Calvijn: de hervormer 'out of Geneva'
Recensie
Müller, J.
n.a.v. H.A. Oberman, John Calvin and the Reformation of the Refugees (Geneve: Librairie Droz, 2009), ISBN 978-2-600-00687-3, 232 blz., € 73,67 paperback
Het vijfhonderdjarige jubileum van Johannes Calvijns geboorte in 2009 heeft een aanzienlijke en onvoorziene oogst opgeleverd aan nieuwe literatuur over de kerkhervormer. Een uitgave van het aan Calvijn gewijde werk van Heiko A. Oberman was al langer gepland; het herdenkingsjaar bood een goede aanleiding om de bijdrages van de in 2001 overleden kerkhistoricus, die tot de meest gerespecteerde autoriteiten op het gebied van het Reformatieonderzoek behoorde, opnieuw onder de aandacht te brengen. De bijdragen die Oberman aan de bestudering van Calvijns theologie en denken gewijd heeft, waren tot nu toe alleen verspreid over een heel aantal artikelen beschikbaar. Nadat een van de hoofdstukken al in het eveneens postume Two Reformations uit 2003 verscheen, zijn de opstellen nu voor het eerst in één boek gebundeld.
De kern van de bundel die Obermans werk over Calvijn goed weergeeft, vormt het in 1992 verschenen opstel Europa Afflicta. The Reformation of the Refugees. Deze tekst zou het begin vormen voor een groter project dat Oberman voor ogen stond, maar is door zijn voortijdig overlijden nooit gerealiseerd. Na zijn baanbrekende studies over Luther en de Duitse reformatie stond het latere werk van de Nederlandse kerkhistoricus – die leerstoelen in Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten bekleedde – in het teken van 'turning French' en een concentratie op de door Calvijn geïnitieerde Franse en uiteindelijk internationaal georiënteerde reformatie. Calvijns reformatie was volgens hem van een geheel andere aard dan de Duitse territoriale en de Zwitserse stedelijke kerkhervorming: de Fransman was voor Oberman niet de reformator van Geneve, zoals Zwingli en Bullinger dat van Zürich waren geweest, maar eerder de hervormer 'out of Geneva'. In plaats van een eenheid van stedelijke en kerkelijke gemeenschap na te streven, zou Calvijns visie van de kerk vooral door zijn ballingschapervaring als Franse geloofsvluchteling bepaald geweest zijn: de kerk bestond voor hem niet uit alle inwoners van de stad of streek, maar de ware gelovigen waren in deze wereld juist vreemdelingen, pelgrims op weg naar het beloofde land.
Deze visie op de kerk zou volgens Oberman verreikende implicaties hebben gehad, waaronder een nieuwe waardering voor vreemdeling- en ballingschap en een indamming van het middeleeuwse christelijke antisemitisme dat in de andere confessies nog lang voortleefde. Met name op het laatste punt is al veel kritiek geuit en de stelling dat de ballingschapervaring in het Europees calvinisme inderdaad voor een positievere houding tegenover de joden zorgde, valt moeilijk hard te maken.
Maar ook het centrale element van Obermans Calvijn-beeld blijft moeilijkheden opleveren: terwijl zijn schets bijvoorbeeld voor het Nederlandse gereformeerde protestantisme goed op zou kunnen gaan, lijken juist de gebieden waar Calvijn de grootste invloed had daarbuiten te vallen. In Genève bijvoorbeeld valt van de 'vluchtelingenmentaliteit' van de calvinisten weinig te bespeuren: de gelovigen waren daar zeker niet de 'kleine kudde' van vervolgde pelgrims, maar de kerk omvatte juist de gehele bevolking. Terwijl de kerkentucht in Nederland alleen maar onder de kleine minderheid van belijdende gemeenteleden werd gehandhaafd, viel in Genève iedereen onder het wakende oog van het consistoire. Die vraag die vervolgens rijst, is of nu juist de ervaring van ballingschap beslissend was voor het ontstaan van een gereformeerd kerk- en gemeentemodel zoals we dat uit de Nederlandse Republiek kennen. Het feit dat de Nederlandse kerk een vrijwilligerskerk was, kan zeker in verband gebracht worden met haar ontstaan in ballingschap, maar dit verklaart nog niet alles. Het grote voornemen van Oberman was dan ook het 'ballingendriehoek Emden – Antwerpen – Londen' nader te onderzoeken, waartoe hij helaas geen gelegenheid meer kreeg.
Ondanks alle mogelijke bedenkingen blijft de Oberman ingeslagen weg uitermate boeiend en verrijkend, en de discussie daarover is nog lang niet ten einde gevoerd. Wat nu te doen valt, is het testen van zijn hypotheses – wat de uitkomst hiervan ook mag zijn. Gezegd kan worden dat zijn 'Reformation of the Refugees'-these tot hele verrassende en belangrijke inzichten in Calvijns theologie en zijn positie als Europese kerkhervormer heeft geleid. Dat Obermans helaas fragmentarisch gebleven werk over Calvijn nu in één boek beschikbaar is, is dan ook zeer te verwelkomen. De losse eindjes maken het boek wat mij betreft des te spannender: in plaats van één afgerond verhaal te presenteren dagen Obermans opstellen constant uit om verder te denken en zelf met zijn ideeën aan de slag te gaan. Soms echter was iets meer duidelijkheid en explicatie wenselijk geweest. Wanneer hij bijvoorbeeld in enkele alinea's 'all characteristic dimensions of Calvin's thinking' als bepaald door een wending 'from ontology to psychology' presenteert, snijdt hij daarmee een fascinerend onderwerp aan, maar een onderbouwing voor zijn these vinden we nergens. Was het inderdaad zo dat Calvijn zaken als zonde, genade en heil radicaal psychologiseerde, of zouden we eerder moeten kijken naar een andere vorm van ontologie die hier aan de orde is? Dat een op de leest van de aristotelische metafysica geschoeide zijnsleer bij Calvijn geen rol meer speelt is overtuigend, maar dat daarvoor louter psychologie in de plaats zou komen, daarvan weet Oberman toch niet te overtuigen. Ook na jaren blijft zijn werk dus nog steeds controversieel en uitdagend. Het blijft afwachten wat er met zijn ideeën in de toekomst gebeurt. Dat dit boek zijn werk opnieuw onder de aandacht brengt, is dan ook zeer toe te juichen.
Jaargang 22 (2011) No 2 - Vijftig jaar Samen op Weg
Trefwoorden: Calvijn, Reformatie, Recensie (artikel).
