De korenaren van G. Puchinger
Ofwel: de onstuitbare drang van een gereformeerde kroniekschrijver
Schans, A.A. van der
Op vrijdag 3 april 1996 vierde het gereformeerde volksdeel aan de Vrije Universiteit "het oogstfeest" van dr. G. Puchinger. Een grote schare was in Amsterdam bijeengekomen om het dubbele jubileum van deze biografische onmivoor te vieren. Op 1 april (!) was George Puchinger 75 jaar geworden, en op dezelfde dag bestond 'zijn' Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme 25 jaar.
Bovendien zou op 15 april aan deze strijdbare held de Akademiepenning van de Koninklijke Academie van Wetenschappen worden uitgereikt, één van de hoogste onderscheidingen op wetenschappelijk gebied.
Op deze feestelijke bijeenkomst in de hoofdstad is aan Puchinger een bibliografie van zijn werk overhandigd, en een tentoonstelling over zijn leven en werk geopend. Een indrukwekkend oeuvre heeft Puchinger reeds op zijn naam staan: 1262 geschriften. Alleen zijn boeken tellen al een kleine 20.000 bladzijden; dat betekent een productie van ruim 750 bladzijden per jaar. Daar komen nog talloze artikelen in 89 verschillende tijdschriften bij. Het deed Martin Ros, één van de sprekers die middag en bepaald geen kleintje in publicistisch Nederland, in diepe eerbied knielen als een dwerg voor deze chroniqueur van het gereformeerd protestantisme. Biografieën, monografieën, bronnenuitgaven, essays, interviews, toespraken, redes, recensies, polemieken, gedichten. Welk genre heeft Puchinger eigenlijk niet beoefend? Op welke aarde heeft Puchinger niet geploegd? Geschiedenis, theologie, filosofie, politiek en literatuur. Soms trok hij een brede, dan weer een diepe voor. Zoals de boer weleer met een zwierige armslag zijn zaad zaaide, zo strooit Puchinger welgekozen citaten over de akker van de geest. Bij hem geen omgevallen boekenkast, noch een opsomming van archiefmateriaal; maar een evocatie, een oproepen van een beeld van een periode, een gebeurtenis of een persoonlijkheid uit de geschiedenis. Met grote betrokkenheid, inzet en engagement treedt hij zijn personen tegemoet. Personen, ja het zijn vooral personen met en over wie Puchinger wil converseren, om ze te ontmoeten. Want volgens zijn diepste overtuiging, komt de historie alleen werkelijk tot leven in een echt gesprek.
Dr. J. de Bruijn, de opvolger van Puchinger en huidige directeur van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, opende de bijeenkomst in het Auditorium van de Vrije Universiteit. Hij memoreerde hoe Puchinger zijn onophoudelijke werkdrift motiveerde: het is de beste remedie tegen de ouderdom. De fysieke gesteldheid en het calvinistische arbeidsethos van Puchinger wijzen erop dat hij zijn werk voorlopig nog wil voortzetten. De Bruin hoefde naar zijn eigen zeggen de eerste feestredenaar van die middag, dr. Jelle Zijlstra, niet nader te introduceren, want dat heeft Wim Kan 30 jaar geleden al gedaan. Zijlstra wist met gevoel voor humor George Puchinger en de gereformeerde en antirevolutionaire wereld van vroeger te tekenen. ‘Gezien het gezelschap van vanmiddag, maak ik er maar een preekje van’, zo begon hij zijn toespraak. Als uitgangspunt daarvoor nam hij Psalm 126: 5 en 6 uit de oude berijming: 'Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven'. Puchingers eerste pennevruchten in het blad Polemios typeerde Zijlstra als zijn wenen. Met grote strijdlust etaleerde hij zijn zorg over waarden en normen die verloren dreigden te gaan, zoals de toenemende tolerantie van de antirevolutionairen ten opzichte van de Partij van de Arbeid. Bij Puchingers strijdbaarheid moest Zijlstra terugdenken aan het zingen van het lievelingslied van de antirevolutionairen op hun vergaderingen; Psalm 68: ‘De Heer zal opstaan tot de strijd, Hij zal zijn haters wijd en zijd’, en verder. U moet bij deze psalm niet aan de Filistijnen maar aan de socialisten denken, aldus Zijlstra. We mochten er nu wel ietsje meer van hebben, vond hij. De voormalige minister-president onderscheidde drie centrale onderwerpen in het oeuvre van Puchinger, namelijk kerk, staat en maatschappij, ofwel theologie, politiek en kunst. De meesterverteller die Puchinger is, heeft altijd een held nodig. Schilder is zo'n held in de theologie, Colijn in de politiek, P.N. van Eyck en Karel van de Woestijne in de kunst. Met de naam van Abraham Kuyper, één van de figuren die Puchinger altijd is blijven boeien, zijn dit ook de meest voorkomende namen in de bibliografie van Puchinger. Volgens Zijlstra heeft Puchinger met zijn uitputtende boeken over Colijn in de jaren dertig jaren beslissend bijgedragen aan de herwaardering van Colijn. Puchingers toon wordt naarmate de tijd verstrijkt milder. Zijn vele buitenlandse reizen en verblijven, alsmede zijn contacten met de door Puchinger bewonderde kardinaal John Henry Newman (1810-1890) zullen hieraan bijgedragen hebben.
Na het zaaien brak de periode van het maaien en oogsten aan. De VU vergeleek Zijlstra met de boerenschuur van Puchinger, waar de oogst nu heel letterlijk in opgeslagen lag: een overzichtstentoonstelling over Puchinger en zijn werk. 'Wat zou Kuyper zich verbazen als hij hier zijn erfenis kon overzien, die hij in de werken van Puchinger zou tegenkomen, hij zou beschaamd de aftocht blazen', aldus Zijlstra. Zoals een preek van vroeger een toepassing kende, maakte Zijlstra deze nu ook, door figuurlijk de deuren te openen naar de tentoonstelling. Hoewel George nooit een juichend type geweest is, mag dat met de psalmdichter juichend gebeuren.
De tweede feestredenaar was Martin Ros, de meest van boeken bezetene aller bezetenen. Jan de Bruijn heeft mij uitgenodigd, zo sprak hij, en dat zult u weten ook. Ros heeft woord gehouden. Meer dan een uur sprak hij dr. Puchinger en de zaal op bijna onnavolgbare wijze toe. Wat dreef en drijft hem zo vroeg Ros zich af, nu van de gereformeerde wereld slechts een lachspiegel is overgebleven? Weren we straks in het jaar 2000 de mislukking van tweeduizend jaar Christendom? Puchinger zou antwoorden, aldus Ros: zonder Christendom had het er nog veel beroerder uitgezien. Hij verhaalde wat hij als één van de geheimen van de jubilaris zag: nieuwsgierigheid.
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 07 (1996) No 3
Trefwoorden: George Puchinger, Geschiedfilosofie, Christenhistoricus.
