WebfeedRSS
Loading

Een gewoon gezin. De buitengewone rol van de familie Ten Boom

Interview met Hans Poley

Krabbendam, H.

"13 mei 1943. Ik kwam in de BéJé toen het donker werd... Daar rechts was de klokkenwinkel al, een tachtig meter van de hoek, de naam 'Ten Boom' op de winkelruit. Ik stak de straat over en sloeg rechtsaf de nauwe Schoutensteeg in. Die was ook leeg en dus belde ik aan bij de eerste groene deur rechts. Er klonken snelle voetstappen en terwijl de deur openzwaaide zei een opgewekte vrouwenstem: ‘Welkom! Kom maar gauw binnen!' "

Op dat moment begon voor de negentienjarige Hans Poley een onderduikperiode van negen maanden. Hij had de loyaliteitsverklaring die van studenten gevraagd werd om verder te mogen studeren niet willen tekenen. Thuis werd zijn beslissing gesteund en omdat hem nu deportatie boven het hoofd hing, moest hij verdwijnen. De oorlog betekende een breuk met zijn beschutte verleden. De atmosfeer was zo gespannen dat er nauwelijks gestudeerd kon worden. Maar nog meer dan de oorlog werd de levenswijze van het Haarlemse gezin Ten Boom van invloed op zijn leven. Zijn ervaringen beschreef hij in het boek Ten Boom, à Dieu. Terug naar de Schuilplaats, dat hij met een interview toelicht. Het gaat Hans Poley er niet om heldendaden van de Ten Booms te verkondigen, of mensen te vereren, maar om aandacht te vragen voor kleine mensen die een deel van het werk in de oorlog hebben gedaan, die er op sleutelmomenten waren en anderen hebben gered. Vaak vielen die mensen niet op. Zo kwam op het onlangs verschenen boek over het politieverzet in Haarlem het commentaar dat de KP te veel domineerde in het verhaal. Diverse gewone agenten pikten een arrestatiebevel op en waarschuwden iemand die dan nog op tijdweg kon komen. Dit soort voorvallen werd niet geregistreerd, maar was wel belangrijk.

Geweld

Hoewel de beschreven gebeurtenissen spannend zijn is de sfeer van het boek belangrijker. Die verschilt duidelijk van de film "Het meisje met het rode haar", het verhaal van de Haarlems verzetsstrijder Hannie Schaft. In deze film klonk haat door en een houding van "opruimen die Duitsers". In de BéJé waren ze er vooral op uit om mensen te redden. De Duitsers bestrijden zou je via een reguliere oorlog moeten doen. Terugkijkend lijkt het communistisch verzet zich meer te richten legen de onderdrukker, terwijl in christelijke kring de zorg primair uitging naar de onderdrukte.

In "De overval" bijvoorbeeld, een film waarin de overwal van 8 december 1944 op het Huis van Bewaring in Leeuwarden werd gereconstrueerd, blijkt dat deze actie zo was gepland dat er niet geschoten hoefde te worden en niet geschoten mocht worden om represailles te voorkomen. In deze film komen de dilemma's levensgroot aan de orde en maak je alle keuzes mee: maar 40 van de 100 gevangenen konden bevrijd worden. Dat betekende dat er uit een cel van vier maar één of twee mee konden. Ook in de voorbereidingen (die met gebed werden besloten) blijkt een wereld van verschil met "Het meisje met het rode haar". Die – in principe – geweldloze houding hadden de Ten Booms ook. Hoewel ze tientallen mensen in de loop van de maanden gastvrij onderdak boden, wilden ze bijvoorbeeld geen piloot als onderduiker opnemen, omdat bij ontdekking de betrokkenen doodgeschoten zouden worden. Ze richtten zich op de onderdrukte, de kwetsbare. Toch wisten zij dat ook het geweldloze verzet niet zonder de wapens kon. Ook zij hadden bonkaarten en valse papieren nodig. De overvallen daarvoor werden wel geweldloos gepland, maar als het nodig was moest er natuurlijk geschoten worden. Ze keurden het geweld niet expliciet af, er was zoveel te doen in het geweldloze verzet dat het onderwerp niet ter sprake kwam. Ze matigden zich geen oordeel over anderen aan en handelden zelf ook niet geheel consequent. Toen hun neef Kik ten Boom na een KP-overval die misliep, schietend ontkwam en op de vlucht een nacht in BéJé doorbracht, was dat geen probleem.

