WebfeedRSS
Loading

Vuur en vlam

Recensie

Krabbendam, H.

n.a.v. R. Kuiper en W. Bouwman (red.), Vuur en vlam, deel 2, De organisatie van het vrijgemaakt-gereformeerde leven 1944-1994 (Amsterdam: Buijten en Schipperheijn, 1998) 352 pag., isbn 90-6064-944-3, fl. 49,90.

Het is een teken van volwassenheid als een subultuur het aandurft om kritisch de eigen geschiedenis te beschrijven. Dit tweede deel van Vuur en vlam is evenals het eerste een particulier initiatief van een groep jonge professioneel opgeleide historici uit, of verwant aan, de gereformeerde kerk (vrijgemaakt). Ze schrijven vrijmoedig over de idealen en de uitwerking daarvan die deze karakteristieke kerk heeft gekoesterd. Ging het in eerste deel vooral over het begin van de vrijmaking en de (interne strijd in de jaren ’60, dit tweede deel beschrijft de institutionele kant van de organisaties die een rol speelden in het publieke leven: het GPV (onderverdeeld in een perlode voor en de tijd na 1963 toen P. Jongeling in de Tweede Kamer werd gekozen), het Nederlands Dagblad (ND), het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond (GMV) en de Gereformeerde Omroep Vereniging (GOV).

Heeft een bundel gedetailleerde studies over organisaties die zijn ontsproten aan de vrijgemaakt-gereformeerde subcultuur wat te bieden aan 'anderskerkenden'? Op het eerste gezicht zal de beschrijving met de veelheid aan namen en genuanceerde posities en vooral ook veel ruzies voornamelijk vrijgemaakten zelf kunnen boeien. De meest publiek aanwezige organisaties, GPV en ND, zullen daarnaast ook politicologen en mediahistorici van stof voorzien. Dat een politieke partij zich met politiek bezighoudt blijkt allerminst een vanzelfsprekendheid. Het GPV moest daarvoor eerst een koersverandering van kerkelijk naar een politiek-inhoudelijk ondergaan. De huidige politieke en journalistieke kwaiiteit van partij en krant hebben een lang voortraject.

De deelstudies over GMV en GOV zijn nog meer voor intern gebruik en blijven niet altijd boeien. De waarde van deze bundel ligt in de combinatie van artikelen: de uitkomst is veel meer dan de som der delen. Dankzij de parallelle ontwikkelingen zijn algemene uitspraken te doen. De Amerikaanse historicus James Kennedy geeft daarvoor een bruikbare aanzet in een slotbeschouwing. Hij typeert met behulp van deze artikelen de vrijgemaakten als immuun voor de tijdgeest van verandering omdat ze zich volledig concentreerden op de kerk en kerkelijke kwesties en daardoor in de praktijk vooral behoudende standpunten aanhingen. De drang tot het oprichten van eigen organisaties was een gevolg van de jundisch geladen kerkstrijd van 1944, die ervoor zorgde dat meningsverschillen steeds herleid werden tot de kerkkwestie in juridische zin. Het ideaal van de doorgaande reformatie en de antithese, niet tussen kerk en wereld, maar tussen ware en valse kerk, bepaalde de gedragslijn. Wie dit boek leest, staat tevens versteld van de opmerkelijke verschuiving die zich in het vrijgemaakte volksdeel heeft voltrokken. Nu de kerkelijke tegenstanders verdwenen zijn, zoeken vrijgemaakten nieuwe bondgenoten. EO en RPF, vroeger verafschuwd als kerkverleiders, werden nu stevig omarmd.

Kennedy pleit voor terughoudendheid in het vellen van een moreel oordeel en gebruikt de term ironie als aanbevolen stijl van presentatie. Toch houdt dat ook een moreel oordeel in. De 'ware kerk'-ideologie laat zich niet zomaar relativeren en het is de vraag wat die leer gereformeerd Nederland heeft opgeleverd. Bij mijn weten is dit leerstuk niet ingetrokken en daarom blijft de officiële lijn van de vrijgemaakten halfslachtig. ls het te riskant om dit dogma ter discussie te stellen?

 Download de complete recensie (pdf)

 Download de complete recensie (Word)

 De geschiedenis van de Vrijmaking (1944) op protestant.nl

 Korte geschiedenis van het Nederlands Dagblad


 Laatst gewijzigd: 01-05-11 - Geplaatst: 30-04-11

Reacties: