Over vitaminegebrek en de huidige populariteit van geschiedenis
Koops, E.
De belangstelling voor geschiedenis is groot. Typerend is dat NostalgieNet in de zomer van 2009 het populairste Nederlandse digitale televisiekanaal was met gemiddeld 800.000 kijkers per week; de zender werd zelfs beter bekeken dan Discovery Channel of National Geographic. Ook Maks tv-serie In Europa (2007) scoorde goed, terwijl het blad Maarten! sinds 2010 als zelfstandig tijdschrift bestaat.
De huidige populariteit van geschiedenis – na een periode van relatieve "dooi" in de jaren zeventig en tachtig – roept de vraag op hoe dit zo gekomen is. De groei van de historische belangstelling is zonder twijfel een reactie op de diepingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen zestig jaar. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de westerse wereld in een identiteitscrisis geraakt. Verscheidene gebeurtenissen hebben hieraan bijgedragen: de culturele revolutie van de jaren 1960, ontkerkelijking en ontzuiling, de massale immigratie van mediterrane islamieten, de explosieve welvaartsgroei en natuurlijk de opkomst van televisie en internet. Voeg bij dit recept twee politieke ingrediënten – de val van de Muur en de Europese eenwording – en het menu is gereed: postmodernitis.
Vitaminegebrek
Postmodernitis leidt tot vitaminegebrek. Eten wordt een relatief begrip; snacken en snoepen het devies. Er bestaat niet één vast menu meer, en dus gaat de burger shoppen. Het gevolg van dit consumptiegedrag is dat de massa ontworteld raakt, redeloos en radeloos. Zoals de romanticus wegvluchtte van de ronkende stad met zijn rokende industrie, in de wetenschap dat hij niet weg kón vluchten, zo zoekt de postmodernistische flagellant naar een verloren gegaande geest. Maar hij vindt slechts een lege fles. De historicus Johan Huizinga kreeg postuum – en niet voor de eerste keer – gelijk met zijn sombere epistel In de schaduwen van morgen uit 1935: 'De motoren draaien nog, de vlaggen wapperen, maar de geest is geweken.'
Postmodernitis kan leiden tot eenzaamheid, paranoia en massahysterie. In dit verband dient de quasi-religieuze herdenking van André Hazes op 27 september 2004 als voorbeeld, toen in de ArenA de tranentrekkers "Geef mij je angst" en "Bloed, zweet en tranen" uit de speakers galmden voor een gehoor van 48.000 zoekende mensen. Dit publiek, geruggensteund door honderdduizenden tv-kijkers, hoopte troost te vinden in het openlijk etaleren van groepsemoties. Tegelijk zocht de massa – gelukkig maar – ook een uitweg in nostalgie, in de troost van de geschiedenis dus. Het afscheid van Hazes was symbolisch genoeg een van de meest emotionele tv-momenten sinds 1988, toen het Nederlands Elftal de Europese titel pakte. In dat jaar veroverde Hazes' meezinger "Wij houden van Oranje" de Hollandse hitlijsten.
Politieke voeding
De herleefde belangstelling voor geschiedenis komt niet alleen voort uit de postmoderne zoektocht naar een gedeelde identiteit. Het wordt ook van bovenaf gevoed, door de politiek. Het einde van de Koude Oorlog riep een prikkelende politieke vraag op: 'Hoe nu verder?' Het betekende in elk geval niet de overwinning van het liberalisme en daarmee het einde van de geschiedenis, zoals de filosoof Francis Fukuyama meende. De Bosnische Oorlog (1992-1995) en de aanslagen op Amerika van 11 september 2001 hebben dat voldoende bewezen.
Het volledige artikel vindt u in Transparant 22.1
Themanummer bestellen
Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).Jaargang 22 (2011) No 1
Trefwoorden: Televisie, Geschiedschrijving, Media.