Over de verschillende bloedgroepen van het verzet werd eigenlijk niet veel nagedacht. Men werkte in gescheiden kringen, christelijke groepen en communistische cellen, die elkaar zelden kruisten; het was veiliger zo min mogelijk mensen te kennen. Maar als ze in de BéJé weet zouden krijgen van de liquidatie van een kwade SD’er door het communistisch verzet, zou er gejuicht zijn door de onderduikers: weer één minder.

Geloof

De levensstijl van de Ten Booms is te karakteriseren metde werkwoorden 'delen' en 'dienen'. Niet alleen de ander dienen, maar ook God. Ze deelden wat ze hadden, dat was niet veel, maar het stond anderen ter beschikking. Hun religieuze beleving als zodanig was niet nieuw voor de jonge onderduiker, maar wel de openheid, dat er zo expliciet over gepraat werd, bijv. over engelen rond het huis, en dat ieder in gebed zijn persoonlijke zorgen aan de Heer voorlegde. Tegenwoordig is dat veel gewoner, maar toen liep men er niet mee te koop.

Omdat het toch een situatie van leven en dood werd, werd ieder meer teruggeworpen op de wezenlijke dingen. Dat is ook terug te vinden in brieven die de gevangenen naar huis schreven, vooral zij die gefusilleerd zouden worden. Daarin getuigden ze vrijelijk van hun geloof. Tientallen zongen "Dan ga ik op tot Gods altaren..." op weg naar het vuurpeleton. Die openheid van de Ten Booms was voor velen nieuw, terwijl het voor hen zelf gewoon was. Dat was verkwikkend en werd ook door de orthodoxe joden herkend. Zij stonden niet op een zeepkist, maar het was deel van hun dagelijks leven. Al voordat de oorlog uitbrak hadden de Ten Booms in huiskringen compensatie gevonden voor wat ze aan echte gemeenschap in de toenmalige Hervormde kerk misten. Opa ten Boom was een vierentachtigjarige horlogemaker die veel functies in de maatschappij, in schoolbesturen en sociaal werk had bekleed. "...tijdens het middag- of avondeten zat hij rustig aan het hoofd van de tafel en liet de gesprekken graag aan de jongere generaties over. Na het eten las hij altijd eerst uit zijn oude familiebijbel en daarna uit zijn liedboek Liederen uit de schat van de kerk der eeuwen. Welbekende en ouderwetse woorden, maar in zijn stem hoorden we de Bijbelschrijvers en dichters weerklinken, hun smeken, hun vreugde. Hun God was zijn God, en met een onwrikbaar geloof vertrouwde hij zijn leven aan die God toe, in een woordeloze uitdaging aan ons om hem te volgen. En in het gemeenschappelijk avondgebed zou steeds weer blijken hoe die broze oude man in zijn hoekje naast de kachel feilloos de grootste zorgen en verlangens van al die drukke mensen rond hem had opgepikt... Zonder dat vertrouwen en die hoop zouden wij waarschijnlijk emotioneel en spiritueel deze tijd niet zo goed overleefd hebben." (34)

Er was natuurlijk veel spanning, maar het grootste deel daarvan kwam van buitenaf, door persoonlijk verdriet, de trage opmars van de geallieerden. Alle conflicten waren incidenteel en werden bijna altijd opgelost. Er waren een paar mensen in huis die de zaak op konden vangen, ook onder de onderduikers. Zij haalden de ontsteking uit de ruzietjes, voordat die konden exploderen. Iedereen wist bovendien dat je het van elkaar moest hebben. Het waren geen ruzies omdat men elkaar niet vertrouwde, maar kleine irritaties in het samenleven. Ook de dagsluiting kwam de sfeer ten goede, want daar hoorde geen ruzie bij.

"De beste manier om de goede stemming er in te houden is ervoor te zorgen dat er vrijwel geen tijd is om je terug te trekken: er moet altijd wat te doen zijn. Gelukkig waren er in ons groepje een aantal van nature gewend om 'bezig' te zijn. Overdag had ieder zijn of haar deel van het huishoudelijk werk. Daama was er tijd voor persoonlijke zorg. De was, naaiwerk, brieven schrijven, lezen, hier en daar nog wat studeren en dat soort activiteiten namen het grootste deel van de 'vrije' tijd in beslag... De meeste avonden... werden al spoedig oases van ontspanning, waar we steeds naar uitkeken. We deden spelletjes, vermaakten ons met diverse soorten hersengymnastiek. Henk hield ons bezig met goocheltrucs, Leendert doceerde Nederlandse literatuur en ik vertelde wat over de sterrenkunden. Mary, met haar Italiaanse achtergrond, hield ons regelmatig bezig met de Italiaanse cultuur." (76)

 Download het complete artikel (pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 23-02-11 - Geplaatst: 23-02-11