Bronzen Eeuw
Armoedebestrijding in de zeventiende eeuw hard nodig
Verhoeve, P.
'Hebt elkander toch hasrtelijk lief', zo laat Godfried Bomans de hoofdpersoon in het boekje Pieter Bas zeggen. Het zou een aardig thema zijn voor een preek. Naastenliefde is immers een van de kernen van het christelijk geloof. Daarbij hoort ook het zorgen voor hen die aan de rand staan: de armen, de gehandicapten, de weduwen. Sinds jaar en dag is dit een taak voor de diaconie. Hoe was dit echter in de Gouden Eeuw geregeld? Buitnelanders verbaasden zich in de Gouden Eeuw over de goede Nederlandse armenzorg. Toch is het merkwaardig dat ongeveer de helft van de bevolking amper kon rondkomen. Nederland was ook toen geen polderparadijs
De Gouden Eeuw was een periode van enorme voorspoed. De bewoners van een stuk grond aan de Noordzee, de Nederlanden, wisten niet alleen het machtigste land ter wereld, Spanje, te verslaan. Nee, de pas ontstane Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden slaagde er binnen korte tijd zelf in een internationale mogendheid te worden. In de zeventiende eeuw was het Nederland van toen qua macht en invloed op bepaalde momenten te vergelijken met landen als China en Amerika tegenwoordig.
Nederland, of beter gezegd, de Nederlanden, was niet alleen toonaangevend op machtseconomisch vlak met haar overwinningen van De Ruyter, Prins Maurits en de VOC. De Republiek was ook de trendsettende natie op het gebied van kunst. Denk aan de vermaarde schilderijen van Vermeer en Rembrandt. Ook ten aanzien van de filosofie was ons land zijn tijd ver vooruit. Jonathan Israel heeft in zijn studie Radical Enlightenment proberen aan te tonen dat de Vroege Verlichting eigenlijk in dit land begon. Henk van Nierop, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, schrijft op de website van zijn onderzoeksprogramma over de Gouden Eeuw: 'Er is geen tijdperk in de Nederlandse geschiedenis waarin zo veel uitzonderlijk begaafde personen op een zo klein oppervlak bij elkaar hebben geleefd. De twee beroemdste Nederlanders die ooit hebben geleefd, Rembrandt en Spinoza, bewoonden hetzelfde huizenblok bij het tegenwoordige Waterlooplein in Amsterdam.'
Dat er tegelijk burgers zouden zijn die moeite hebben om in leven te blijven, lijkt dan vreemd. Waren er in die tijd burgers die moesten proberen om het hoofd boven water te houden? Lange tijd is hier feitelijk geen onderzoek naar gedaan. De beroemde historicus P.J. Blok ging er gewoonweg van uit dat er in de Republiek geen armoede was. Voor de mensen die het moeilijk hadden, zou er namelijk een afdoend vangnet georganiseerd zijn via de kerk en de overheid.
Nog niet zo heel lang geleden, zo rond 1970, op het moment dat sociale geschiedenis populair begon te worden, is er pas aandacht gekomen voor de verschoppelingen in de Gouden Eeuw. Er bleek een groep mensen te zijn, een grote groep zelfs, die nauwelijks in leven kon blijven. Ingrid van der Vlis becijferde in haar proefschrift Leven in armoede dat in Delft nota bene 15% van de bevolking niet in leven kon blijven zonder de wekelijkse uitdeling van de 'Kamer van Charitate', een toenmalige variant van de voedselbank.
Personalia Pieter Verhoeve
Mr. drs. Pieter Verhoeve is advocaat en studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en aan de Universiteit van Leiden. Hij schreef onder meer mee aan de reformatorische onderwijsmethode 'Bronwijzer'.
Bestel het complete onderwijsnummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een
e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).
Jaargang 21 (2010) No 2 - onderwijsnummer De Republiek
Trefwoorden: 17e eeuw, Republiek, Economische geschiedenis.
