WebfeedRSS
Loading

Kuisheid voor mannen, vrijheid voor vrouwen

Recensie

Krabbendam, H.

n.a.v. Petra de Vries, Kuisheid voor mannen, vrijheid voor vrouwen (Hilversum: Verloren, 1998), prijs fl. 49.-, ISBN 90-6550-562-8.

In een boekwerk van 6 hoofdstukken en ca. 300 bladzijden beschrijft de auteur het verschijnsel van de prostitutie, de interpretatie daarvan en de uiteindelijke (non)acceptatie gedurende de periode 1805-1911. Het is een geheel van goed gedocumenteerde (dat mag ook wel voor een academisch proefschrift) en goed leesbare deelbetogen geworden. De inhoud van het boek is bepaald door twee onderzoeksvragen: 1. Waarom werd pmstitutie een politieke kwestie? 2. Waar spitste de prostitutiestrijd (als seksestrijd) zich op toe en welke nieuwe definities van sekse en seksualiteit kwamen daarmee tot stand?

Behandeling van deze vragen is niet zondermeer bepalend geweest voor de structuur van het boek. Dat is jammer, want de helderheid van de totaliteit van betoog zou er mee zijn gediend. Met enige goede wil kan echter gezegd worden, dat de eerste vier hoofdstukken zich meer met de eerste vraag bezighouden en de laatste twee het accent leggen op de beantwoording van de tweede.

Via het onderwerp prostitutie wordt een blik gegeven in de maatschappij van de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is een interessant en onvermijdelijk bijproduct. De auteur schrijft: 'Wie het wezen van de negentiende-eeuwse maatschappij wil doorgronden, doet er goed aan de prostitutie te onderzoeken' (blz.13). Het 'wezen' heeft dan met name betrekking op de door de auteur geconstateerde verwerpelijke sociale orde. De auteur laat zien, dat de strijd tegen prostitutie niet alleen een zedelijkheidsoffensief is van christenen, maar tevens een seksestrijd van feministen en een sociale strijd van socialisten. Deze strijdgroepen versterken elkaar synergetisch en niet alleen omdat er christen-feministen resp. -socialisten zijn. Ze versterken elkaar dankzij de voor een deel overlappende doelstellingen en ondanks de verschillende uitgangspunten en motivaties.

Dat uiteindelijk in 1911 de christelijke doelstelling (t.w. het wettelijk verbieden van prostitutie, bordelen en vrouwenhandel) zegeviert, is verklaarbaar 'omdat christelijke mannen iets bezaten wat vrouwen niet hadden: politleke macht, en tegelijk iets bezaten wat socialisten misten: een theorie over seksualiteit' (blz.273). Commentaar op dit citaat is: een dergelijke overwinning zou vandaag ondenkbaar zijn. Immers, de politieke macht is niet meer aan de 'christelijke mannen' en het denken over seksualiteit is in deze aflopende eeuw grondig in radicaal-feministische zin veranderd. Het is opvallend hoe ook in orthodox-christelijke kringen de beeldvorming over sekse en seksualiteit plaatsvindt in termen die blijkens dit boekwerk in 1900 voornamelijk door de feministische ideologie werd gebezigd.

Bij alle verschillen met toen, blijken ook de overeenkomsten met nu: 1. Nog steeds een combinatie van prostitutie met (internationale) criminaliteit-vrouwenhandel. 2. De machteloosheid van de (meestal buitenlandse) prostituees. 3. De naar de beide seksen ontwrichtende werking. 4. De samenhang tussen ‘legale’ en illegale prostitutie. 5. De overheersende positie van de vraagzijde. 6. De over de taken van de overheid elkaar uitsluitende/beconcurrerende opvattingen.


 Download de complete recensie (pdf)

 Download de complete recensie (Word)


 Laatst gewijzigd: 26-05-11 - Geplaatst: 26-05-11