WebfeedRSS
Loading

De CHU: geen politieke partij, maar een wijze van zijn

Schipaanboord, G.

In 2008 vierde de Christelijk Historische Unie haar 100-jarig bestaan. Het was een denkbeeldig eeuwfeest, omdat de partij in 1980 is opgegaan in het CDA - een mooie aanleiding om oude herinneringen op te halen. Een steeds terugkerend element in die herinneringen is de partijcultuur in de CHU. De Unie was een politieke familie, met haar eigen gewoonten, gebruiken en eigenaardigheden. Wie lid is van de Unie staat niet zozeer voor een partijprogramma, maar verbindt zich met een 'een wijze van zijn.'

Met opzet werd in 1908 gekozen voor de benaming Unie, om te benadrukken dat de CHU een verzameling van losse individuen was. In de 21ste eeuw heerst er in de Nederlandse politiek een sterke fractiediscipline, en is de verleiding groot om het verleden, waarin het spreken zonder last of ruggespraak nog echt mogelijk was, te verheerlijken. In werkelijkheid was er binnen de CHU voortdurend discussie over de mate van partijorganisatie en binding aan een gezamenlijk standpunt. Er werd meerdere malen jaloers gekeken naar de veel strakker georganiseerde anti-revolutionaire partij (ARP) van Abraham Kuyper en Hendrik Colijn. In dit artikel analyseer ik het parlementair optreden van de CHU tot 1940, om te kijken in hoeverre de CHU-leden van de Tweede Kamer een onafhankelijke houding innamen tegenover het kabinet.

Kaderpartijen en massapartijen

Om de CHU te begrijpen, en het verschil te zien met de ARP, is het door de Franse politicoloog Maurice Duverger geïntroduceerde onderscheid van kader- en massapartij belangrijk. Een kaderpartij als de CHU is binnen het parlement ontstaan, als een vereniging van parlementsleden die een vaste band aangaan met hun kiezers. Het kader van de partij vormt het zwaartepunt. Een partij als de ARP is, net als veel socialistische partijen, vooral vanuit de samenleving opgebouwd. Abraham Kuyper organiseerde zijn eigen achterban rond een principe, en de politieke partij was slechts één van de uitingsvormen van die achterban. Zo wist Kuyper zijn achterban succesvol te mobiliseren door de massale steun voor het 'Volkspetitionement' over de gelijkstelling van bijzonder onderwijs (1878). Het verschil tussen een kaderpartij en een massapartij is niet alleen een kwestie van origine, maar een massapartij kent typerende organisatievormen: groter dan een kaderpartij, strakke structuur om de organisatie bij elkaar te houden, en een sterk leiderschap. Het verschil tussen kader- en massapartij heeft ook gevolgen voor de autonomie van volksvertegenwoordigers. Een massapartij kent een beperkte bewegingsvrijheid voor individuele Kamerleden. Massapartijen selecteren kandidaten van buiten het parlement, op basis van loyaliteit en hun bijdrage aan de totale cohesie van de partij. Een kaderpartij kent een grote vrijheid voor individuele Kamerleden binnen de fractie. Ten opzichte van geestverwante bewindslieden nemen vertegenwoordigers van een massapartij een erg loyale houding aan. Vertegenwoordigers van een kaderpartij benadrukken veel meer de eigen verantwoordelijkheid van een minister en willen weinig weten van overleg tussen fractie en bewindslieden. In 1908 was de oprichting van de CHU, gezien de politieke ontwikkelingen in Nederland, een vreemde zaak.

Anti-revolutionairen, socialisten en katholieken, mobiliseerden zich steeds meer rond een leider en een helder programma. De leider van de CHU, De Savornin Lohman, realiseerde zich dat hij met de idealen van zijn partij steeds meer in een uitzonderingspositie ging verkeren. Hij schreef:

'Nog altijd zien wij in de volksvertegenwoordiging de plaats, waar bij uitnemendheid het vrije woord zich moet doen gelden; (..) en nog steeds is ons ideaal de oud-Germaansche volksvergadering, waar de mannen van ervaring en gezag het woord voerden, om door dat woord geheel de vergadering mee te slepen.
Doch dit zijn maar jongensidealen. Veel beter, veel krachtiger zijn die volksvertegenwoordigers die wij in deze eeuw aantreffen; volksvergaderingen waarvan de leden eerst in afzonderlijke clubs vergaderen, om in geheime zitting, na uitsluitend met partijgenooten te hebben beraadslaagd, hun stem vast te stellen; en zulks misschien op geheime gronden en na overleg met andere partijclubs, wier motieven en einddoel eveneens verborgen kunnen blijven voor de groote menigte'


Het volledige artikel vindt u in Transparant 22.1


Themanummer bestellen

Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).


 Laatst gewijzigd: 22-02-11 - Geplaatst: 22-02-11