Tragiek en lijden van de hugenoten
Recensie
Zwaag, K. van der
n.a.v. Albert Martin Steffe, De Hugenoten. Tragiek en lijden omwille van een eigen geloof (Baarn: Tirion, 1994) 473 blz., prijs fl. 49,50
Met onze verdraagzaamheid hebben we geen werkelijke vooruitgang gcboekt. Onze tolerantie is in vele gevallen niet meer dan onverschilligheid tegenover onze geestelijke waarden en achtergronden. Die opmerkelijke conclusie trekt A.M. Steffe in een monografie over de Hugenoten in Frankrijk, een vertaling van zijn in 1989 verschenen studie Die Hugenoten: Macht des Geistes gegen den Geist der Macht. Deze oorspronkelijke titel toont duidelijk de drijfveren van de Hugenoten aan. De mensen van deze eeuw zijn te weinig gevoelig voor de betekenis van geestelijk leven, zo zegt Steffe. Maar juist dat geestelijk leven vormde de bron van inspiratie van de Hugenoten van wie het leven gekenmerkt werd door "tragiek en lijden omwille van een eigen geloof", zoals de Nederlandse ondertitel luidt.
Het is onduidelijk waar de naam "Huguenots" vandaan komt. Men herleidt dit woord tot de Geneefse burgemeester Hugues, of tot een geheim genootschap Hugo de Capetinger, of – als derde mogelijkheid – tot de verbastering van de Zwitserse Eidgenossen, die tegen de hertogen van Savoye in opstand waren gekomen. Hoc het ook zij, het boek van Steffe slaagt er goed in om de bewogen geschiedenis van deze Franse protestanten tot leven te brengen. Het boek begint met de oorsprongen van de reformatorische beweging van Frankrijk in middeleeuwse bewegingen, zoals van Waldenzen, Albigenzen en Katharen. Omstreeks l555 verkeerden de Franse protestanten in een uitermate benarde positie. Het beruchte kettersgerechtshof (chambre ardente) voerde honderden doodvonnissen uit. Maar in weerwil van deze uiterlijke druk organiseerde zich de Franse protestantse kerk, die in 1559 haar eerste synode hield. In Frankrijk waren er toen omtrent 400.000 protestanten. Ongeveer tien procent in Frankrijk, verdeeld over circa 200 gemeenten, was in die tijd protestants.
Het boek toont aan welke gruwelijkheden werden gedaan om de Hugenoten uit het openbare leven te elimineren. De Franse godsdienstoorlog begon in 1562, terwijl in 1572 (Calvijn was al gestorven in 1564) de beruchte Bartholomeüsnacht plaatsvond. In 1598 ging het Edict van Nantes van kracht, een hernieuwing van het Edict van 1576, maar toch breder en fundamenteler. De protestanten kregen vrijplaatsen, zij het dat de hoofdstad voor hen bleef gesloten. De hervormden werden beschermd tegen aanspraken vanuit de Katholieke Kerk, en er werd een generaal pardon afgevaardigd. Het protestantisme kreeg zijn erkenning, zij het in de "neerbuigende formulering" (Steffe) van Religion Prétendue Reformée (zogenaamde hervormde godsdienst)! Het aantal protestanten was inmiddels gegroeid tot 1,25 miljoen, een flink aantal op de in totaal vijftien miljoen Fransen. Het Edict van Nantes was volgens Steffe het persoonlijke levenswerk en de politieke droom van de Franse koning Hendrik IV "Geen koning was zo ontwikkeld als hij en representeerde de tolerantie-idee zo waarachtig" (234).
Het nieuwe was dat de koning de eenheid van de natie volstrekt gehandhaafd zag, ondanks de aanwezigheid van mensen die een ander geloof beleden. De vreedzame en gematigde katholieken van de richting van de "politiques" (politieken), met als hoofdvertegenwoordiger de kanselier Michel de l’Hôpital, zag de staatshervorming als hoogste gebod. Religie werd ook door deze groep als grondslag van de staat gezien, maar ze mocht nooit voorwendsel van fracties zijn (255). Het was deze groep die de eenheid van de natic heeft gered. Het bleek immers steeds meer welk een onzinnige burgeroorlog er werd gevoerd. De wetten der economie, de ervaringen van de praktische koopman, die ook buitenslands verkeerde, maakten een einde aan deze 'religieuze' oorlogen. Typerend voor de periode van 1598-1690 was de opnieuw ontstane terugval, het grote decrescendo, zoals Steffe het uitdrukt. Enerzijds was er toenemende bewustwording van de protestanten, die zich in cereles (kringen) organiseerden, en ook eisten dat de naam RPR werd afgeschaft en zij tot alle ambten toegelaten werden. Anderzijds werden protestanten als een bedreiging van de staat gezien; een rekatholisering brak zich baan, tot uiting komend in stelselmatige discriminatie en vervolging van protestanten (zoals verdrijving uit ambten en ambachten). Er vonden "gedwongen" bekeringen plaats, het werk van de wrede dragonders. Als gevolg daarvan werd in 1685 het Edict van Nantes opgeheven. Ondanks dit bevinden we ons dan in het vroege tijdperk van de Verlichting!
Download de complete recensie (pdf)
Download de complete recensie (Word)
Jaargang 06 (1995) No 1
Trefwoorden: Recensie (artikel), Hugenoten, Godsdienstoorlogen.
