Mislukte Schorskes-imitaties
Recensie
Paul, H.
n.a.v. Jan Bank en Maarten van Buuren, 1900. Hoogte van burgerlijke cultuur (Den Haag: SDU, 2000) 624 blz., fl. 95,00
Uitdagend, bijna provocerend klinkt het 'hoogtij' waarmee Bank en Van Buuren de Nederlandse geschiedenis rond 1900 karakteriseren. Uitdagend, omdat de typering haaks staat op die waarmee, sinds het Breukvlak van Romein, de late negentiende eeuw gezien wordt als een tijdvak van fabrieksarbeid, secularisering en koloniale tegenslag. Provocerend, omdat het 'hoogtij van burgerlijke cultuur' een nogal elitair cultuurbegrip veronderstelt – een vertrekpunt dat niet alleen kan worden aangevochten met noties als discours en Öffentlichkeit, maar tevens op het randje ligt van wat als politiek correct mag gelden. Onomwonden verklaren de auteurs hun inspiratie te hebben gevonden in Schorskes Fin-de-siècle Vienna, het prachtige maar behoorlijk gedateerde boek (1961) over 'de grote intellectuele vernieuwers in Wenen'.
Inderdaad heeft 1900 wel wat weg van Schorskes werk. Zoals Wenen in de tekening van Schorske bestond uit de architectuur van de Ringstrasse, de schilderkunst van Klimt en de muzikale experimenten van Schonberg, zo was Nederland in de optiek van Bank en Van Buuren een land van Nobelprijzen in de natuurkunde, Mahler-symfonieën in het Concertgebouw, Gesamtkunst-idealen en socialisme à la Domela Nieuwenhuis. Waar Fin-de-siècle Vienna om zijn prachtige diepteboringen en verrassende dwarsverbanden nog altijd een fantastisch boek is, zo valt er veel te genieten in de exposes over neogotische kerkarchitectuur, de emancipatie van de psychologie en de inrichting van de moderne Nederlandse stad.
Maar hiermee is ook alles gezegd. De fraaie perikopen worden omgeven door honderden pagina's tekst van heel wat lager kaliber. Tegenover elke geslaagde Schorskes-imitatie staat een dozijn paragrafen dat het niveau van een derdejaars werkstuk niet overstijgt. Afgezien van feitelijke onjuistheden – wanneer verscheen Huizinga's Herfsttij? – kenmerken deze teksten zich door een grote aarzeling op eigen benen te staan. In perspectief en documentatie leunen de auteurs sterk op anderen. De delen over het gereformeerde leven, bijvoorbeeld, ontlenen veel aan Augustijn. Citaten van een halve pagina maken deze afhankelijkheid genoegzaam duidelijk. Waarom, is men geneigd te vragen, hebben de schrijvers deze paragrafen niet aan een deskundige uitbesteed, zoals ook het hoofdstuk over Heymans door een derde is geschreven? Dat zou een ruiterlijjke erkenning van eigen onvermogen zijn geweest en had allerlei foutieve inschattingen kunnen voorkomen. Dan had de Heidelberger Catechismus niet een 'Europees handboek voor het calvinisme' hoeven heten. Dan was ook Kuypers 'antithese' adequaat uiteengezet en waren de negentiende-eeuwse dominees er wat minder negatief vanaf gekomen.
Het kun je het dossier "1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur" van Geschiedenis24 bekijken.
Download de complete recensie (pdf)
Download de complete recensie (Word)
Recensie van Elsbeth Etty (NRC)
Jaargang 12 (2001) No 2
Trefwoorden: 20e eeuw, Cultuurgeschiedenis, Recensie (artikel).
