Een meesterlijk boek
Recensie
Krabbendam, H.
n.a.v. Willem Frijhoff, Wegen van Evert Willemsz. Een Hollands weeskind op zoek naar zichzelf 1607-1647 (Nijmegen: Sun, 1995) 928 blz., prijs fl. 89,50.
Dit boek verdient een prijs, niet alleen vanwege het feit dat de auteur met betrekkelijk weinig gegevens een uiterst omvattend portret schetst van één van de eerste predikanten in Nieuw Amsterdam, maar meer nog omdat hij een voorbeeld ter navolging geeft van een gedegen vorm van mentaliteitsgeschiedenis.
De hoofdpersoon van de bijna duizend bladzijden is Evert Willemsz. Bogaert, een wees uit Woerden, die op vijftienjarige leeftijd goddelijke boodschappen krijgt nadat hij een tijdlang ziek is geweest. De rector van de Latijnse school ter plaatse legt deze boodschap, die oproept tot bekering, vast en publiceert ze met goedkeuring van de (orthodoxe) kerkeraad. Evert weet zich vervolgens geroepen om predikant te worden en krijgt de gelegenheid om naar school te gaan en daarna op kosten van de magistraat in Leiden theologie te studeren. Van 1630 tot 1632 dient Evert als ziekentrooster bij de WIC aan de kust van Guinee. Na terugkeer in Nederland zendt classis Amsterdam hem als predikant (Bogardus) uit naar Nieuw Amsterdam. Hij raakt daar in conflict met de hoogste ambtenaren en besluit zijn zaak persoonlijk te verdedigen. Hij verdrinkt voor de kust van Wales tijdens een schipbreuk in 1647.
Zowel over Evert als over ds. Bogardus was wel het een en ander bekend. Het briljante van dit boek is dat het de twee geschiedenissen aan elkaar koppelt en rond de enkele draadjes die er van hun levens overbleven een veelkleurig tapijt weeft. Wie een biografie verwacht kan teleurgesteld raken bij lezing van het boek, want het is meer een encyclopedisch overzicht over het gewone leven in Neerlands Gouden Eeuw. Door uitvoerig de omgeving van Everts omstandigheden uit te diepen, zoals het leven in een weeshuis, familiebanden, het functioneren van vroedschap en kerkeraad, de nieuwsvoorziening, schept Frijhoff een context waarin het leven van Evert betekenis krijgt.
Het boek dwingt groot respect af door de zorgvuldigheid en brede belezenheid die Frijhoff ten toon spreidt. Hij is op de hoogte met de laatste onderzoeksresultaten en vakdiscussies op het gebied van genealogie, theologie, psychologie en geografie. Bovendien is het een verademing dat de auteur het religieuze volstrekt serieus neemt. Hij verklaart Everts ervaring niet weg, maar probeert met behulp van parallelle ervaringen structuren te ontdekken. Ook de religieuze motieven van handelsondernemers laat Frijhotf in hun waarde: "Al klinkt de verwijzing naar God en de godsdienst voor ons wat plichtmatig, ze vormde voor de vroegmoderne mens wel degelijk een kapitale motivatie – wat overigens allerminst uitsluit dat in het leven van alledag andere motivaties konden overheersen." (499) De auteur rehabiliteert Bogardus' optreden in Nieuw Amsterdam: hij was het sociale geweten van de kolonie en achtte het zijn plicht om een bijbels protest te laten horen als er onrecht werd gedaan ten opzichte van de Indianen (731).
De methode die Frijhoff gebruikt kent echter ook een nadeel en dat is dat elk handelen van Evert met betekenis wordt geladen. Bij gebrek aan meer gegevens ontstaat er een behoorlijke interpretatieruimte, die soms ook anders ingevuld had kunnen worden. Op pag. 38 karakteriseert hij Everts religieuze ervaring als een "persoonlijke vertaling van zijn biologische rijping", waarbij de rol van het afleggen van openbare geloofsbelijdenis wordt veronachtzaamd als overgangsrite naar volwassenheid.
Maar Frijhoff geeft zelf al expliciet aan dat hij een constructie maakt en in bijna 1000 pagina's zal heus wel het een en ander te vinden, waarover men verschillend kan denken, bijv. de koppeling tussen de vrij analytisch beschreven uitverkiezingsleer en de suggestie dat de "gelovige jongen zich het abstracte leerstuk van de predestinatie eigen maakte en er een concreet levensproject uit distilleerde." (352) Ook dit lijkt een (te) bewuste activiteit van de hoofdpersoon. Omdat er niet veel bekend is over Bogardus’ zieleleven, maakt de schrijver wellicht te makkelijk een piëtist van deze temperamentvolle predikant.
Er is wel eens sceptisch opgemerkt dat de biografische studie niet kan verklaren waarom Nieuw Amsterdam als Nederlandse kolonie verloren ging. Natuurlijk speelden allerlei structurele spanningen, zoals tussen handelspost of landbouwkolonie, een grote rol, maar de botsing van persoonlijkheden heeft mede bijgedragen aan de versnippering en het gemis aan identificatie met het project. Frijhoff maakt dit zeer duidelijk en daarnaast verstrekt hij allerlei informatieve excursen over hoe zwarten deel uitmaakten van de kerkelijke gemeente in de beginperiode en hoe de relatie kolonie en patria zich ontwikkelde. Ik kan niet anders concluderen dan dat dit meesterlijk boek bestudering zeker waard is.
Download de complete recensie (pdf)
Download de complete recensie (Word)
Lees de recensie van dit boek door de NRC
Lees hier een artikel van Frijhoff over Evert Willemsz. (pdf)
Jaargang 07 (1996) No 4
Trefwoorden: Ziekentrooster, New York, Recensie (artikel).
