WebfeedRSS
Loading

God op het slagveld

Recensie

Müller, J.

n.a.v. David Onnekink (ed.), War and Religion after Westphalia, 1648-1713 (Farnham 2009), 290 blz, £65,– ISBN: 978-0-7546-6129-0.

De Vrede van Münster gold in de historiografie lange tijd als een keerpunt in de Europese geschiedenis. Zij zou een einde gemaakt hebben aan de bloedige godsdienstoorlogen die het continent vanaf het midden van de zestiende eeuw verscheurden. Religie en politiek zouden tot 1648 nog onafscheidbaar van elkaar geweest zijn, waardoor de in deze tijd uitgevochten conflicten vrijwel allemaal een religieuze achtergrond hadden. Na Münster zou dit veranderen, zo werd gesteld: heersers en staten zouden zich niet langer door religieuze motieven laten leiden, maar eerder vanuit een geseculariseerd raison d'etat handelen. De diepgaande verstrengeling van politiek en godsdienst zou daarmee langzaamaan zwakker worden en ten slotte verdwijnen totdat religieus en politiek handelen twee gescheiden domeinen zouden vormen.

Tal van feiten vallen echter moeilijk te rijmen met deze visie: ook na 1648 was er in Europa nog wel degelijk sprake van gewapende conflicten met onmiskenbaar religieuze aspecten. Oorlogen werden nog vaak met een beroep op de verdediging van het geloof gelegitimeerd en soms laaiden de spanningen tussen de verschillende confessies weer krachtig op, zoals bijvoorbeeld tijdens de Opstand in de Cevennen die qua gruwelijkheid niet onderdeed voor de zestiende-eeuwse godsdienstoorlogen.

In de door David Onnekink samengestelde bundel War and Religion after Westphalia, 1648-1713 wordt de rol van religie in militaire conflicten in de periode tussen de Vrede van Münster en de Vrede van Utrecht opnieuw kritisch onder de loep genomen. Op basis van verschillende casussen uit deze periode wordt de verstrengeling van godsdienst en politiek op detailniveau onderzocht, waarbij de focus op de Britse Eilanden, Frankrijk, Spanje en de Nederlanden ligt. De moeilijkheden die het bestuderen van het religieuze aspect van een gewapend conflict met zich brengt, worden al snel duidelijk: waar dient men naar op zoek te gaan en welke factoren maken van een gewapend conflict een religieuze oorlog? De motivaties van de verschillende partijen? De religieuze retoriek en het publieke discours rondom het conflict? Of eerder het vertrouwen op Gods hand in de oorlogsvoering? Deze problemen worden in de context van actuele wetenschappelijke discussies besproken en in de bijdragen op verschillende manieren benaderd.

Toch is de bundel daarmee geen eclectisch samenraapsel van definities en methodes geworden. De afzonderlijke hoofdstukken leggen de verschillende religieuze aspecten van de behandelde conflicten bloot en zijn op een coherente manier samengesteld: in de eerste vijf bijdragen behandelen Paul Sonnino, Christopher Storrs, Andrew Thompson, David Onnekink en Stéphane Jettot het buitenlandse politieke beleid en de diplomatieke praktijk van de vier genoemde landen en doorgronden zij hoe religieuze en confessionele motieven daarin een rol speelden.

De volgende twee bijdragen richten zich explicieter op de militaire geschiedenis: vertrekkend vanuit David Trims professionaliseringsthese analyseert K.A.J. McLay de betekenis die het vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid voor de militaire strategie had. Matthew Glozier onderzoekt vervolgens de motieven van gevluchte Hugenoten die als soldaten bij de verschillende invasies van Frankrijk betrokken waren. Ten slotte wordt de bundel afgerond met een viertal bijdragen die zich richten op het publieke discours, de officiële propaganda en de manier hoe een conflict door tijdgenoten beoordeeld werd. Donald Haks onderzoekt hoe in de Nederlandse Republiek de oorlogen tussen 1672 en 1713 religieus gelegitimeerd werden. Stephen Taylor schetst de visies van een Puriteinse dominee over de oorlogen van zijn tijd en in de twee laatste bijdragen onderzoeken Jill Stern en Emma Bergin religieuze motieven in Nederlandse pamfletten over het rampjaar 1672, de Glorious Revolution en de Negenjarige Oorlog. De conclusie van Benjamin Kaplan plaatst de resultaten van de verschillende hoofdstukken tot slot in het kader van de centrale vraag van het boek.

Wat veranderde er nu tussen 1648 en 1713? Terwijl de hoofdstukken over het politieke beleid grotendeels aansluiten bij de bestaande visie en deze behoedzaam nuanceren wordt daaruit toch duidelijk dat de herinneringen aan de eerdere godsdienstoorlogen nog levendig waren en protestantse staten in hun oorlogsvoering vaak door de angst voor een grootschalige rekatholisering gedreven werden. De hoofdstukken die het publieke discours en de visies van tijdgenoten uitlichten laten zien dat er in de representatie van de actualiteit vaak maar weinig veranderd was: de helden waren gemodelleerd naar Bijbelse voorbeelden en de strijd werd tegen niemand minder gevoerd dan de werktuigen van de Antichrist.

De manier waarop de bundel de moeilijke hoofdvraag behapbaar maakt en de verschillende deelaspecten op een overtuigende manier naast elkaar zet is uitermate geslaagd. E.R. Curtius schreef eens: "Specialisme zonder universalisme is blind. Universalisme zonder specialisme is een zeepbel". De onderhavige bundel weet beide kanten, specialistisch detailonderzoek en het oog voor de grote vragen overtuigend te verbinden. Geen van de bijdragen dreigt onder te gaan in het particuliere van de casus en tegelijkertijd raakt de grote vraag naar de relatie tussen religie en oorlog in de te behandelen periode nooit los van de empirische basis. Het grotere perspectief is goed ingebed in het historische feitenmateriaal, waardoor onbezonnen conclusies vermeden worden en een afgerond beeld ontstaat. De conclusie is dan ook eerder een grondige nuancering dan een radicale herwaardering van de periode tussen 1648 en 1713 als keerpunt. Dit is misschien minder spectaculair dan de poging om in een revisionistisch reflex de bestaande visies allemaal van tafel te vegen, maar het boek zal zo zeker voor lange tijd relevant blijven omdat de centrale punten ervan door de detailstudies stevig onderbouwd zijn.


 Laatst gewijzigd: 23-02-11 - Geplaatst: 23-02-11