WebfeedRSS
Loading

De 'Haanstra-gedachte'

Een negentiende-eeuwse visie op onderwijsvernieuwing

Graaf, S. de

Onderwijsvernieuwing is de afgelopen jaren veel in het nieuws geweest. Hoewel vooral in het middelbaar onderwijs er de laatste tijd wel geluiden te horen zijn die duiden op vernieuwingsmoeheid, is onderwijsvernieuwing in het basisonderwijs nog aan de orde van de dag. De tijd dat alleen Jenaplan en Montessorischolen zich uitdrukkelijk met vernieuwing bezighielden is voorbij.

Het onderwijs moet zich aanpassen aan de leerling van vandaag en opleiden voor een plaats in een veranderende, gedigitaliseerde en postmoderne samenleving. Dit vraagt om een andere manier van lesgeven. Vernieuwing is de laatste jaren een sleutelwoord geworden in het basisonderwijs. Hierbij wordt het oude klassikale systeem steeds meer ingeruild voor een didactiek die meer op groepswerk of individueel werken is gericht. Daarnaast wordt veel geëxperimenteerd met andere werkvormen en richt men zich erop het onderwijs op allerlei manieren meer aan te laten sluiten bij de leerling.

Onderwijsvernieuwing is geen recent fenomeen. Het onderwijs in Nederland heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Deze evolutie van het onderwijs is het gevolg van de politieke, economische en culturele constellatie die een land in de loop der tijden kent. Het onderwijs moet zich voortdurend aan deze veranderende constellatie aanpassen en is dus sterk historisch bepaald. Het is voor een goede visie op het onderwijs en op onderwijsvernieuwing in het bijzonder dan ook essentieel de geschiedenis van het onderwijs te bestuderen, omdat men anders riskeert het wiel steeds opnieuw uit te vinden. Wanneer de huidige onderwijsvernieuwing in het basisonderwijs onder de loep wordt genomen, rijst de vraag hoe vernieuwend deze in feite is. Wanneer men op een goede manier over pedagogische en didactische vernieuwingen wil spreken is historische reflectie onmisbaar. Deze vindt echter weinig plaats. Het is daarom interessant om eens te kijken naar onderwijsvernieuwers uit het verleden. Wat was hun visie? Tegen welke problemen liepen zij aan bij het aanpassen van de onderwijssituatie aan de veranderde samenleving? Een pedagoog uit het verleden, die tegenwoordig in de vergetelheid is geraakt, maar die in zijn dagen grote bekendheid genoot, is Wijbrandus Haanstra (1841-1926). Hij ontwikkelde een eigen methode waarmee hij het kleuteronderwijs, dat aan het eind van de negentiende eeuw alom bekritiseerd werd, weer helemaal op de kaart zette.

Wijbrandus Haanstra

Omdat Haanstra zich weinig uitliet over zijn privéleven, is hierover ook weinig bewaard gebleven. Bekend is wel dat hij werd geboren in een klein dorp ten zuidwesten van Leeuwarden. Zijn vader was schoolhoofd en organist in de dorpskerk. Haanstra bracht zijn kindertijd door op het platteland en had daarom de gelegenheid om de natuur van dichtbij te leren kennen. Deze ontmoeting met de natuur speelde in zijn leven en ook in werk een grote rol. In zijn visie was de ontmoeting van het kind met de natuur een belangrijke taak van de onderwijzer. In deze zin was Haanstra echt een romanticus.

Haanstra verkreeg zijn onderwijsbevoegdheid op de in die tijd gangbare manier: overdag werkte hij op de school van zijn vader en in de avonduren volgde hij een opleiding tot onderwijzer. Toen Haanstra zijn opleiding had voltooid, kreeg hij werk op een lagere school in IJlst. Later werd hij onderwijzer in Strijen en daarna in Haarlem. In die laatste stad bezocht Haanstra, als een echte onderwijsman een fervent lezer, op een dag een boekenmarkt, waar hij twee werken van de bekende Duitse pedagoog Friedrich Fröbel kocht. Deze min of meer toevallige vondst zou zijn leven ingrijpend veranderen en zijn werk diepgaand beďnvloeden.

In diezelfde tijd dat Haanstra zich ging verdiepen in het pedagogische gedachtegoed van Fröbel en andere Duitse pedagogen, kreeg hij een baan bij de Leidse Kweekschool voor bewaarschoolhouderessen waar hij uiteindelijk directeur werd, een functie die hij met verve bekleedde. Deze kweekschool werd in 1866 opgericht om te kunnen voorzien in de behoefte van de bewaarscholen in Leiden aan nieuwe, goed opgeleide onderwijzeressen. Deze behoefte hing samen met het vernieuwingsstreven in het onderwijs in de negentiende eeuw dat het onderwijs meer wilde laten aansluiten bij de aard en leefwereld van het kind. Aan de kweekschool legde Haanstra zich vooral toe op pedagogiek en didactiek. Hier ontwikkelde hij ook zijn gedachtegoed dat later bekend zou staan als 'De Haanstra-gedachte': een vernieuwende methode voor het kleuteronderwijs die een grote invloed ging uitoefenen in eerste helft van de twintigste eeuw.

Het volledige artikel vindt u in Transparant 22.1


Themanummer bestellen

Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).


 Laatst gewijzigd: 22-02-11 - Geplaatst: 22-02-11