De Glorieuze Revolutie van 1688
Recensie
Onnekink, D.
n.a.v. S. Pincus, 1688. The First Modern Revolution (Yale University Press: New Haven, CT/Londen 2009), $40,–, 664 blz., ISBN: 9780300115475
De Glorieuze Revolutie van 1688 spreekt nog altijd tot de verbeelding. Stadhouder Willem III verzamelde een vloot die vele malen groter was dan de Spaanse Armada van een eeuw eerder. Op 11 november stak de vloot de Noordzee over om vier dagen later te landen op de kust van Zuidwest-Engeland. Na een korte veldtocht bereikte het leger van de stadhouder Londen. Nadat koning Jacobus II naar Frankrijk was gevlucht, werd Willem III koning van Engeland. De bloedeloze gebeurtenissen werden omschreven als glorieus: Engelse predikanten zagen in de gebeurtenissen de hand van God, terwijl Engelse liberalen 1688 beschouwden als het herstel en de definitieve veiligstelling van de 'mixed monarchy'. Ook Nederlanders waren trots op de expeditie van Willem III, vooral vanwege de indrukwekkende omvang en de efficiency.
Juist daarom is het verrassend dat de Glorieuze Revolutie weinig historiografisch vuur heeft opgeleverd. De harten van historici gingen vooral sneller kloppen van de 'echte' revolutie, namelijk die van 1642-1649. Eeuwenlang domineerde de Whig Interpretation: een metahistorisch interpretatiemodel dat de liberale ontwikkeling beschouwde als een stuwende kracht in de Engelse geschiedenis. Weliswaar was 1688 een belangrijk moment vanwege de veiligstelling van de liberale waarden, maar juist daarom mocht 1688 niet gezien worden als een revolutie: 1688 conserveerde. In het laatste kwart van de twintigste eeuw verzetten de revisionisten zich tegen deze visie. Weliswaar was 1688 op zichzelf geen belangrijk moment, de Negenjarige Oorlog (1688-1697) die daarop volgde zette een scala aan veranderingen in beweging die uiteindelijk leidden tot de zogenaamde 'fiscal-military state', waardoor Engeland een grote mogendheid werd. Noch voor Whigs, noch voor revisionisten, was de Glorieuze Revolutie dus van structureel belang.
Met kenmerkende bevlogenheid komt de Amerikaanse historicus Steven Pincus nu met een vuistdikke studie die zelf revolutionair van karakter is. De hoofdthese is eenvoudig en ambitieus: niet alleen was 1688 een belangrijke gebeurtenis voor Engeland, de Glorieuze Revolutie was de eerste moderne revolutie in de wereldgeschiedenis. Volgens Pincus wordt een moderne revolutie gekenmerkt door een strijd tussen ideologieën om een moderniseringsprogramma door te voeren, en moet die strijd ook diep doordringen in de maatschappij. Om die reden vindt er ook grootschalig geweld plaats. De Franse en Russische revoluties voldoen aan deze kenmerken, maar in Pincus' visie, die van Engeland 1688 ook.
Toen Jacobus II in 1685 aan de macht kwam ontwikkelde hij een moderniseringsprogramma, geworteld in de klassieke waarden van de Tory-ideologie en die van het Gallicaanse katholicisme – geïnspireerd door Lodewijk XIV. Engeland moest een imperium opbouwen, gebaseerd op overzeese territoriale expansie en een economie geënt op landbezit. Katholieke moderniteit benadrukte centralisatie en autoriteit. Daarentegen stonden de Whigs voor handelsexpansie en een economie gebaseerd op productie. Hun ideologie werd gedragen door de dissenters, leden van de onafhankelijke kerken die juist geen centralisatie nastreefden. Beide groepen, zo meent Pincus, hadden een duidelijk programma voor ogen in 1688. De strijd die losbarstte was dus niet primair een coup, een Nederlandse invasie of een afzetting van een dolgedraaide vorst, maar een ideologisch conflict.
De strijd was tevens diep doorgedrongen in de maatschappij, waar iedereen wel een mening had. Bovendien was het een strijd die ook in Engeland, zo meent Pincus, met geweld gepaard ging. Pincus ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor religie en kerk. Maar evenals in zijn eerste, geruchtmakende boek Protestantism and Patriotism (1996), waarin hij de Engels-Nederlandse Zeeoorlogen analyseert, is Pincus vooral van mening dat de religieuze invloed gekanaliseerd werd in een politiek programma. Protestantisme vormde de basis voor wat in toenemende mate een nationalistische Engelse ideologie ging vormen, net zoals het Gallicaans katholicisme van Jacobus een inspiratie vormde voor centralistisch bestuur. Daarmee staat Pincus lijnrecht tegenover Tony Claydon, die in zijn boek van 1996, The Godly Revolution, juist beweerde dat Willem III tenminste om propagandistische redenen een protestantisering van de Engelse politiek en het hof doorvoerde.
Voor Nederlandse lezers is het boek met name van belang omdat Pincus een lans breekt voor het plaatsen van Engelse gebeurtenissen in een Europese context. Hij benadrukt het belang van de Republiek, niet zozeer vanwege de invasie van Willem III, maar met name vanwege het model dat de Republiek bood: een protestantse, liberale handelsreus.
De hoofdthese van Pincus is wellicht te ver doorgevoerd. Uiteindelijk vinden we weinig concreet bewijsmateriaal van een uitgebreid ideologisch program of grootschalig geweld, en lijken de spelers van 1688 vooral geïnteresseerd te zijn in precies datgene waar eerdere historici al op gewezen hebben: protestantisme, de positie van Willem III en de oorlog met Frankrijk. Toch is het boek van Pincus van eminent belang. Ten eerste benadrukt hij het belang van de ideologische dimensie in de vroegmoderne politiek. Ten tweede wijst hij erop hoe belangrijk economische vraagstukken zijn. Tot slot kan hij wellicht niet waarmaken dat 1688 een echte 'moderne' revolutie was, maar maakt hij toch aannemelijk dat 1688 veel belangrijker was dan historici in het verleden beweerd hebben.
Het boek van Pincus maakt indruk. Niet slechts door de enorme omvang (een kleine 700 pagina’s) maar tevens door het grondig onderzoek wat eraan ten grondslag ligt. Slechts weinig historici hebben zoveel primair bronnenmateriaal door hun handen laten gaan. Het boek leest op verschillende niveaus goed: het bevat een wervelend en fascinerend narratief, is interessant voor historici die zich bezighouden met 1688, en is tevens van belang voor lezers die zich interesseren voor revolutie als verschijnsel. Dit boek is dus een absolute aanrader.
Jaargang 22 (2011) No 1
Trefwoorden: 17e eeuw, Recensie (artikel), Engeland.
