en gebruikt wat hem schikt' (81).
Dat de invloed van Augustinus op latere theologen groot is, blijkt diverse malen in deze bundel. Augustinus is voor Calvijn, 'zoals voor vrijwel elke tijdgenoot, in theologisch opzicht verreweg het belangrijkst', aldus Van Oordt. Bij Bucer moet vooral Augustinus dienen als de beslechter van het geding, waarin rechtvaardiging en heiliging al te zeer gescheiden zouden kunnen werden (57). ln de aucticatalogus van J. Coccejus' bibliotheek zijn werken van en over Augustinus het sterkst vertegenwoordigd (141). In de vroomheidsleer van G. Voetius, neergeled in zijn TA AZKHTIKA sive Exercitia pietatis is de Latijnse kerkvader met vijftig verwijzingen de topauteur, toont C.A. de Niet. Ook de controverse tussen rooms-katholieken en protestanten draait vaak om de interpretatie van Augustinus' geschriften, zo bijvoorbeeld in de discussie tussen Coccejus en de tot het rooms-katholicisme overgegane aristocraat Ernst Landgraf von Hessen-Rheinfels.
Download de complete recensie (pdf)
Download de complete recensie (Word)
Jaargang 10 (1999) No 1 - themanummer Breukvlak 1900
Trefwoorden: Recensie (artikel), Reformatie, Nadere Reformatie.
