Isaäc da Costa als ziener
Commentaar
Kuiper, R.
Isaäc da Costa (1798-1860) was een ziener. Dat wist hij voor zichzelf en zijn christelijke Réveilvrienden wisten het ook. Da Costa keek altijd vooruit. Tot over de grens van het waarneembare. Da Costa was de grote Duider van het Réveil.
Hoewel naar eigen zeggen maatschappelijke "onvruchtbaar" geworden, was hij voortdurend voor anderen bezig zijn tijd te verstaan. Geschiedenis en toekomstverwachting waren in zijn denken versmolten. Voortdurend zag hij uit naar de grote morgen. Van Da Costa wordt verteld dat hij iedere ochtend het gordijn open schoof om te zien of Christus bezig was te komen.
Isaäc da Costa zag zichzelf als ziener. Bij de herdenking van deze geloofsreus van de negentiende eeuw wordt daar vaak te weinig op gelet. Da Costa beschouwde zich als ziener uit kracht van zijn dichterschap. Niet alleen omdat het dichterschap hem als joodse jongen bij Bilderdijk had gebracht en zo de weg was geweest naar het christelijk geloof. Vooral omdat hij geloofde dat de gave van de profetie verwant was aan de gave van het dichterschap. Was dat al niet zo bij de profeten uit het Oude Testament? In zijn gedicht 'De gaaf der poëzie' uit 1822 zegt hij het onomwonden. Dichtkunst en profetie komen samen in één 'ziel, die uit den hemel spruit'. De dichter is de 'adelaar’ die de zon ontmoet. Hij voelt 'de adem Gods' in zijn borst. Da Costa heeft zich in het Réveil telkenmale opgeworpen als ziener. Zijn Bezwaren tegen den Geest der Eeuw, zijn historische dichtwerken getuigen ervan. Steeds probeerde Da Costa iets te zeggen over de dingen die op til waren. Daarbij bediende hij zich soms van een getallenleer die niet iedereen overtuigde, maar toch steeds frappeerde. De grote gedichten 'Vijf en twintig jaren' (1840) en '1648 en 1848' (1848) staan vol met getallenvergelijkingen. Het eerste gedicht, dat tcrugkijkt op de val van Napoleon, eindigt met de voorzeggingen over de eindtijd. Het tweede gedicht eindigt met de wederkomst van Christus. Vooral het gedicht Wachter wat is er van de nacht? (1847) gold als profetisch. Da Costa voorzag er de gebeurtenissen van het revolutiejaar in: 'Tronen vielen, Vorsten vloden'.
Da Costa was ziener en geen broodprofeet. Dat onderscheid heeft hij zelf altijd scherp gemarkeerd. Hoe hoog zijn eigen financiële nood ook steeg, Da Costa ging niet uit spreken over geestelijke zaken voor het geld. Het is hem wel voorgesteld door zijn vrienden die zich om zijn situatie bekommerden. Zoals we uit het recente boek van O.W. Dubois kunnen leren had Da Costa inkomsten uit een erfenis. Maar deze waren niet toereikend voor zijn omvangrijke huisgezin. Sinds de jaren dertig hield Da Costa daarom voorlezingen over allerlei onderwerpen. De vrienden tekenden royaal in en onderhielden hem daarmee. Maar toen geopperd werd dat hij over theologische onderwerpen zou spreken, hield Da Costa dit af. Die zaken waren hem te heilig om er geld mee te verdienen. Zieners zien dikwijls dingen die anderen niet zien. Dikwijls stond Da Costa met zijn boodschap alleen. De Réveilvrienden wisten dat men goed op hem moest letten, Da Costa was nu eenmaal bezig met alles wat op til stond. Maar het Réveil volgde hem niet blindelings. Vooral in het Haagse Revell vond men hem te beweeglijk en voor al Haagse deftigheid was hij natuurlijk te emotioneel. Da Costa's ommezwaai van contra-revolutionair naar christelijk-liberaal ontging niemand. Toen Da Costa in 1848 in zijn brochure Het Oogenblik de liberale grondwetswijziging verwelkomde werd het Groen van Prinsterer teveel. Eens had Da Costa het gezegd 'Zij zullen ons niet hebben de goden van deez' eeuw'. Nu moest Groen hem schrijven: maar zij hebben u reeds. Da Costa was een ziener. Altijd met de toekomst bezig. Niet alles wat hij in de eerste helft van de 19e eeuw gezien heeft, frappeert ons nog. Groen van Prinsterer heeft evenveel of even weinig voorzien van de wereld die komen zou als Da Costa. Wat mij boeit is die echtchristelijke houding van Da Costa, dat bezig zijn met de dingen van Gods komende Koninkrijk. Menige brief sloot hij af met; 'De Heer regeert'. Wij delen Da Costa's gezicht op de toekomst. In een tijd waarin de zieners schaars zijn, is het goed het vuur van deze ziel te gedenken.
Jaargang 09 (1998) No 1
Trefwoorden: Isaäc da Costa, Réveil, Willem Bilderdijk.
