WebfeedRSS
Loading

Parlementariër Leen van Dijke over de Armeense genocide

Een kwestie van rechtvaardigheid

Jong, A. de

Vanaf begin 1915 brachten de Jong-Turken in het Ottomaanse Rijk in een paar jaar tijd naar schatting anderhalf miljoen christelijke Armeniërs op gruwelijke wijze om het leven: de eerste genocide van de twintigste eeuw. Het is hoog tijd dat Nederland deze volkenmoord officieel erkent en veroordeelt, vindt ChristenUnie-Kamerlid Leen van Dijke. "Hoe meer landen tot officiële erkenning overgaan, hoe groter de kans det Turkije eindelijk schuld zal bekennen. Dat laatste is weer van belang om de politieke verhoudingen in de Kaukasus enigszins te normaliseren."

Noem de naam Armenië en de meeste Nederlanders zullen geen teken van herkenning geven. Slechts een enkeling heeft er associaties bij. Sommigen herinneren zich de zware aardbeving van 1989 nog, die onder de bevolking van de voormalige Sovjetrepubliek – onafhankelijk sinds 1991 – zeker vijfentwintigduizend slachtoffers eiste. Maar daarmee houdt de kennis van het land meestal wel op.

Dat de Armeniërs aan het begin van de vorige eeuw massaal het slachtoffer zijn geworden van massale Turkse gewelddaden, staat een moderne burger nauwelijks nog voor de geest. Voor de Armeniërs zelf is de genocide echter nog altijd levende werkelijkheid. De meeste van hen kunnen in hun voorgeslacht meerdere personen aanwijzen die door het Turkse geweld om het leven kwamen.

Geblokkeerd

Een gezonde verwerking van deze traumatische gebeurtenissen wordt met name geblokkeerd door de halsstarrige weigering van Turkije om de wandaden binnen het Ottomaanse Rijk begaan te erkennen en te veroordelen. Nog aitijd laat Turkije geen kans onbenut om de genocide te ontkennen, bagatelliseren of in een verontschuldigende context te plaatsen.

Twee voorbeelden ter illustratie. Eind vorig jaar verscheen in De Volkskrant een artikel over de door velen vergeten volkenmoord. Prompt volgde in hetzelfde dagblad een ingezonden brief door de Turkse ambassade vol ontkenningen en bagatelliseringen.

Op 19 januari nam de Franse Nationale Vergadering een wetsvoorstel aan waarin Frankrijk "de Armeense volkenmoord van 1915" officieel erkent. Turkije reageerde woedend en trok meteen zijn ambassadeur terug. Zes dagen eerder al publiceerde een Turkse krant namen en adressen van Franse politici en journalisten. De Turkse bevolking werd op deze wijze opgeroepen om genoemde personen te bombarderen met waarschuwende e-mails en brieven.

Door deze verkrampte houding van Turkije deinen de golven van geweld die in 1910 over de Armeniërs losbarstten in de huidige politieke en maatschappelijke context heviger na dan strikt noodzakelijk is. Zo kan de ijzige sfeer tussen Armenië en zijn buurlanden, waaronder het aan Turkije verwante Azerbeidzjan, niet ontdooien zonder dat Turkije zijn afwerende houding opgeeft tegenover elk open debat over de genocide.

Doorbreken

Iemand die deze patstelling graag zou doorbreken en de kwestie van de genocide op de Armeniërs op de internationale politieke agenda zou willen zien, is het ChristenUnie-Kamerlid Leen van Dijke. De politicus bezocht afgelopen zomer op eigen initiatief de onafhankelijke Republiek Armenië. Twee weken reisde hij er rond en sprak hij er met gewone burgers, met ondememers, met parlementsleden en ministers.

Het genocide-vraagstuk was niet het eerste motief voor Van Dijke om de Transkaukasische republiek te bezoeken. Van Dijke: "Armenië fascineert mij al langere tijd, met name door zijn rijke culturele verleden, gestempeld door het christendom. Die fascinatie is nog versterkt doordat mijn schoonzoon een Armeniër is. Toen ik besloot deze zomer het land te bezoeken, was mijn primaire doel te onderzoeken of de relatie tussen de Europese Unie en Armenië, meer het in bijzonder de relatie tussen Nederland en Armenië, niet verbeterd kon worden. Het land heeft het economisch en politiek uiterst moeilijk. Het lukt maar niet om de omschakeling te maken van een communistische, geleide economie, naar een vrijemarkteconomie. Financieel-economisch holt Armenië achteruit. Burgers verlieten de afgelopen jaren bij honderdduizenden het land. Er wordt in Armenië bittere armoe geleden. Volgens mij zouden wij vanuit het rijke Westen best meer hulp aan dit land kunnen bieden. Niet alleen noodhulp, maar ook structurele ontwikkelingshulp."

 Download het complete artikel (pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 30-04-11 - Geplaatst: 30-04-11