WebfeedRSS
Loading

Na twintig jaar afscheid van Transparant

Schans, A.A. van der

Historici weten als geen ander dat elke gebeurtenis een begin en een einde heeft. Dat geldt ook voor mijn (hoofdredacteurschap van Transparant. Na twintig jaar stop ik als (hoofd) redacteur van het tijdschrift van onze Vereniging van Christenhistorici. Ik kijk terug op een prachtige tijd. Vanaf de oprichting ben ik betrokken geweest bij de activiteiten van de VCH. In 1990 verscheen het eerste nummer van Transparant. Niet over Groen of Kuyper, maar over vrouwengeschiedenis!




Het bestuur (Roel Kuiper, Hillie van de Streek, Flip Quist, Roelof Bisschop en George Harinck), vonnde bet eerste jaar tegelijkertijd de redactie. Na dat jaar werd een heuse redactie gevormd, waarin ik samen met Hans Krabbendam en Klaas van der Zwaag plaats nam. Flip Quist kwam ook in de redactie.

Terugblik en vooruitblik

Bij mijn afscheid als (hoofd)redacteur is er tijd en plaats voor een korte terug- en vooruitblik. De muzen van Clio willen het verleden noch verheerlijken, noch verguizen. Elke tijd en elke generatie heeft waarde in zichzelf, leerde, vrij vertaald, de vader van de moderne geschiedschrijving, Leopold von Ranke. Toch zullen en willen christenhistorici niet stil blijven staan bij zijn adagium. De inzet en het doel van de vereniging en haar orgaan was: de geschiedenis als een eigen geschiedenis een plaats te geven in de werkelijkheid van vandaag. Het ging Transparant om een heldere en duidelijke visie op de geschiedenis en haar beoefening. Maar het meest van alles stond Transparant voor het laten doorschijnen van een dieperliggende zin.

Twintig jaar lang, ben ik met bezieling en overtuiging aan de vereniging en haar tijdschrift verbonden geweest. Twintig jaar lang discussies gevoerd over ons ideaal en er op (jaar)vergaderingen menigmaal leiding aan gegeven. Twintig jaar lang tal van artikelen voor Transparant geschreven. In het verleden van Transparant zijn er best zwaarwichtige doelstellingen en beginselverklaringen geformuleerd. Er werd gesproken over een eigen program en een bezinning op onze eigen nationaal-gereformeerde identiteit. Wat is er kan dit alles terechtgekomen?

Ontinstitutionalisering

Nu we een generatie verder zijn, stel ik vast dat er veel veranderd is met betrekking tot de richting die de vereniging koerst. Daar is alleteerst het institutionele aspect. Wat houdt het verenigingsleven anno nu nog in, nu het activiteitenniveau van de vereniging tot een enkele activiteit per jaar is teruggezakt? Een historische boekenreeks (de VCH-reeks) is reeds lang gestopt. De VCH publiceert niet meer en participeert niet meer als vereniging in actuele, academische en maatschappelijke debatten. De vraag laat zich stellen hoe het komt dat de vereniging niet meer studenten bereikt die zich voor de VCH willen inzetten.

Moeten we niet constateren dat de VCH geen actieve gemeenschap van geestverwante christelijke historici (meer) is en dat het contact met de achterban nauwelijks meer bestaat? Mensen groeperen zich rond single issues, in een kring van bekenden, op lokaal niveau. Landelijke, structurele verdieping van de VCH is achterwege gebleven. De vereniging is inderdaad geen traditionele vereniging meer met een bloeiend verenigingsleven, waar de leden zich stuk voor stuk geëngageerd voor inzetten. Kortom, ik stel met anderen vast dat we in een netwerksamenleving leven, waarin mensen zich op tijdelijke basis individueel en incidenteel organiseren voor een concreet belang of doel. Activiteiten kwamen vaak voort uit persoonlijke presentatie en inspiratie. Er was niet zozeer een beleid dat verenigingsbreed en structureel verankerd was. Daardoor kon de historische wereld te gemakkelijk om de VCH heen.

Themanummer bestellen

Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).

 Download het complete artikel (pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 09-02-11 - Geplaatst: 09-02-11