Prof.dr. M. Brands over Puchinger
'Een intellectuele holle bolle Gijs'
Graaf, B. de
Maarten Brands leerde George Puchinger op het NIAS in Wassenaar in het academische jaar 1976-1977 kennen. 'We waren overbuurmannen. Puchiner kwam naar mij toe en liet niet meer los. Ik kwam uit Amsterdam, van de UvA, en was leerling van Romein. Puchinger was daar wel nieuwsgierig naar. Hij dacht dat we daar allemaal marxist waren en kon zich aanvankelijk nauwelijks voorstellen dat Romein zich niet met ja-knikkers omringde. Daarover kon hij mij urenlang uithoren.'
'Puchinger had altijd tijd. Kenmerkend voor hem vind ik zijn nieuwsgierigheid. Hij was een echte snuffelaar. Enerzijds kwamen wij voor elkaar van verre, anderzijds hadden we genoeg gemeen om langdurige gesprekken te kunnen voeren over de diepere dingen des levens. En dat is een zeldzaam verschijnsel in onfilosofisch Nederland waar de oppervlakte veelal voor de werkelijkheid wordt gehouden.'
'Puchinger opende mij de ogen voor de gedachtewereld van de VU. Ik had ook zo mijn vooroordelen. Puchinger heeft dat wereldje voor mij geopend. Ze heeft hij mij bijvoorbeeld uitgelegd waarom Schilder uitgerekend in 1944 een kerkscheuring meende te moeten veroorzaken. Hij legde mij de complexiteit uit van de problemen in kringen waar ik nooit kwam. Dat het woord 'openbaar' een bedreiging voor veel gereformeerden was, heb ik door hem leren begrijpen. Toch hoorde Puchinger voor mij niet echt bij de gereformeerden. Op latere leeftijd heeft hij toch ook afscheid genomen van de kaalheid van een protestantisme dat de omnivoor en romanticus Puchinger niet genoeg te bieden had.'
Ondervoeding
Over Puchingers familie kwam Brands echter weinig te weten.
'Hij liet zelf niets los over zijn achtergrond. Tijdens de herdenkingsdienst in december 1999 in de Westerkerk, hoorde ik pas dat hij kind van een ongehuwde Tsjechoslowaakse vrouw was. Dat tekent Puchinger ten voeten uit. Hij was een echte burgerman in de positieve zin van het weerd, die zich hield aan de regels van de burgerlijkheid. Daar past deze afkomst nu eenmaal niet in. Bij anderen wilde hij altijd doorstoten naar de problemen, maar over zijn eigen nare ervaringen zweeg hij het liefst. Hij had veel geheimen en was een moeilijke man.' Maar in Wassenaar, die beschermde dierentuin volgens Brands, gedijde Puchinger uitstekend. Daar vond hij de afgeschermde omgeving waar hij het klankbord voor zijn bespiegelingen vond.
'Puchinger is, zo weten we nu, in een niet bijster intellectueel milieu opgegroeid. De schade van die geestelijke ondervoeding heeft hij later als een intellectuele hollebollegijs met een onverzadigbare curiositas proberen in te halen. Het viel mij in 1976 al op dat hij aan het inhalen was. Er was voor hem kennelijk een grote achterstand in te lopen die bleef bestaan. Er moesten nog boekenkasten vol geschreven worden. Georges wereld bestond voor een belangrijk deel uit het geschreven woord, uit papier. Zijn huis was vooral een boekhuis. Op het papieren vlak moest het grote werk gedaan worden. Ik zag hem in mijn verbeelding steeds met zandzakken sjouwen om dijken te dichten, hoezeer hij overigens ook in het algemeen de lichamelijke inspanning schuwde. Zelfs een afstand van honderd meter overbrugde hij bij voorkeur niet te voet. Zijn werkdrift werd slechts ingeperkt door uitputting. Maar toch meende hij nog dat zijn maatschappelijke loopbaan nooit veel is geworden. Het leek wel alsof hij vond dat hij nog steeds niet voor vol werd aangezien.'
Personalia Maarten Brands
Prof.dr. M.C. Brands is wetenschappelijk directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam. Van 1970 tot 1999 was hij hoogleraar Nieuwe Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was daarnaast onder meer voorzitter van de Nederlands Adviesraad voor Internationale Vraagstukken in Den Haag, adviserend raadslid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en directeur van het Oost-Europa Programma van het NIAS te Wassenaar.
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 12 (2001) No 3 - themanummer Puchinger
Trefwoorden: George Puchinger, Interview, Geschiedschrijving.
