Transparant 22.1
Onnekink, D.
De nieuwe Transparant is eind januari 2011 uitgekomen. Dit keer geen themanummer, maar een verzameling van diverse artikelen. Daarvan gaan er twee over het onderwerp confessionele politiek, dat kort geleden op de VCH-netwerkdag centraal stond.
Redactioneel
In zijn in 2005 verschenen studie over politieke representatie in vroegmodern Engeland onderzoekt historicus Mark Knights de opkomst van de partijpolitiek. Engeland was, naast de Republiek, het eerste land waar coherente politieke partijen (Whigs en Tories) zich ontwikkelden, en legitimiteit ontleenden aan een, weliswaar beperkt, democratisch stelsel. Knights analyseert onder andere de manier waarop deze partijen hun electoraat representeerden, en concludeert dat de opkomst van de moderne democratie samen ging met grote instabiliteit. Door de snelle groei van de 'publieke sfeer' (pamfletten, kranten) raakte een groeiend electoraat weliswaar beter geïnformeerd, wat tot stabiliteit zou moeten leiden volgens de gangbare these van Jürgen Habermas. Echter, electorale partijstrijd kon representatie omvormen tot misrepresentatie. Waarheid werd partijpolitieke waarheid. Politieke retoriek was schijnbaar objectief, maar was vooral manipulatief en creëerde 'epistemologische onzekerheid'. In een angstige en onzekere samenleving klampte men zich vast aan een dergelijke partijgekleurde waarheid, maar in een politiek verdeelde samenleving versterkte dit slechts de tegenstellingen, en was instabiliteit het gevolg.
Het is niet de bedoeling van Knights om partijpolitiek als zodanig te bekritiseren, maar meer om de oorpsprong daarvan te verbinden aan politieke taal, stabiliteit en onzekerheid. Knights benadrukt hoe de politiek taal manipuleert, maar tevens hoe belangrijk retoriek is voor het politieke bedrijf: 'the historian of party must also be alive to issues of language, as a means by which allegiance and identity was constructed and as a tool in political conflict.' (Knights, Representation & Misrepresentation, p. 48). Het is fascinerend om te zien hoe groot de impact kon en kan zijn van hoopvolle retoriek (Obama) en dreigende retoriek (Wilders).
In feite onderstreept Knights de invloed van de Linguistic Turn (zie ook Transparant nr. 21.1) op historische politieke studies. Nu, dit is allemaal fascinerend, maar een ander aspect van Knights' boek is eveneens interessant. Naast taal bespreekt hij immers het belang van identiteit voor het politieke bedrijf, en een belangrijke identiteit is natuurlijk religie. Waar de Whigs met name steunden op de dissenting churches, stonden de Tories pal voor het Anglicaans establishment. Kerk en partijpolitiek waren onlosmakelijk verbonden. Het is met name voor Christenhistorici van groot belang te beseffen dat de eerste politieke partijen in de geschiedenis hun wortels vonden in confessionele identiteiten.
In een onderzoeksbijeenkomst die de VCH op 14 januari organiseerde staat precies deze thematiek centraal: de geschiedenis van de confessionele politiek, waarin met name de ogenschijnlijke neergang van de confessionele politiek in Nederland centraal staat.
Anders dan u gewend bent, zult u zien dat deze Transparant geen themanummer is. Niettemin gaan er wel twee artikelen over confessionele politiek. Van de hand van Simon Polinder vindt u een grondige analyse van het gedachtegoed van de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971). Zijn ideeën, die omschreven kunnen worden als christelijk realisme, stonden op gespannen voet met marxisme, conservatisme en liberalisme, maar vonden anderzijds ook inspiratie in deze stromingen. Tot op de dag van vandaag blijft Niebuhr politieke beleidsmakers, zoals Obama maar ook in Nederland CDA-partijvoorzitter Henk Bleker, inspireren. Ook Geert Schipaanboord, de nieuwe redacteur van Transparant, interesseert zich in het CDA, en wel met name in zijn voorganger, de CHU. Zijn artikel gaat over de vroege, vooroorlogse, geschiedenis van de CHU. De historisch gegroeide losse fractiediscipline van de CHU laat nog steeds zijn sporen na in de cultuur van de huidige CDA, zo blijkt uit het artikel.
Naast politiek houdt dit nummer zich ook met geheel andere zaken bezig. Saskia de Graaf verdiept zich in de geschiedenis van onderwijsvernieuwing, en richt zich met name op de pedagoog Wijbrandus Haanstra (1841-1926). Zij plaatst haar historische studie in een actueel kader: de voortdurende onderwijsvernieuwing. Ton Kappelhof, projectleider van het project 'Repertorium Nederlandse zendings- en missiearchieven 1800-1960', dat uitgevoerd wordt door het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, schrijft over conferenties van zendelingen in Nederlands-Indië. Tot slot vindt u een prikkelend artikel van de hand van onze beeld- en websiteredacteur, Enne Koops, over identiteitscrisis, historisch besef en postmodernisme.
Het is Enne die verantwoordelijk is voor het bijhouden van onze website, die inmiddels een behoorlijk archief van oude Transparanten heeft opgebouwd. Bovendien wordt de website voortdurend vernieuwd met actuele informatie. Zelfs historici gaan met hun tijd mee. Wanneer u dat nog niet gedaan heeft, is het de moeite waard onze website te bezoeken.
Namens de gehele redactie van Transparant wens ik u veel leesplezier toe.
David Onnekink
Transparant
Jaargang 22 (2011) No 1
Trefwoorden: Politieke geschiedenis, Zending, Postmodernisme.
