WebfeedRSS
Loading

Op Weg naar Samen - Samen op Weg

Persoonlijke impressies

Vroom, H.

Het Samen op Weg-proces (SoW) wordt gekenmerkt door 'gelijktijdige ongelijktijdigheid': diverse groeperingen in de kerk maken na elkaar ontwikkelingsprocessen door over 'dezelfde vraagstukken' en stellen zich daarin ten dele gelijk en ten dele ongelijk op. Dat speelde in de jaren 1960 maar het speelt ook nu, want noch op lokaal noch op landelijk niveau is het proces afgerond. In veel opzichten maakt binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) hervormd/gereformeerd niet zoveel uit, maar is deze 'gelijktijdige ongelijkheid' de grootste hindernis.

De titel van deze bijdrage – op verzoek van de redactie 'autobiografisch' en dan onvermijdelijk met evaluaties vanuit eigen perspectief – is ontleend aan de eerste bijeenkomst in Samen op Weg-verband in de kerken van Heemstede. Het was in 1977 of 1978. Jaap van der Wiel, predikant-directeur van het toenmalige Diaconessenhuis, was gevraagd een inleiding te houden. Hij was een leerling van Kornelis Heiko Miskotte en stond bekend als medewerker van het Miskottes periodiek In de Waagschaal. Hij had de gave om in de woorden van patiënten snel te horen wat zij dachten en voelden maar niet vertelden. Met weinig woorden kon hij dan iets zeggen wat velen zich jaren later nog herinnerden. Van der Wiel zag, en vreesde, wat er zou gaan gebeuren. De teneur van zijn inleiding was tegelijk de titel ervan: "Laat Samen op Weg niet worden Op Weg naar Samen". Hij had het voorzien: vijfentwintig jaar ecclesia incurvata in se: een kerk bezig met zichzelf en zoekend naar compromissen met Jan en alleman om de negenennegentig (en steeds minder) eigen schapen in de eigen stal te houden, in een tijd van grote veranderingen en toenemende secularisatie. Een kerk die te veel met de rug stond naar de samenleving en naar de mensen zoals wij hen in het ziekenhuis hadden leren kennen.

Met een collega was ik op 1 april 1976 halftijds aan het Diaconessenhuis verbonden; daarnaast bleven we als wetenschappelijk medewerkers aan de VU verbonden, gaven college, werkten aan onze dissertaties en maakten de oecumenische ontwikkelingen in faculteit en kerk mee. Omdat de predikanten de eigen gemeenteleden in het ziekenhuis kwamen opzoeken, hadden we in het Diaconessenhuis meer te maken met randkerkelijken en rooms-katholieken dan met hervormden en gereformeerden. In de pastorie bespraken we de zorg dat in een kerk op zoek naar ‘samen’ de kerkpolitiek het onvermijdelijk zou winnen van de bewogenheid ‘met de schare’ aan de randen en buiten de kerk en het warme hart van het Evangelie het zou verliezen van de zoektocht naar het hart van de kerk. Een jaar na indiensttreding als geestelijk verzorgers werden we bevestigd: in een gereformeerde kerk door een bekende hervormde predikant als predikant van de Gereformeerde Kerk van Heemstede aan het hervormde Diaconessenhuis.

Rond 1960 gingen we 'thuis', in Scheveningen, zo nu en dan naar hervormde kerken. In deze jaren gingen de predikant dr. R.J. van der Meulen en de pastoor dr. Klaas Steur in de katholieke kerk aan de Scheveningseweg voor in een oecumenische dienst. Theologie studenten hadden een landelijk verband met oecumenische contacten. Professor Gerrit C. Berkouwer moest zijn colleges vaak onderbreken, omdat hij als waarnemer het Tweede Vaticaanse Concilie bijwoonde en daarover colleges gaf. De Gereformeerde Kerken traden actief toe tot de Wereldraad van Kerken en World Alliance of Reformed Churches (WARC), daarin lange tijd vertegenwoordigd door mijn leermeester, Guus E. Meuleman. De theologie van Miskotte, met zijn aandacht in geschrifte en preken voor het anders-zijn van God dan de heidense goden om ons heen, en centrale noties van Karl Barth – het initiatief ligt bij God en onze toe-eigening van het Evangelie loopt altijd weer uit op een domestisering ervan – waren niet alleen gemeengoed in de (hervormde) Amsterdamse School, maar ook in kringen binnen de theologische faculteit van de Vrije Universiteit en daaraan verbonden predikanten. Ook aan de Theologische Universiteit Kampen kreeg Barths denken aanzienlijke invloed. De hervormde dogmaticus Hendrik Berkhof was een graaggeziene gast in gereformeerde kring. Met enige regelmaat gingen we naar ietwat deftige (hervormde) Kloosterkerk als hij daar voorging. Met zijn onderkoelde humor en relativering van al wat groot denkt te zijn, deelde hij op een zondag na Pasen zijn preek over de vissende discipelen eens in drie punten in: wij zijn de vissen; wij zijn gevangen; wij worden geschift. Zijn combinatie van 'recht voor de raap' en 'doe maar gewoon', en zijn liefde voor het Evangelie, de kerk en de wereld overbrugde de kerkgrens.

Het volledige artikel vindt u in Transparant 22.2


Themanummer bestellen

Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).

 Henk Vroom over interreligieuze dialoog


 Laatst gewijzigd: 03-04-11 - Geplaatst: 02-04-11