Prof. J. Kamphuis over Puchinger:
'Als een klimop hangend aan een stam'
Renssen, A. van en T. van der Schans
Een generatiegenoot met wie Puchinger de degens meer dan eens mee kruiste, was Jaap Kamphuis. Beiden waren actief als wetenschapper en journalist. Zelden waren ze het eens. Een te prominente aanwezigheid in diens eigen werk, belet de Kamper emeritushoogleraar om Puchinger te erkennen als serieus historicus. Tegelijk voelt Kamphuis een diepe verbondenheid met Puchinger als christen.
'Van veel historici heb ik veel en graag geleerd, maar Puchinger heeft mij wetenschappelijk niets gedaan. Helaas.
'Hij was een interessante man en ik heb veel positieve dingen over hem te zeggen, maar niet op wetenschappelijk gebied. Ik heb getracht tot een wat positiever antwoord te komen, maar het lukt mij niet. Waarom? Ik vind hem geen historicus. Een historicus mag aanwezig zijn in zijn verhaal, maar hij mag niet domineren. Puchinger is in zijn werk praktisch altijd dominant aanwezig. Puchinger schreef en praatte, ja, ook praatte, veel over Puchinger. Dat maakte het contact ook moeizaam. Hij leek hierin erg op de vitalisten uit de jaren dertig als Marsman en Ter Braak. Hij was ijdel en sterk geďnteresseerd in zichzelf.'
'Van Puchinger is vaak gezegd dat hij niet echt meetelde als historicus. Historici nemen hem niet helemaal serieus. Toen heeft hij een zoete wraak genomen in zijn drie delen over Colijn en het einde van de Coalitie. Fasseur roemt in zijn biografie van Wilhelmina deze stofverzameling ook. Maar ik moet tegelijk zeggen dat de historici, van wie Puchinger altijd vond dat ze zo vervelend schreven, in diezelfde boeken wraak op hém hebben genomen, want ze zijn in hoge mate onleesbaar.'
U bent kritischer dan bijvoorbeeld professor Van Deursen. Die laat in de bundel ‘Achter de tijd’ de balans naar de positieve kant doorslaan als hij spreekt over Puchingers visie op de geschiedenis die het ambachtelijke aspect van zijn geschiedbeoefening zou compenseren.
'Dat is op aan vriendelijke manier verwoord wat ik wil zeggen, maar ik ben kritischer. Als historicus doet Puchinger me weinig. Een voorbeeld: daar ligt het eerste deel van de biografie van Kuyper. Hij wist veel van Kuyper. Hij zet hem daar ook wel in neer, maar op onderdelen is toch ook slordig. Als hij het over de Confidentie van Kuyper heeft, romantiseert hij. lk denk dat hij de kritiek van Stellingwerf op de Confidentie niet eens gelézen heeft. Hij had moeten weten dat Stellingwerf heeft aangetoond dat er een verfraaiend element in die Confidentie zit.'
'Hetzelfde kun je zeggen van de brief van Colijn en de kwestie rond Langeveld aan het eind van Puchingers leven. Langeveld maakt natuurlijk gebruik van de fout van Puchinger, dat is duidelijk, maar het is voor een historicus ook bijna onvergeeflijk. Als je de beschikking hebt over een brief en je kopieert die en je geeft hem zo beperkt door, dan mis je je roeping als historicus. Dan ben je romanticus. Fruin en Groen verschilden in veel van elkaar, maar vonden elkaar tenslotte in 'feiten zijn feiten'. Voor feiten mag je niet aan de kant gaan. Dat is ook geen 'cronique scandaleuse', zoals wel gezegd wordt. Als je met zo'n brief bezig bent, moet je niet tussen die brief en de lezer in gaan staan. Dan faal je als historicus. Puchinger heeft die brief niet integer doorgegeven.'
Toch is de erkenning als historicus op het eind van zijn leven gekomen.
'Natuurlijk. Hij was een gestalte. Ook in de geschiedschrijving. Alleen mij heeft dat niet veel gedaan. Ik vind het groot en nobel, ook als christen, in zijn contact met gereformeerd-vrijgemaakte theologen. Zoals hij bijvoorbeeld schrijft in de bundel over Greijdanus.... hij was toen aan het eind van zijn krachten. Het is ook een korte bijdrage die door noblesse wordt gekenmerkt. Het is een hele goede typering van de christen en wetenschapper Greijdanus.'
'Wat ook te waarderen valt in Puchinger, is zijn volgehouden aandacht vragen voor K. Schilder. Ik heb nooit begrepen dat hij synodaal werd, maar die volgehouden aandacht... altijd weer. Ook in zijn interviewbundels. Zelfs aan Den Uyl heeft hij gevraagd wat Schilder hem deed.... Hij zag het als zijn roeping om steeds aandacht voor Schilder te blijven vragen, ook toen hij de keuze voor de synodaal-gereformeerde kerk maakte. Dat hij dat steeds aan de orde gesteld heeft, vind ik groots. Dan geef je gestalte aan je christen-zijn in het publieke leven.'
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 12 (2001) No 3 - themanummer Puchinger
Trefwoorden: George Puchinger, Geschiedschrijving, Vrijgemaakt-gereformeerd.
