Bescheidenheid en moed
Interview met prof. dr. James Kennedy
Schipaanboord, G en B. Biemond-Boer
Op 8 januari 2010 sprak prof. dr. James Kennedy op het onderzoeksforum van de VCH over 'Neutraliteit in de geschiedenis'. De redactie van Transparant zocht hem op in zijn woonplaats Amersfoort om door te praten over de lezing. Kennedy schuwt grote woorden over het programma van een christenhistoricus.
Tegelijkertijd heeft zijn christelijke identiteit wel gevolgen voor zijn dagelijks werk; "Christenen hebben ergens een eschatologische hoop, waardoor ze geen overmatige verwachting van de geschiedenis koesteren en tegelijkertijd bewaard werden voor een overdreven zwartgalligheid."
Neutraal, objectief of subjectief?
In de uitnodiging voor het onderzoeksforum op de netwerkdag werd Kennedy gevraagd te spreken over de mogelijkheid van 'neutraliteit' in de geschiedschrijving. Volgens Kennedy is dat geen juiste vraag. "De vraag is niet zozeer of een historicus 'neutraal' is. Dat zou veronderstellen dat de discussie zou moeten gaan over de vraag of een historicus een goede scheidsrechter is, of dat hij onomkoopbaar is. De meeste discussies gaan over objectiviteit: het vermogen van een historicus om een reële en verifieerbare beschrijving van het onderzoeksobject te geven. De tegenstelling die vele historici maken, is tussen objectiviteit en subjectiviteit. In Engeland en Nederland is door historici lange tijd aan het idee van objectiviteit vastgehouden. De negentiende eeuwse opvattingen over de eenduidige interpretatie van bronnen werken nog steeds door. De feiten staan er en uiteindelijk komt iedere vakman op hetzelfde uit. In Nederland hebben de bronnen nog steeds veel gezag en geloven we eigenlijk nog steeds in de mogelijkheid van objectiviteit. Amerikanen zijn echter heel sterk door het postmodernisme zijn beïnvloed. De gedachte van Richard Rorty 'Truth is what your colleagues let you get away with' heeft daar veel invloed. Dat heeft een hele pluralistische benadering van geschiedenis opgeleverd, waarin iedere groep zijn eigen geschiedenis schrijft."Helemaal afwijzen wil Kennedy de geschiedschrijving voor en over de eigen groep echter niet. "Er zijn best inspirerende voorbeelden van die geschiedschrijving. Ik denk aan het boek van George Marsden over Jonathan Edwards. Bovendien is er ook best veel voorkennis en inschattingsvermogen nodig om een goede geschiedenis van een groep te schrijven. Het is dan niet voor niets dat er wel gezegd is dat een zwarte het beste black history kan schrijven. Toch ben ik sceptischer geworden over geschiedschrijving door een lid van de groep die beschreven wordt. Je bent dan al snel gesloten voor nieuwe zienswijzen. Kritische reflectie op de eigen traditie is toch vaak lastig. Het is belangrijk dat historici over de grenzen van hun eigen achtergrond en groep heen met elkaar in gesprek gaan over hun werk."
In Nederland gebeurt dat volgens Kennedy de laatste tijd meer dan vroeger, mede vanwege de ontzuiling.
Het volledige artikel vindt u in Transparant 21.4
Themanummer bestellen
Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een
e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).
Jaargang 21 (2010) No 4 - afscheidsnummer Ton van der Schans
Trefwoorden: Interview, Geschiedfilosofie, Geschiedschrijving.
