WebfeedRSS
Loading

Het leven van J.T. Doornenbal

Recensie

Schans, A.A. van der

n.a.v. Jeannette Donkersteeg, Die heimwee hebben komen Thuis; het leven van ds. J. T. Doornenbal (Utrecht: De Banier; 1996) 243 blz., prijs fl. 39,50.

"Nederland is een land van dominees en kooplieden", begon koningin Beatrix enkele jaren geleden haar rede voor het Amerikaanse Congres ter gelegenheld van de viering van de vriendschapsbanden tussen beide landen, die tweehonderd jaar geleden gelegd waren. Deze openingszin is een voltreffer, hoewel hij meer naar het verleden wijst, dan het heden weergeeft. Want Nederland is geen land van dominees meer, of we moeten Mient-Jan Faber, Jan Pronk en andere activisten en ijveraars voor de mensenrechten deze titel ook geven, waar misschien wel wat voor te zeggen valt. Nee, de dominee die zo lang een ambt bekleedde, is vervangen door zoiets als een beroepspsycholoog die zijn gemeenteleden vorming geeft. Zonder vertrouwde symbolen is hij onherkenbaar geworden in de samenleving.

Een klein gedeelte van de Nederlandse bevolking denkt daar anders over. In orthodox-protestantse kring is de dominee nog iemand. Al zullen weinigen nog een portret van hun geliefde herder en leraar een plaats geven in hun kamer, wat in het recente verleden beslist geen zeldzaamheid was, in herdenkingsboekjes, in korte of omvangrijkere biografieën, of in andere genres, is de predikant zeer populair en wordt de herinnering aan hem levend gehouden. Uitgevers weten met verzorgde, en vooral rijkelijk geïllustreerde boeken, in te spelen op een behoefte.

Dat is ook het geval met Die heimwee hebben komen Thuis, waarin Jeannette Donkersteeg heel bescheiden aankondigt, een biografische schets te willen geven van ds. J.T. Doornenbal. Om gelijk met de deur in huis te vallen: het boek is de moeite waard. Dat is naast de keurig verzorgde uitgave, vooral te danken aan de hoofdpersoon. Jacobus Teunis Doornenbal (1909-1975) was niet zomaar de eerste de beste. Deze hervormde predikant van respectievelijk Woubrugge, Kesteren en Oene, die zich verder nergens laat indelen, is een buitengewoon markante persoonlijkheid geweest. Zijn levensdevies is nergens beter verwoord dan in de dichtregels van Martinus Nijhoff: "Het leven is een vreemde reis; ons hart een donker ding". Zijn romantische inslag, liefde voor de (wereld)literatuur en de natuur, zijn vriendschap met de grote dichter Gerrit Achterberg, zijn talloze artikelen in de classicale kerkbode van Harderwijk en zijn belangstelling voor het existentialisme; ze komen allemaal aan bod. Maar wat markeert Doornenbal in het bijzonder? Wat is de waarde van een kennisname van zijn leven en werken? Bewust formuleer ik het zo, want van een gedachtengoed kun je bij hem nauwelijks spreken. Daarvoor was hij een te onbelijnde, misschien wel een te onvoorspelbare persoonlijkheid. Voor mij ligt het antwoord in zijn authentieke combinatic van een grondige kennisname van de eigentijdse cultuur met een liefde voor en geestverwantschap met de eenvoudige vromen. Zijn intense aandacht voor en kennis van schrijvers als Rilke, Goethe en Theillard de Chardin was geen modieuze flirt of lippendienst. Net zomin als zijn affiniteit met de oefenaar Wulfert Floor oppervlakkig was, Jeannette Donkersteeg heeft zich in haar Woord Vooraf goed ingedekt. "Wie verwacht in dit boek te zullen lezen wie ds. Doornenbal was wordt teleurgesteld. Hijzelf wist dat niet eens". Zo zal het sommigen verbazen, anderen irriteren, dat hij zowel lid was van de Rotary-club, kloosters, pastoors en nonnen bezocht, maar evenzeer verkeerde met het bevindelijke volk op de Veluwe en in Arnemuiden. Wat de doorn in het vlees van deze – immer vrijgezel gebleven – predikant is geweest wordt ook niet duidelijk. Legio anekdotes hebben de predikant een bijna legendarisch imago gegeven.

Valt op dit boek nog iets aan te merken? Voor het grootste gedeelte van de doelgroep die dit boek leest is dit hoogstwaarschijnlijk niet het geval. De schrijfster heeft geen hagiografische neigingen, bewaart een zekere evenwichtigheid tussen betrokkenheid en distantie en heeft een vlot leesbaar boek geschreven. Hoewel ze beslist geen wetenschappelijke pretenties heeft, is het boek naar mijn smaak iets te voorzichtig en had het aan diepgang gewonnen wanneer ze de hoofdpersoon van haar onderzoek meer "te lijf" was gegaan. Vermoedelijk baseert ze zich te veel op de honderden gesprekken die ze als auteur gevoerd heeft met mensen die ds. Doornenbal gekend hebben. Het is heel begrijpelijk en te respecteren dat deze mensen, vaak vanuit erg persoonlijke herinneringen, met piëteit over Doornenbal spreken, maar de auteur had andere bronnen zoals preken kunnen analyseren om het beeld van haar "held" te verdiepen. Gecombineerd met vergelijkend onderzoek had dit mogelijkerwijs geleid tot een duidelijkere positionering, waarin de rijkdom en de beperkingen van de persoonlijkheid van ds. Doornenbal zichtbaar bleven. In dit boek wordt vooral de mens Doornenbal getekend. Doornenbal als prediker komt niet uit de verf. Soms dreigt het anekdotische de overhand te krijgen. Hierdoor blijft onderbelicht waarom ook deze predikant “nog spreekt, nadat hij gestorven is".

De titel is een zeer adequate samenvatting van het leven van deze dominee. Tijdens zijn leven heeft hij – ondanks het mysterie dat hij voor anderen was – iets uitgestraald van dat heimwee, waarvan hij tijdens zijn leven zo duidelijk getuigde. Was Nederland nog maar een domineesland. Van predikanten als Doornenbal heb je er niet gauw teveel.

 Download de complete recensie (pdf)

 Download de complete recensie (Word)


 Laatst gewijzigd: 22-05-11 - Geplaatst: 22-05-11

Reacties: