Over de vermeende emancipatie van gereformeerden en andere orthodoxe protestanten
Snel, J.D.
Daar waar de Dorpsstraat en de Kerkstraat bijeenkomen, staat de hervormde kerk, in het Veluwse dorp waar ik van tijd tot tijd vertoef. Toevallig is die plek bij de conjunctie van de twee belangrijkste straten, genoemd naar het dorp en de kerk, uiteraard niet. Het is de natuurlijke plaats voor een hervormde kerk: in het midden. Er staat ook een gereformeerde kerk uit de beginjaren dezer eeuw in dat dorp, aan de Achterstraat. En ook die straatnaam is, dunkt me, niet zonder betekenis.
In het centrum van de Doleantie, Amsterdam – de plaats mijner inwoning, maar wat belangrijker is, destijds de woonplaats van Abraham Kuyper – werd reeds in 1888 een nieuwe Nederduitsche Gereformeerde Kerk (Doleerende) in gebruik genomen, de Keizersgrachtkerk. De schepping van het architectenduo Salm, vader en zoon, werd al gauw trots de 'kathedraal der gereformeerden' genoemd. Het is inderdaad een exuberant gebouw, maar het moest wel op de plek van een oud dubbel woonhuis, gewoon in de huizenrij, passen. Twee jaar eerder hadden de ouderlingen Kuyper, Rutgers en hun aanhangers nog aanspraak gemaakt op de Nieuwe Kerk, in het centrum van de stad, nu moesten ze voortaan genoegen nemen met een aanmerkelijk bescheidener gebouw. Tussen de voorgestelde namen was ook 'Twaalfde Kerk' ter tafel gekomen; de hoofdstad telde immers al elf hervormde kerken. Van de eerste – niet in leeftijd, wel in status – naar de twaalfde kerk, dat was een hele stap terug.
Gereformeerde kerken staan in Nederland niet in het midden. Daar vindt men gemeen-lijk hervormde of katholieke kerken, Wie in Nederland rondreist, kan niet tot een andere conclusie komen dan dat de gereformeerden er enorm op achteruitgingen, toen ze in de vorige eeuw, in de halve eeuw durende beweging van de Afscheiding, met als daverend sluitstuk de Doleantie, de oude publieke kerk verlieten. Van het centrum bewogen ze zich naar de periferie. Of is dat schijn? Wie niet uit zijn ogen kijkt, maar afgaat op de geschiedverhalen, krijgt immers een heel ander beeld.
Daarin staan Kuyper en zijn volgelingen, de gereformeerden, in het verhaal over het veranderende Nederland van rond de eeuwwisseling ineens in het centrum.Terwijl de naïeve reiziger het idee krijgt dat een keuze voor een gereformeerde afsplitsing tot marginalisatie leidde, proberen historici ons tegenwoordig wijs te maken dat ze juist aan een emancipatieproces begonnen. Hoe valt die paradox te verklaren?
De aanleiding voor die vraag wordt gevormd door het eindexamenonderwerp geschiedenis 1999/2000 voor havo en vwo. Onder de titel 'Een nieuwe eeuw, nieuwe verhoudingen? Nederland 1880-1919. Op het breukvlak van twee eeuwen?' wordt een vijftal thema's beschreven, die bij nader inzien passen in de drieslag die Hegel zo treffend formuleerde in zijn rechtsfilosofie: het gezin, de (burgerlijke) maatschappij en de staat, De maatschappij wordt vertegenwoordigd door een drietal emancipatiebewegingen; van vrouwen, arbeiders én – daar gaat het hier om – confessionelen.
Onder confessionelen blijken de stofomschrijvers grofweg niet alle vaderlandse katholieken te verstaan, maar slechts een deel van de Nederlandse protestanten. Een van oorsprong politieke aanduiding, voor de aanhangers van het 'rechtse' monsterverbond van 'de coalitie', hanteren zij in veel bredere zin: om er de leden van twee geheel verschillende ‘zuilen’ in hun gehele maatschappelijke en kerkelijke optreden en zelfs in hun persoonlijke bestaan mee aan te duiden. Zonder veel uitleg gaan de stofomschrijvers ervan uit, dat beide groeperingen te vangen zijn onder het kopje 'emancipatie'. Juist bij die vanzelfsprekendheid wil ik een vraagteken plaatsen. Van de vier groeperingen die Hilda Verwey-Jonker in een beroemd artikel ooit als emancipatiebewegingen schetste, meen ik dat drie ervan, de vrouwen, de arbeiders en de katholieken, wel als zodanig gezien kunnen worden, maar de gereformeerden – of de orthodoxe protestanten zoals de stofomschrijvers willen – nu juist niet. Dat zal ik proberen uit te leggen.
Emancipatie: objectief en subjectief
Men kan een onderscheid te maken tussen emancipatie als objectief proces (of als resultaat daarvan) en het subjectieve streven naar emancipatie door een beweging of organisatie. Emancipatie is ontvoogding, het vrij worden van beperkende machten – dat is zo ongeveer de woordenboekbetekenis. Wie emancipeert, gaat erop vooruit. Emancipatie staat voor verbetering. Het is een beweging van laag naar hoog, Een bestaande achterstand wordt kleiner of zelfs teniet gedaan. Emancipatie betekent dat een groep serieuzer genomen wordt. Als objectief proces komt emancipatie neer op lotsverbetering: primair juridisch, maar ook politiek, sociaal, economisch, religieus en cultureel.
Gemeenlijk zal niet de gehele onderliggende groep zich organiseren, maar slechts een voorhoede. De feministische beweging is in georganiseerde vonn altijd tamelijk klein gebleven. De arbeidersbeweging heeft bij tijden een tamelijk groot deel van de arbeiders-klasse weten te bereiken, maar uiteraard zijn er altijd ongeorganiseerden gebleven. Als emancipatie lotsverbetering is, dan gaat het bij een emancipatiebeweging om de daarvoor noodzakelijke machtsverwerving. Dat onderscheid is van groot belang. De beweging is niet identiek aan de emanciperende groep, ze vertegenwoordigt haar slechts. Als het lot verbeterd is, kan de strijdorganisatie opgeheven worden, maar daarmee is de (inmiddels geëmanci-peerde) groepering als zodanig nog niet verdwenen.
Bij vrouwen en arbeiders is het direct duidelijk dat de (subjectieve) emancipatiebeweging ('für sich') niet identiek is aan de (objectieve) emanciperende groep ('an sich'). Ze is per derinitie kleiner. Maar zodra het om zuilen gaat, wordt dit onderscheid al gauw uit het oog verloren. De veronderstelling is immers dat het leven van katholieken en orthodoxe protestanten zich vrijwel 'van de wieg tot het graf' binnen de eigen zuil ging afspelen, zoals de stofomschrijvers letterlijk schrijven. Ziet men een zuil als een samenhangend netwerk van emancipatieorganisaties, dan valt het kwantitatieve onderscheid weg. Ten onrechte wordt daardoor vaak ook het kwalitatieve verschil tussen het objectieve en subjectieve aspect miskend. En dat misverstand zou wel eens mede een oorzaak kunnen zijn voor de populariteit van de verbinding tussen verzuiling en emancipatie.
Een populaire gedachte
In het publieke discours fungeert het emancipatiebegrip tegenwoordig als ontzuilingsideologie. Het biedt een elegant motief om verzuilde organisaties op te heffen. Buitenstaanders kunnen het aangrijpen om tegen verzuilde instellingen zeggen: ja, vroeger hadden jullie alle reden om jullie afzonderlijk te organiseren, jullie werden inderdaad gediscrimineerd. Maar dat is nu voorbij, nu nemen we jullie serieus, nu kunnen jullie je dus gewoon bij ons aansluiten. En leden van verzuilde organisaties kunnen het aanvatten om er zelf maar mee op te houden zonder het gevoel te hebben dat ze zich schuldig maken aan beginselverzaking. De gedachte is heel knap: in één doorlopende beweging slaagt het emancipatiebegrip erin zowel het ontstaan als de ondergang van verzuilde organisaties te verklaren en te legitimeren. Was ophefing niet vanaf het begin het doel? Zelden tref je een begrip aan met zoveel verklarende kracht.Legt de maatschappelijke discussie de nadruk vooral op de slotfase, historici hanteren het emancipatiemotief om het ontstaan van de verzuiling te verklaren. Men kan daar een antwoord in zien op de eerste fasen van het verzuilingsonderzoek uit de jaren vijftig en zestig, toen een negatieve waardering de onderzoekers vaak parten speelde. Verzuiling werd gezien als een aanslag op de eenheid van de natie. Uit reactie daartegen kwam een neutralere en zelfs waarderende opvatting op. Zo wordt tegenwoordig vaak benadrukt dat juist via de landelijke zuilorganisaties de Nederlandse eenwording bevorderd werd. En historici zijn steeds meer gaan zoeken naar de functie die zuilen hadden voor de aanhangers.
Artikel over de (vermeende) emancipatie van gereformeerden in Kampen.
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 10 (1999) No 1 - themanummer Breukvlak 1900
Trefwoorden: Abraham Kuyper, Emancipatie, Verzuiling.
