'Zon sta stil te Gibea!'
Het wonder in de geschiedenis
Mackay, E.
In 1986 was ik voor mijn afstudeerscriptie over de Koptische kerk op studiereis in Egypte. Juist in die tijd waren er bij een bepaalde Koptiscbe kerk veelvuldig Mariaverschijningen waar te nemen. Ik ben vol nieuwsgierigheid en protestants skepticisme naar die kerk gegaan en heb gewacht op het wonder van de verschijning van de moeder Gods. Waar anderen haar wel zagen, zag ik Maria niet. Was het wonder van de verschijning van Maria daar echt, en zag ik niet wat anderen wel zagen vanwege mijn protestantse blikverenging? Of was er inderdaad niets te zien en wat dit alles louter verbeelding?
De dag daarna kwam ik een man tegen die zich uitgaf voor een Kopt. Zijn zuster ging die dag trouwen en toen hij hoorde dat ik een scriptie over Kopten schreef, nodigde hij mij uit om de plechtigheid bij te wonen. Ik nam de uitnodiging – een buitenkans om zo’n bijzonder ritueel mee te maken – met beide handen aan. Hij moest even bellen, zei hij, om mijn komst aan te kondigen. We gingen op weg, en kwamen op een gegeven moment in een nogal louche buurt terecht.
Ik moest evenwel heel nodig 'een boom opzoeken'. Ik legde, toen ik eindelijk iets gevonden had dat op een boom leek, mijn spullen op de grond. Voor ik er erg in had, was deze jongeman er met mijn dure camera vandoor. Ik was woedend – op hem en op mijn eigen naïviteit – en het heeft mij uren gekost om de plaatselijke autoriteiten zo ver te krijgen dat ze een verklaring afgaven ten behoeve van de verzekering. Pas later, in een flits, viel mij met huiveringwekkende zekerheid iets in. Deze jongen had zijn vriendjes gebeld en lokte mij, argeloze, in een fuik, om me van mijn spullen te beroven of erger. De druk op mijn blaas gat hier een onvoorziene uitkomst uit een ongezien gevaar. Het wonder dat ik wilde zien – Maria – heb ik niet gezien, maar het kleine wonder dat ik niet zag, dat gebeurde gewoon. De wonderen zijn Egypte niet uit.
Egypte is ook het land van de grote wonderen in de geschiedenis van het volk van Israel. De negatieve wonderen – de plagen – en het grote positieve wonder – de gang door de Rode Zee – vormen mede het hart van de joodse en de christelijke religie. God is de God van de geschiedenis. De 'wonderen des Allerhoogsten' voltrekken zich op het toneel van de geschiedenis. De geschiedenis is een wonderlijke historie.
De moderne wetenschapper haalt hier zijn schouders over op. Wonderen zijn voor hem hoogstens interessant als mentale gesteldheid: geloof in wonderen – zoals de middeleeuwer dat kent – zegt iets over de outillage mental van een bepaalde historische periode. Dat wonderen gebeuren is voor de moderne historicus en geschiedfilosoof evident onzinnig. Het wonder is een non-event, een leeg concept, iets voor tandeloze devote katholieke vrouwtjes.
Is dit zo? In dit artikel wil ik nadenken over de thematiek van het wonder – voor het gemak even gedefinieerd als een reële, buitengewone gebeurtenis of handeling in de geschiedenis. Vragenderwijs geformuleerd: Gebeuren er wonderen in de geschiedenis? Kan de geschiedwetenschap iets met het wonder als fenomeen?
De opbouw van dit artikel is als volgt. Eerst vertel ik kort iets over de geschiedenis van het probleem van het wonder. Daarna zet ik mijn eigen visie op het wonder in de geschiedenis uiteen. In de conclusie komen de geschetste lijnen bij elkaar.
De geschiedenis van het wonder
In de geschiedenis van de mensheid is het wonderlijke vele eeuwen lang een volstrekt gewone categorie geweest. ln de pantheons van de oude wereld is het wonderlijke evident. Goddelijke personen of wezens kunnen wonderen verrichten. Het wonderlijke en het magische vloeien in elkaar over. In Israël is niet de magische wereld, maar de geschiedenis het domein van het wonder – de wonderen der natuur dienen hier 'hooguit' het historische gebeuren: 'Zon sta stil te Gibea!' Ik ben er stellig van overtuigd – ik kan het hier slechts poneren – dat de wonderen in het Oude Testament niet alleen maar een verhalende of theologiserende functie hadden; het wonderlijke kan – in ieder geval als het gaat over een historisch handelen van God – werkelijk zijn in de zin zoals wij dat nu opvatten.
In de christelijke wereld ligt dit niet anders. Vanaf de vroege kerk tot in de Middeleeuwen waren Gods wonderlijke daden deel van de geschiedenis. Het wonder heeft de functie van een bewijs voor het openbaringsgehalte van de Schrift. We zien dit bij Thomas van Aquino (Contra Gentiles 1.6). Tot in de achttiende eeuw blijft het wonder in dit licht een rol spelen. Zo zegt één van de verdedigers van deze visie, de theoloog Samuel Clarke, in 1705: 'The Christian Revelation is positively and directly proved, to be actually and immediately sent to us from God, by the many infallible Signs and Miracles, which the Author of it worked publicly as the Evidence of his Divine Commission.'
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 11 (2000) No 1 - themanummer Het wonder in de geschiedenis
Trefwoorden: Wondergeloof, Oudheid, Israël.
