Patriotten en prinsgezinden in Goes
Niewenhuijse, L.
'Wie Oranje niet wil minnen, steek ik zoo den oven binnen.' De bakker in Goes die dit opschrift op zijn winkeldeur had aangebracht, was niet de enige aanhanger van stadhouder Willem V in de stad. Integendeel, Goes was in de jaren 1780-1795 sterk oranjegezind. Toch beïnvloedde het patriottenklimaat in de Republiek ook het weer in Goes. De spreuk van de bakker doet al vermoeden dat de spanningen tussen prinsgezinden en patriotten in Goes net als elders in het land bij tijden hoog opliepen. In dit artikel wordt nagegaan in hoeverre de politieke situatie in Goes in de periode 1780-1813 een afspiegeling is van de landelijke ontwikkelingen.
Opkomst van de patriotten in Goes, 1780-1787
Tijdens de ongunstig verlopen Derde Engelse Oorlog (1780-'84) rommelde het ook aan de zuidgrens van de Republiek. De zuidelijke Nederlanden behoorden sinds 1713 bij Oostenrijk. Toen ons land met Engeland in oorlog was, voerde ook de Oostenrijkse keizer Jozef II de druk op de Republiek op. Hij eiste de ontruiming van de zogenaamde barrièresteden, een rij vestingen in de Oostenrijkse Nederlanden door de Republiek bemand om een eventuele Franse inval op te vangen. Jozef II wilde ook af van de belemmeringen van de vrije doorvaart door de Schelde. Om deze eis kracht bij te zetten, begon hij een zenuwenoorlog met grensincidenten. Hij liet bijvoorbeeld telkens vanuit Antwerpen schepen de Schelde opvaren om de paraatheid van de Nederlandse vloot te testen. Stel je voor dat de keizer deze prikacties zou omzetten in een echte oorlog? Dan was Zeeland in gevaar.
In pamfletten en vlugschriften bekritiseerden de patriotten de geringe militaire kracht van ons land en wezen ze stadhouder Willem V als hoofdschuldige aan. In Zeeland werd dat toegespitst op de dreiging vanuit het zuiden. Ook in Goes kwam de patriottenbeweging op. De belangrijkste leiders waren Pieter Ossewaarde, lid van het stadsbestuur, ds. Abraham Staal, voorganger van de doopsgezinden in de stad en medewerker aan het patriotse blad De Politieke Kruyer, en mr. Jan de Windt, advocaat en officier van de schutterij.
Om zich te kunnen verweren tegen een inval vanuit de Oostenrijkse Nederlanden, had het Goese stadsbestuur in 1784 de paraatheid van de schutterij opgevoerd. Deze maatregel ging een groepje patriotten niet ver genoeg. Een commissie van 20 waakzame en bezorgde patriotten onder leiding van ds. Staal wees het stadsbestuur erop dat de keizer via 'verdronken land' in 'één uur tijds, meer dan 3.000 mannen, droogvoets, zonder slag of stoot, in dit ons gewigtig Eiland' zou kunnen overbrengen. De 'Vaderlandslievende' Heer J. Spyker uit Nisse en de Heer Jacobus Dominicus, bierbrouwer in Goes hadden 'ter volkoomen overtuiging de cordaatheid gehad de proef te neemen.' Op Zuid-Beveland bevond zich echter niet meer dan 150 man infanterie, de burgers en de landlieden waren ongewapend en het geschut bestond slechts uit zes vierponders. Daarom was het wenselijk dat meer mensen zouden deelnemen aan het exercitiegenootschap van 50 à 60 'weldenkende Vaderlandsche Burgers'.
De oprichtingsdatum van het patriotse genootschap 'De Vrijheid' is niet exact bekend. In 1784 had ze in elk geval het recht gekregen om te oefenen in het Koor van de Grote Kerk (!). De 'Doelen' waren namelijk voorbehouden aan de gewone schutterij. Net zoals elders beoefende het vrijcorps niet alleen de schietkunst. Er werd op de bijeenkomsten ook druk politiek bedreven. In augustus 1785 greep het in meerderheid prinsgezinde stadsbestuur in: het genootschap moest haar 'manoeuvres' staken. De heren Ossewaarde en De Crane protesteerden in de raad en liepen bij aanvaarding van het besluit demonstratief de raadzaal uit.
Intussen hadden de patriotten in Goes ook een leesgezelschap opgericht. Het kreeg de naam ‘Tot Nut en Vermaak’. Het leesgezelschap was niet zozeer een cultureel genootschap, maar het behoorde tot de groep van de zogenaamde burgersociëteiten. Dat waren veeleer politieke organisaties, die in de jaren tachtig in heel de Republiek als paddestoelen uit de grond schoten. In een verzoek aan het stadsbestuur lichtte de secretaris, ds. Staal, het doel van de vereniging toe:
'Rustverstorende, overheidshonende, Gods naam onteerende gezegdes zullen in dezen burgerkring volstrektelijk niet worden gedoogd, maar openhartige gesprekken over den toestand van ons dierbaar Vaderland, nae aanleiding der Nieuwspapieren en Vaderlandsche geschriften zullen op decente wijze vrijelijk gevoerd mogen worden; de meer kundige burger zal zijn min geoefenden medeburger opleiden tot – en voorlichten in – alle zaken nodig ter algemeene volksbeschaving en ter bevordering van burgerlijke kundigheden, waartoe dit gezelschap alleen is ingericht.'
Het gezelschap vergaderde in de herberg van Jan Adam Weinrich op de Grote Kade. Leden van de sociëteit dienden regelmatig verzoekschriften bij het stadsbestuur in. Dat was een middel om hun ideeën bekend te maken. Het was namelijk in Goes de gewoonte dat de burgemeester ingediende verzoekschriften op de trappen van het stadhuis voorlas.
In maart 1786 dreigde de zaak uit de hand te lopen, toen leden van het gezelschap wat te diep in het glaasje hadden gekeken en uit volle borst lofliederen gingen zingen op de successen die de patriotten in Utrecht hadden geboekt. Woedende prinsgezinden liepen voor de herberg te hoop om de patriotten een lesje te leren. Het kwam nog net niet tot vechtpartijen. Wel werden enkele dagen later twee patriotten in elkaar geslagen toen ze midden in de nacht van een feest naar huis gingen. Tijdens zijn rondreis door de hem welgezinde gewesten bezocht Willem V in juli 1786 ook de stad Goes. Uit de hanelijke ontvangst en de toejuichingen bleek de aanhankelijkheid van de Goese burgers aan de stadhouder.
Fanatieke prinsgezinden demonstreerden voor huizen van patriotten met leuzen als 'Oranje boven, patriotten onder!' Er waren scheldpartijen over en weer en twee patriotten die zich met een zwarte cocarde op straat waagden, werden gemolesteerd. Beklag bij de burgemeester zou niet helpen, 'vermits hy in een tyd als deze geen regt zoude krygen', merkte een van de vrienden van de slachtoffers op. De 75-jarige Jan Cuduy draaide zelfs de cel in, nadat hij zich in het openbaar negatief over de prins had uitgesproken.
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Stukje over patriotten in Zeeland (weblog)
De Zeeuwse Canon (in 50 vensters)
Jaargang 07 (1996) No 4
Trefwoorden: Patriotten, Zeeland, 18e eeuw.
