Het christelijk denkkader van Leopold von Ranke
Von Rankes geloofsovertuiging en zijn historische arbeid
Hemert, L. van
Bij het horen van de naam van Leopold von Ranke wordt vandaag de dag vooral aan bronnenkritiek en het negentiende-eeuwse historisme gedacht. Vaak wordt dit historisme weer gekoppeld aan het positivisme. In de historische literatuur zijn wel kanttekeningen geplaatst bij deze duiding van Von Ranke en zijn werk? Was de levensbeschouwing van Von Ranke wel zo door het positivisme getoonzet? Van belang in die discussie is de invloed van Von Rankes geloofsovertuiging op zijn werk.
De vraag naar de relatie tussen Von Rankes geloofsovertuiging en het effect daarvan op zijn historische arbeid is vaak als problematisch voorgesteld. Is het niet zoals Leonard Krieger in zijn Von Ranckestudie stelt, dat: "... the more he is himself historically restored, the more archaic must he seem"?
Deze handelswijze leidt tot een benadering van Von Ranke die, wat zijn ideeën betreft, een onderscheid maakt tussen een voor ons bruikbaar en onbruikbaar gedeelte. Dat lijkt mij niet terecht. Het wegcijferen van de invloed van Von Rankes geloof op zijn werk komt namelijk doordat hedendaagse historici religie veelal zien als een verschijnsel dat door de mens zelf is gecreëerd; zij bekijken religie door een antropologische bril. In dit artikel probeer ik de tekortkomingen van deze vooringenomen zienswijze te tonen. Ik wil laten zien wat Von Ranke geloofde en wat voor invloed dit op zijn historische arbeid had. Ook wil ik duidelijk maken dat het denkkader van Von Ranke door hedendaagse historici te gebruiken is.
De historische arbeid van Von Ranke behandel ik aan de hand van twee hoofdlijnen die in zijn werk herkenbaar zijn: de universaliteit van de geschiedenis en de objectieve houding die van een historicus verwacht wordt. Het zal duidelijk worden dat beide lijnen nauw verbonden zijn met het geloof van Von Ranke. Daarom ga ik daar eerst op in.
Geloofsovertuiging
Von Ranke beschouwde Jezus Chnstus als zijn Verlosser. Zijn geloof in Christus en God zag hij als een groot mysterie. Von Ranke had een grote afkeer van dogmatiek en een even grote afkeer van het piëtisme. Tussen deze twee uitersten van rationaliteit en emotionaliteit zocht hij naar een middenweg.
Bij zijn zoektocht was Von Rankes geloof onlosmakelijk verbonden met wat hij deed, vooral ook in zijn werk als historicus. Dit kwam op twee punten naar voren: bij zijn verbinden van religie en geschiedenis en bij zijn streven naar objectiviteit. Allereerst bracht zijn geloof hem tot de studie van de geschiedenis. De belangrijkste reden hiervoor lag in zijn bewondering voor Martin Luther. In deze reformator zag hij iemand die net als hij een middenweg tussen dogmatiek en piëtisme had proberen te vinden – en die ook daadwerkelijk had gevonden. In het protestantisme zag Ranke de mogelijkheid om geschiedenis en religie aan elkaar te verbinden. Dit is van belang omdat voor hem de kennis van God niet tot het begrijpen van de geschiedenis leidde, maar het begrijpen van de geschiedenis tot de kennis van God. Von Ranke zag de geschiedenis "wie eine heilige Hieroglyphe Gottes."
Het tweede punt vloeit voort uit de hierboven genoemde verbinding van geloof en geschiedbeoefening. Zijn geloof vormde voor Von Ranke de legitimatie van zijn werk als historicus. Hij geloofde namelijk dat door de menswording van Christus God zich aan de mensen openbaarde. Dat was een handeling die de mens innig met God verbindt, niet alleen met zijn morele, maar ook met zijn intellectuele wezen. Voor de mensheid werd daardoor een nieuwe weg geopend. In combinatie met zijn overtuiging dat over alles de goddelijke ordening der dingen zweeft – die weliswaar niet exact valt aan te wijzen, maar die we wel kunnen proberen te duiden – maakte dit uitgangspunt van de innige band met God het voor Von Ranke mogelijk om als historicus objectief onderzoek te doen. Hij zag daarbij geschiedenis als een continu proces.
