Een kwestie van macht?
Politiek-geografische bespiegelingen over godsdienst en migratie
Wie de godsdienstkaart van Europa beziet, kan niet anders dan constateren dat er sprake is van een rijke variëteit. Toch is ook meteen duidelijk dat de geografische verspreiding van de verschillende godsdiensten zich niet volstrekt volgens toeval heeft voltrokken. Zo zijn drie overwegend homogene macroregio's te ontwaren: een lutherse in het noorden, een rooms-katholieke in het zuiden en een orthodoxe in het oosten, van elkaar gescheiden door twee godsdienstig heterogene zones, die lopen van noordwest (het Verenigd Koninkrijk, Nederland) via delen van Duitsland naar zuidoost (Zwitserland), en van noordoost (Fins-Russische grens, Baltische staten) naar zuidoost (Hongarije, voormalig Joegoslavië). In het uiterste zuidoosten begint een vierde macroregio, die van de islam, die voor het grootste deel buiten Europa valt.
Figuur 1, ontleend aan een publicatie van de Hongaarse geograaf Karoly Kocsis, geeft deze geografische verdeling weer in 2000. Dit geografisch patroon laat zien dat behalve de voorkeuren van individuele gelovigen, politiek-geografische factoren een doorslaggevende rol hebben gespeeld bij de bepaling welke godsdienst (kerk, geloofsgemeenschap) in een gebied dominant werd. Doel van deze bijdrage is deze politiek-geografische factoren nader te verkennen, mede in relatie tot daaruit voortvloeiende migratiebewegingen. Daarbij staan de macro-ontwikkelingen van religie in Europa en de Verenigde Staten vanaf de Reformatie centraal.
Cuius regio, eius religio
Historisch gezien is de keuze voor een bepaalde godsdienst altijd sterk beïnvloed door de beslissingen van heersers. Zo had de beslissing van de vorst van Kiev om in 980 te kiezen voor het Byzantijnse christendom verstrekkende gevolgen voor de godsdienst van het latere Russische Rijk en zijn opvolgers tot op de dag van vandaag. De Russisch-Orthodoxe Kerk zou vorst Vladimir I later om deze daad dan ook heilig verklaren. Met het ontstaan van moderne staten met afgebakende territoria kreeg deze gang van zaken ook een duidelijke geografische dimensie. Voor de geografische verspreiding van de godsdiensten zijn historische processen van staatsvorming en natievorming dan ook cruciaal.
Nadat de Reformatie in het westen van Europa voor grote onrust had gezorgd, escalerend in godsdienstoorlogen, sanctioneerde de Vrede van Augsburg (1555) deze politieke praktijk via het bekende principe cuius regio, eius religio (letterlijk: wiens gebied, diens godsdienst). De Vrede van Münster en Osnabrück (1648), die de start vormde van het Europese stelsel van moderne territoriale staten, herbevestigde dit principe. Vorsten regeerden 'bij de gratie Gods' (het droit divin-principe) en legitimeerden daar mee hun gezag. De Franse Revolutie, die het principe van de volkssoevereiniteit invoerde, maakte een eind aan deze vanzelfsprekende band tussen ‘kroon en altaar’. De wil van het staatsvolk, de natie, moest voortaan het staatsgezag legitimeren, al zijn de restanten van het ancien regime in veel landen nog steeds te herkennen.
Personalia Hans Knippenberg
Prof. dr. Hans Knippenberg is emeritushoogleraar in de Sociale Geografie aan de Universiteit van Amsterdam en heeft veel gepubliceerd op het grensvlak van geografie en geschiedenis, in het bijzonder over staatsvorming, natievorming en de historische relatie tussen politiek en godsdienst.
Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).
Jaargang 21 (2010) No 3 - themanummer Regio en religie
Trefwoorden: Geografie, Amerikaanse geschiedenis, .
