WebfeedRSS
Loading

Gedachten van Blaise Pascal (Pensées)

Recensie

Karels, J.K.

n.a.v. Blaise Pascal, Gedachten. Vertaling en aantekeningen Frank de Graaff (Amsterdam: Boom, 1997) 480 blz. prijs f 70,-.

In 1997 verrijkte Frank de Graaff het Nederlandse taalgebied met een vertaling van de Pensées van de zeventiende-eeuwse natuurkundige Blaise Pascal. Hoewel al eerder Neder-landse edities zijn verschenen, biedt deze uitgave meer dan voorgangers. Ze is gebaseerd op de gezaghebbende editie van Louis Lafuma (Parijs/Luxemburg, 1951, gepresenteerd in het volledige werk door Editions du Seuil, 1980). Deze editie geeft zo exact mogelijk de tekst die Pascal heeft nagelaten – het zogeheten Recueil original. Lafuma geeft alles wat ook maar enigszins tot de Pensées is te rekenen, inclusief doorgehaalde passages en uit andere bronnen bekende fragmenten. De uitgave is nauwkeurig geannoteerd. In de noten vindt men vooral uitleg van bepaalde vertalingen en woorden en verwijzingen naar bronnen die Pascal gebruikt heeft. Het boek zal gevolgd worden door een deel twee, waarin ten aanzien van elk fragment wordt samengevat wat er in de literatuur over gezegd is. Tevens zal in deel twee een uitgebreide bibliografie opgenomen worden.

'Pascal is voor mij een van die geesten, die een levende manifestatie zijn van de tegenstrijdigheden in het denken van hun tijd, tegenstrijdigheden die, omdat zij nooit ophouden ermee te worstelen, hun lot bepalen', schrijft De Graaff in zijn ‘Vooraf”. Op talloze plaatsen in de Pensées komen spanningen, paradoxen, tegenstrijdigheden naar voren. 'Wat is het innerlijk van de mens toch hol en tegelijk vol rotzooi' (fragment 139), noteert Pascal als hij nadenkt over de verstrooiing, die de mens belemmert over zichzelf na te denken. 'We streven naar een rustig leven door te strijden tegen het een of ander dat dit in de weg staat, en als we het uit de weg geruimd hebben wordt de rust ondraaglijk door de verveling die zij veroorzaakt' (fr. 136) Een andere spanning is die tussen de grootheid en de ellende van de mens. Groot is de mens voor Pascal in zijn denken en bewustzijn. 'Ik kan mij wel een mens zonder handen, voeten of hoofd voorstellen, want pas de ervaring leert ons dat het hoofd noodzakelijker is dan de voeten. Maar ik kan mij geen mens zonder denken voorstellen. Die zou een steen of een beest zijn' (fr. 111). In zijn staat van verdorvenheid is de mens een ellendeling, een machtswellusteling, een beest, een monster, maar omdat hij zich die staat bewust is, is hij groot te noemen. Grootheid en ellende articuleren elkaar. 'De grootheid van de mens bestaat daarin dat hij van zichzelf weet dat hij ellendig is' (fr. 114). Groot is de mens in de staat waarin hij geschapen is, de staat van genade, waarin hij boven de gehele natuur is verheven en als het ware aan God gelijk is. Ellendig is de mens in zijn staat van verdorvenheid en zonde, een staat waarin hij door eigen toedoen gevallen is. Pascal weet dat de Goddelijke genade beslist welke staat uiteindelijk zal domineren; Door genade wordt een mens als het ware gelijkgemaakt aan God en heeft deel aan de goddelijkheid. Zonder genade wordt hij geacht te zijn als de beesten (fr. 131).

Pascal heeft zijn intellect aangewend om het christelijk geloof te verdedigen. Dit betekent overigens geenszins dat hij de rationaliteit ervan wilde aantonen. Veeleer wilde hij laten zien dat rationalisme in de godsdienst vaak faalt, en dat men op het hart is aangewezen. 'Onderwerping én gebruik van het verstand', daarin bestaat het ware christendom, aldus Pascal. 'Men moet kunnen twijfelen waar dat nodig is, zeker zijn waar dat nodig is, en zich overgeven waar dat nodig is. Wie zo niet te werk gaat begrijpt niet wat de kracht van het verstand is. Er zijn er die tegen deze drie beginselen zondigen, hetzij doordat ze, omdat ze van bewijzen geen verstand hebben, beweren dat alles te bewijzen is, hetzij doordat ze aan alles twijfelen, omdat ze niet weten wanneer je je moet overgeven, hetzij doordat ze zich in alles overgeven, omdat ze niet weten wanneer je een oordeel moeten hebben. Scepticus, wiskundige, christen: twijfel, stelligheid, overgave' (fr. 170). Pascal probeert het scepticisme van Montaigne en het rationalisme van Descartes te vermijden. Zijn scherpe ratio doet vaak niet anders dan de logica in zaken van godsdienst, maatschappij, kunst etc. onderuit halen.

Pascal is meer dan een verdediger van het christelijk geloof. Hij is een gestalte van het moderne denken. Als zodanig heeft hij bijgedragen aan het Verlichtingsdenken. Het voortdurend spreken in spanningsvolle paradoxen verdraagt zich op den duur niet met orthodoxie, iets wat bij de 'Pascalleerling' en radicale Verlichtingsfilosoof Pierre Bayle duidelijk naar voren zal komen. Ook de tegenstelling tussen het 'donkere' en 'duistere' Oude Testament tegenover het 'geestelijke' Nieuwe Testament, die we bij verlichte figuren veelal vinden uitgewerkt, treffen we reeds bij Pascal in aanleg aan. Het Oude Testament is voor hem een 'geheimschrift'.


 Download de complete recensie (pdf)

 Download de complete recensie (Word)


 Laatst gewijzigd: 28-05-11 - Geplaatst: 28-05-11