Leesbaar boek over verwoesting van Nijmegen
Recensie
Krabbendam, H.
n.a.v. Joost Rosendaal, Nijmegen '44, Verwoesting, verdriet en verwerking (Nijmegen: Vantilt, 2009),
ISBN 978-94-6004-011-5, 336 blz. € 24,95.
Hoe herdenk je een aanval van vrienden op je stad? Gelaten? Boos? Verward? Nijmegen overkwam dat op 22 februari 1944 net na het middageten. Een squadron Amerikaanse bommenwerpers op de terugreis na een afgebroken tocht in Duitsland, wierp zijn dodelijke lading op de stad. Doordat er al eerder een luchtalarm was afgegaan, waren er nu veel mensen onderweg. Vanwege de schade aan de communicatielijnen, het wegvallen van de waterdruk en verdeeldheid onder de autoriteiten kwam de hulpverlening slecht op gang en vonden meer dan vijfhonderd inwoners de dood.
Het boek van de Nijmeegse historicus Rosendaal, die eerder een baanbrekende studie over de Patriottentijd schreef, is het resultaat van een opdracht om de toedracht van het bombardement, waarover nog steeds veel misverstanden bestaan, op een solide feitelijke en historiografische basis te plaatsen. Daarin slaagt hij wonderwel met een zeer leesbare verhandeling die bovendien veel aanknopingspunten biedt voor vergelijkend onderzoek. Deze studie levert tevens een bijdrage aan het vaak verwaarloosde aspect van de burgerslachtoffers van oorlogen en daarmee aan de morele discussie over bombardementen. Het biedt ook inzicht in de hiërarchie van herdenkingen.
Het eerste deel van het boek beschrijft de buitenkant van het bombardement en wat daarop volgde. Det Nijmeegse situatie werd nog dramatischer in het jaar 1944. Bij operatie Market Garden werd Nijmegen weliswaar bevrijd, maar kwam het vijf maanden in de vuurlinie te liggen, waardoor er nog eens honderden slachtoffers vielen. De bewoners werden niet geëvacueerd. De stad werd verzamelpunt voor een grootscheepse aanval op Duitsland. Pas ruim een jaar na het ongelukkige bombardement was de stad echt vrij en kon de balans opgemaakt worden. De verwoesting door Duitse bombardementen was veel groter dan die van de luchtaanval op 22 februari en ook het aantal van meer dan 750 doden overtrof het aantal slachtoffers van het Amerikaanse bombardement. Maar in de herinnering vloeiden de twee gebeurtenissen samen.
De controverse over de toedracht barstte al gelijk los na de officiële begrafenis. De NSB maakte het bombardement een propagandamiddel dat aan moest tonen dat de Amerikanen ongeïnteresseerd of meedogenloos waren. De ondergrondse pers schoof de schuld in Duitse schoenen, die het bombardement zouden hebben uitgelokt. Maar ook voor het herstel van de stad was beeldvorming belangrijk. Een vorm van citymarketing was toen al nodig. Door onderschatting van het aantal slachtoffers en de verwoestingen kwamen er minder hulpgoederen naar de stad. Toch werkte de onderlinge hulp tussen de steden in Nederland, samenbindend voor het land ondanks de schaarste aan voedsel, kleding, huisraad en geld. Het proces verliep langzaam, sommige huizen moesten nog twee jaar op glazen ruiten wachten. Ook in de wederopbouwfase moest het verwoeste Nijmegen op de kaart gezet worden om middelen te verwerven. Het duurde nog tien jaar voordat het gedeeltelijk herstel van de platgegooide binnenstad zichtbaar was.
Het tweede deel van het boek gaat over de binnenkant, de verwerking van het verlies. In de eerste vijf jaar was dat spontaan. Eerst werden de hulpverleners bedankt met medailles en mooie woorden. Deze eerste herdenkingen noemden de rol van de geallieerden niet. Bij de bevrijdingsfeesten was er wel gelijk aandacht voor de gesneuvelden en verzetsmensen en even voor de weggevoerde joden, maar de laatste groep kreeg pas een halve eeuw later volledige erkenning. Er ontstond een concurrentiestrijd om de aandacht, zichtbaar in de poging om een nationaal gedenkteken te krijgen. Dat lukte Nijmegen niet, een gedachteniskapel werd bebouwd, maar groeide door gebrek aan steun van de bisschoppen niet uit tot een landelijk monument. Overal verschenen herinneringstekens en het fascinerende van het boek is hoe sommige plekken uitgroeiden tot geliefde centra en andere snel hun betekenis verloren.
Hoewel de zingevingvraag niet centraal staat in dit boek, kwam die vraag wel steeds op. Daarmee geeft deze reconstructie ook een verheldering over de verschuiving van de publieke plaats van religie in het gemeenschapsleven van een stad. Eerst legden levensbeschouwelijke verklaringen een verband met het verlies aan geloof, zoals dat in nazi-Duitsland zichtbaar was geworden en die tot zo veel verwoesting van het leven had geleid. In 1969 verbonden geestelijke woordvoerders het menselijke lijden met de hoop van de opstanding. In de tijd van de ontkerkelijking leek het of de laatste herdenkingen spoedig verleden tijd zouden worden. Maar een nieuwe politieke lading van het antifascisme nam de fakkel over. Deze verschuiving lijkt een gevolg te zijn van het verstommen van de waarom-vragen omdat daarop geen antwoorden meer waren.
Dit soort beschrijvingen leent zich goed voor vergelijking met andere steden. Had de aard van het bombardement gevolgen voor de verwoording en verwerking en de publieke plaats van geloofsuitingen? Zocht men in andere steden ook naar helden die de verwoesting met een positief voorbeeld verzachtten? Heeft de verwoesting op andere plaatsen tot onderlinge verbondenheid geleid of lag de klemtoon steeds op de eigen unieke ervaring? Dit prachtig vormgegeven en mooi geschreven boek is niet alleen voor Nijmegenaren van waarde, maar voor ieder die zich een voorstelling probeert te maken van de gruwel der verwoesting, ver weg en dichtbij.
Jaargang 21 (2010) No 3 - themanummer Regio en religie
Trefwoorden: Tweede Wereldoorlog, Oorlogen, Recensie (artikel).
