WebfeedRSS
Loading

Rijk verwacht, arm gebleken

De bijdrage van de hugenoten aan de economie

Troost, W.

In dit artikel wil ik nagaan welke bijdrage de hugenoten hebben geleverd aan de Nederlandse economie aan het einde van de zeventiende eeuw. Lange tijd bestond de idee dat de hugenoten een positieve impuls hebben gegeven aan die economie, maar tegenwoordig wordt de economische bijdrage ter discussie gesteld.

De eerste groep hugenoten (het woord is waarschijnlijk afgeleid van het Zwitsers woord Eidgenossen) verliet Frankrijk vanaf 1681 toen de repressie tegen hen steeds meer toenam. In 1598 had Hendrik IV de hugenoten door middel van het Edict van Nantes dezelfde burgerlijke rechten gegeven als de katholieken, maar Richelieu, de eerste minister van Lodewijk XIII, had de vrijheid van de hugenoten ingeperkt. Lodewijk XIV voerde de druk tegen de hugenoten op. Hij probeerde hen door middel van de beruchte dragonnades, inkwartiering van dragonders, tot het katholicisme te bekeren. De tweede emigratiegolf ontstond na de herroeping van het Edict van Nantes in oktober 1685, wat volgens de koning de kroon op zijn bekeringsactiviteiten betekende.

Aantallen

Over het precieze aantal refugiés (vluchtelingen) is lang onenigheid geweest. De hugenoten vormden omstreeks 1660 ongeveer 4.5% van de totale Franse bevolking van 19 miljoen zielen, dat is 865.000 personen. Protestantse geschiedschrijvers hebben het aantal refugiés zwaar overdreven. Men sprak van 400.000 en zelfs 500.000 vluchtelingen. Recenter onderzoek heeft aangetoond dat er in totaal niet meer dan 200.000 hugenoten zijn gevlucht. Daarvan zijn er volgens sommige auteurs 70.000 in de Republiek terechtgekomen.

Anderen houden het op 35.000. Die getallen verschillen zo van elkaar omdat de laatste groep historici uitgaat van het aantal hugenoten dat zich definitief in de Republiek heeft gevestigd, terwijl de eerste groep wel rekening heeft gehouden met de aankomst van refugiés, maar niet heeft nagegaan of die vluchtelingen ook echt in de Republiek zijn gebleven. Zo weten we dat er later hugenoten uit de Republiek naar Suriname en de Kaapkolonie getrokken zijn en na de Glorious Revolution in 1688 ook in Engeland zijn gearriveerd. Zeker is dat de Republiek de meeste hugenoten heeft opgevangen en daarom in de woorden van de Franse hugenotenpredikant Pierre Jurieu het predikaat 'grande arche des refugiés' heeft gekregen. In Brandenburg-Pruisen, waar de keurvorst de hugenoten uitnodigde naar zijn land te komen, vestigden zich bijvoorbeeld 'slechts' 13.000 hugenoten.

Waarom kwamen hugenoten naar de Republiek?

Dat er zoveel hugenoten voor de Republiek kozen, kwam doordat de Republiek makkelijk bereikbaar was en een bevolking had die in de gewesten boven de grote rivieren overwegend de gereformeerde religie toegedaan was. De hugenoten wisten dat ze konden rekenen op hun calvinistische broeders, die de acties van Lodewijk XIV tegen hun geloofsgenoten met afgrijzen aanzagen. De vluchtelingen mochten hopen op de opvang door de Eglises Wallones, kerken die aan het eind van de zestiende eeuw waren gesticht door Franssprekende protestantse vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden.

Het waren echter niet alleen gevoelens van humanitaire geroerdheid en geloofsverwantschap die ervoor zorgden dat de refugiés in eerste instantie met open armen ontvangen werden. Het was ook eigenbelang wat de autoriteiten in de Republiek ertoe bracht actief te werven onder Franse hugenoten. De Nederlandse economie bevond zich sinds 1650 in een depressie en de steden en gewesten hoopten met het aantrekken van bekwame Franse ambachtslieden de textiel- en zijde-industrie een impuls te geven. Er werden advertenties geplaatst in Franse kranten die in de Republiek verschenen en vervolgens naar Frankrijk gesmokkeld werden.

Zo aanvaardde de Amsterdamse vroedschap in 1681 een memorie waarin toekomstige refugiés allerlei rechten en privileges in het vooruitzicht werden gesteld. De Staten van Friesland namen op 4 augustus 1683 een resolutie aan waarin zij enige terreinen verwaarloosde landbouwgrond in Gaasterland gratis ter beschikking stelden van mogelijke vluchtelingen. De Staten gaven zich rekenschap van het 'grote nut dat door het inbrengen en establisseren van een goedt getal vreemdelingen aan dese provincie soude werden toegebragt.' De toekomstige agrariërs werden voor een periode van twaalf jaar vrijgesteld van alle buitengewone lasten, hoofd- en schoorsteengelden.

Personalia Wout Troost

Wout Troost is gepensioneerd docent geschiedenis. Zijn interesse gaat uit naar geschiedenis van de Nederlanden in de tweede helft van de 17e eeuw, de tijd van Willem III, over wie hij in 2001 een biografie publiceerde.


Bestel het complete onderwijsnummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).


 Laatst gewijzigd: 05-04-10 - Geplaatst: 03-04-10