WebfeedRSS
Loading

400 jaar Friezen in Amerika

Recensie

Koops, E.

n.a.v. Peter de Haan en Kerst Huisman (red.), Gevierde Friezen in Amerika (Leeuwarden: Friese Pers Boekerij, 2009),
ISBN 978-90-330-0828-3, 319 blz. € 24,95.

In ruim 60 portretten en artikelen schetst dit boek de 400-jarige betrekkingen tussen Friesland en de Verenigde Staten. De auteurs halen vooral twee thema's naar voren: beroemde Amerikaanse Friezen en bijzondere anekdotes. Als er één ding is dat de bundel Gevierde Friezen in Amerika duidelijk maakt, is het dat Friezen en Amerikanen – soms ook ogenschijnlijk – veel gemeen hebben: hun vrijheidsdrang, een traditie van federalisme en decentralisme, vlaggen die op elkaar lijken en talen die meerdere overeenkomsten vertonen.



Ook in historisch opzicht zijn er ontmoetingen geweest. Zo was Friesland na Frankrijk de tweede ‘soevereine staat’ die in april 1782 de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten erkende. En de Fries Albert Kuiper bouwde in 1896 Siegel & Cooper, het grootste warenhuis van New York met een grote vuurtoren. In zijn geboortedorp is Kuiper nog altijd een gevierd man, omdat hij er een bejaardencomplex liet bouwen. Vermeldenswaardig is verder dat er in Amerika nog steeds vijf plaatsen bestaan met de naam Friesland of variaties daarop, zoals Vriesland en Frisia. Er is zelfs een donut naar een Fries vernoemd: de "Krolyer" of "Cruller". Deze houdt Bastiaen Krol, de 17e-eeuwse gouverneur van Nieuw-Nederland, in herinnering.

De bundel is prachtig geïllustreerd en bevat meerdere lezenswaardige bijdragen. Een voorbeeld daarvan is het fraaie artikel van de historicus Jaap Jacobs over Pieter Stuyvesant. Deze Stuyvesant was van 1647 tot 1664 de capabele directeur van het door hem gestichte Nieuw-Amsterdam, het huidige New York. Jacobs komt tot de slotsuggestie dat Stuyvesant, hoewel hij Friesland na zijn emigratie nog diverse keren bezocht, wellicht meer voor Friesland heeft betekend dan andersom. Andere mooie bijdragen zijn die van Huisman over de filmsterrenfamilie van Jane Fonda, Galema over de negentiende-eeuwse Friese emigratie en De Haan over de voormalig Ford-president John Dykstra. Wat echter ook in het oog springt, is het kwaliteitsverschil van de artikelen. Er zit een aantal bijdragen tussen dat ronduit slecht geschreven is. Verder is de bundel niet goed geredigeerd, want er komen nogal wat typ- en stijlfouten in voor: 'Missipi' (Mississippi), 'nabij gelegen' (nabijgelegen), 'neo-gotisch' (neogotisch), de dertiger jaren (germanisme), et cetera.

Problematisch is de afbakening van het begrip Fries: drie generaties nakomelingen van Friezen worden als Fries beschouwd, maar de redacteuren geven aan in een aantal gevallen ook personen met een langduriger afstamming tot die categorie te rekenen. De definitie van het begrip Fries blijft hierdoor wat mistig. Daarbij doet de term 'gevierd' uit de titel nogal Frieslân boppe-achtig aan: alleen geslaagde Friezen komen aan bod.

Aardig is dat Gevierde Friezen in Amerika een aantal broodjeaapverhalen de wereld uit helpt. Zoals de bewering dat de kleuren en vormgeving van de Amerikaanse vlag gebaseerd zijn op de Friese vlag, of het mooie sprookje over Barack Obama dat de De Volkskrant in februari 2008 lanceerde. Volgens deze niet altijd wakkere krant zou Obama een verre nazaat zijn van Jelle Obbema, een Fries die rond 1800 in Kenia een fortuin maakte in de pepermuntolie-industrie. Naast pepermuntjes – Obbema behoorde tot de grondleggers van het befaamde snoepmerk King – had hij nog een andere hobby, namelijk het versieren van zwarte vrouwen. Jelle schijnt een reeks Afrikaanse maîtresses gehad te hebben. Een van zijn avontuurtjes ontsproot in de geslachtslijn van Barack Obama. Maar niet alleen Baracks naam, ook zijn atletische gaven zouden teruggaan op zijn Friese wortels. Om het verhaal nog fantastischer te maken, beweerde De Volkskrant dat Obama de verkiezingsleus Yes, we can! ontleende aan het familiecredo van de Obbema's Ja, wy kinne. Ingenieus bedacht, maar regelrechte kolder.

Gevierde Friezen in Amerika is de moeite van het lezen zeker waard. Helemaal voor het fatsoenlijke bedrag waarvoor dit boek in de schappen ligt. De Haan en Huisman zijn erin geslaagd een groep opmerkelijke Friezen op een interessante manier te portretteren. Met inachtneming van de genoemde reserves is dit boek een absolute aanrader. Zeker voor personen bij wie er Fries bloed door de aderen vloeit.


 Laatst gewijzigd: 05-07-10 - Geplaatst: 05-07-10