Dit vatte hij zelf nog eens samen door te stellen dat de geschiedenis "identisch sei mit der Aufeinanderfolge der Zeiten, in ihr haben die bedeutenden Individuen ihre Stelle... Die historische Methode, die nur das Echte und Wahre sucht, tritt dadurch in unmittelbaren Bezug zu den hochsten Fragen des menschlichen Geschiechtes." Von Ranke achtte het mogelijk om als historicus objectief te werken op basis van zijn geloof.
Voor Von Ranke was het door zijn studie van de geschiedenis duidelijk dat de mens niet de aanzet kon geven tot een perfecte wereld. Hij zag de dagelijkse zondeval bewezen in de historie: "Der Mensch vergißt das leben seines Geistes, (...), er fallt ab von dem Gottlichen und wird zum Sünder." Opnieuw wordt hier duidelijk dat zijn geloof de grondslag voor zijn ideeën vormde. Ondanks het steeds weer terugvallen in de zonde zat de mens niet in een vicieuze cirkel gevangen. God had de mens reeds gered, die hoefde dat niet zelf te doen; Von Ranke geloofde in Jezus Christus: "Einen historischen Nihilismus hätte er als Ausgeburt völliger Gottlosigkeit und als Empörung gegen die Gnade abgelehnt," schrijft Kupisch.
Het is duidelijk dat het lutherse geloof voor Von Ranke de lijnen uitzette waarbinnen hij als historicus werkte. Dit is zijn hele leven zo gebleven. Diverse auteurs beweren echter dat dit niet zo was.
Universaliteit
In het voorafgaande is reeds naar voren gekomen dat Von Ranke op basis van zijn geloof de geschiedenis als een eenheid beschouwde. Deze universaliteit was geen toevalligheid, maar in de vorm van vooruitgang in de historie aanwezig. De vooruitgang had haar doel volgens Von Ranke in de ontdekking van het goede, waarmee hij bedoelde dat de mens steeds beter naar Gods wil kon gaan leven.
Ondanks deze overtuiging had Von Ranke problemen met het geloof in de universaliteit van de geschiedenis. In de geschiedenis zag hij namelijk een aantal tegenstellingen die de universaliteit tegen leken te spreken. De tegenstrijdigheden tussen grote ontwikkelingen in de geschiedenis en de handelingen van specifieke personen en de tegenstrijdigheden tussen het geestelijke en het vleselijke, hielden hem zijn gehele leven bezig. Daarbij valt te denken aan de concrete invloed van bijvoorbeeld Napoleon, Hitler en anderen tegenover sociaal-economische ontwikkelingen; het geestelijke tegenover het materiële; het zondige tegenover wat op God is gericht; geloof tegenover ongeloof en de levenshouding die dat geeft. In zijn werken is herkenbaar hoe hij hier een oplossing voor vond, namelijk personen en gebeurtenissen aan te wijzen die iets van de universaliteit van de geschiedenis lieten zien. Het uiteindelijke slagen hiervan gaf hem de mogelijkheid om de universaliteit van de geschiedenis te concretiseren door het schrijven van een, overigens nooit afgeronde, wereldgeschiedenis.
Tussen 1826 en 1836 werkte Von Ranke aan Die romischen Päpste in den letzten vier Jahrhunderten. In dit boek zag hij de eenheid van de geschiedenis verwezenlijkt in de eenheid van West-Europa met aan het hoofd de paus.
Personalia Lammert van Hemert
Download het complete artikel (pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 12 (2001) No 2
Trefwoorden: Historisme, Geschiedfilosofie, Leopold von Ranke.
