WebfeedRSS
Loading

Een antidotum tegen het neutraliteitsvirus in de geschiedwetenschap

Voor Ton van der Schans, collega en VCH-compaan!

Mackay, E.

Al vele jaren kruisen de wegen van Ton van der Schans en mij elkaar. We hebben elkaar leren kennen aan de wieg van het VCH-petekind, en die kennismaking is bij de Hogeschool de Driestar collegiaal voortgezet. Toen Liesbeth Schimmel mij vroeg of ik mijn lezing voor het VCH-debat over neutraliteit (8 januari 2010) wilde uitwerken tot een bijdrage voor jouw afscheidsnummer van Transparant, heb ik dan ook meteen ja gezegd: graag draag ik mijn artikel op aan jou en aan onze jarenlange samenwerking!

Tijdens genoemd debat heb jij gesproken over je promotieonderzoek rond de vraag hoe gereformeerden in de zeventiende eeuw fysisch lijden hebben ervaren. Vragenderwijs heb je ons laten meevoelen met je dilemma: denken over Gods hand in geschiedenis is op zichzelf zeer waardevol, maar moet je dat nu verbinden met de praktijk van de geschiedschrijving, en zo ja, hoe dan? Naar mijn stellige overtuiging mag en kan dit binnen de termen van de geschiedwetenschap. Ik wil graag beargumenteren waarom dit volgens mij kan en waarom we uit onze schroom en verlegenheid moeten weg lopen. Ik wil eerst een persoonlijke inzet geven, voorts wil ik mijn argumentatie geven en daarna wil ik mijn betoog uitwerken naar jouw geschiedkundige praktijk om het geheel met een heildronk te besluiten.

Het midden van de Kerk

Binnen het huidige debat over neutraliteit overheersen twee opvattingen: 1) we moeten streven naar neutraliteit, ook al is het doel niet volkomen haalbaar; 2) de waarheid is in feite niet echt kenbaar. De eerste opvatting zou ik willen etiketteren als ‘modernisme’ en de tweede als 'postmodernisme'. Het modernisme behelst een wetenschappelijk zekerheidsideaal: ons kennen kan, wanneer het aan een aantal voorwaarden voldoet (van bewijsbaarheid) de status van 'weten' of 'zeker weten' bereiken. Het postmodernisme behelst een wetenschappelijk onzekerheidsideaal: ons kennen kan nooit een hogere status dan 'menen' bereiken. Ik kies voor geen van beide opvattingen. Het modernisme pretendeert mijns inziens teveel en het postmodernisme te weinig. Ik kies voor een middenpositie, zoals ik die aantref in 'de klassieke traditie van de Kerk in rapport met de tijd’. Deze traditie zegt mij dat in God alles zeker is, maar dat mijn kenrien beperkt is. Beide elementen vinden hun grond in het Woord: God bestaat werkelijk en kent volkomen; 'wij nu kennen ten dele' (1 Kor. 13). Tussen modernisme en postmodernisme ligt dit midden van de Kerk: dit kennen is for the time being genoeg! Hierna — in de hemelse werkelijkheid — zullen we volkomener kennen.

Wetenschap

Ik ben van mening dat de kern van het neutraliteitsprobleem vast zit op onze opvatting van wetenschap. Elke opvatting van wetenschap rust ten diepste in zichzelf en probeert zo goed mogelijk zichzelf en de eigen aanname te verbinden met de werkelijkheid. Daar kun je vervolgens zo kritisch en streng mogelijk over debatteren, maar uiteindelijk is er geen definitieve zekerheid te vinden.

Het volledige artikel vindt u in Transparant 20.4


Themanummer bestellen

Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).


 Laatst gewijzigd: 05-02-11 - Geplaatst: 02-02-11