Slavernij en slavenhandel in de Gouden en Zilveren Eeuw
Slavernij: 'niet strydig tegen de christelyke vryheid'?
Vermeulen, J.L.
Het is druk op 27 mei 1742 in de Kloosterkerk in Den Haag. Alle banken zijn bezet en nog stromen de mensen binnen. Als ook de laatsten een staanplaats hebben gevonden, begint de dienst. De ouderling van dienst brengt een jonge predikant binnen: de 25-jarige Jacobus Elisa Joannes Capitein. De jeugdigheid van de predikant is echter niet de reden dat zovelen zijn gekomen om hem te horen. Nee, ze komen voor iets anders: het is de eerste zwarte predikant die voorgaat op een Nederlandse kansel!
Een ex-slaaf over slavernij
Hoe was deze man in de Republiek terechtgekomen, in een tijd waarin er nauwelijks kleurlingen binnen de Nederlandse grenzen te vinden waren? Dat kwam door zijn voormalige eigenaar Jacobus van Goch. Deze had de uit West-Afrika afkomstige slaaf van een vriend cadeau gekregen. Toen hij in 1728 terugging naar de Republiek en Jacobus Capitein meenam, werd deze automatisch vrij. In de Republiek waren er immers geen slaven.
Van Goch zorgde ervoor dat Capitein naar de Latijnse School mocht en daarna aan de Universiteit van Leiden mocht gaan studeren. Met een beurs van de stad Den Haag schreef hij een proefschrift. Het onderwerp dat Capitein daarvoor koos, was de slavernij. Een onderwerp waar hij nauw bij betrokken was. In zijn 'Staatkundig-godgeleerd onderzoekschrift over de slaverny, als niet strydig tegen de christelyke vryheid’ verdedigde hij de stelling dat slavernij kon samengaan met geestelijke vrijheid. Hij citeerde daarbij 2 Korinthe 3 vers 17: ‘waar de Geest des Heeren is, aldaar is vryheid’ om duidelijk te maken dat geestelijke vrijheid niet samen hoefde te gaan met lichamelijke vrijheid. Ook haalde hij als pro-slavernijargument de brief van Paulus aan Filémon aan, waarin deze de weggelopen slaaf Onésimus terugstuurt naar zijn meester. Er zou bovendien maar allerlei onheil uit het afschaffen van de slavernij kunnen voortkomen. Het zou soms zelfs goed zijn om in de Republiek voor bijvoorbeeld bedelaars en leeglopers de slavernij in te voeren.
Capitein was sterk met het zielenheil van de slaven begaan. In 1742 werd hij uitgezonden naar Elmina in West-Afrika, waar in de kerkers onder het fort de door de WIC gekochte slaven verzameld werden om naar Amerika te worden vervoerd. Hij richtte er een school op en begon aan het vertalen van een aantal belangrijke gedeelten uit de Bijbel in de ‘Negersche spraak’. Bij de vertaling van het vierde gebod stuitte hij op een probleem. ‘Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat des Heeren uws Gods, dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling die in uw poorten is’. Hij vroeg zich af of het wel verstandig was om dat ‘noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd’ (je kunt ook vertalen: ‘noch uw slaaf, noch uw slavin’) ook te vertalen in de negertaal. De negers zouden maar de neiging kunnen hebben om op zondag tegen hun heer te zeggen dat hij zelf voor het eten moest zorgen! Dus liet Capitein deze zinsnede weg. Dat kwam hem echter op kritiek te staan van de classis Amsterdam, die hem had uitgezonden: uit het Woord van God mocht je niets weglaten.
Slavernij tegennatuurlijk
Nu zullen veel christenen het met die laatste opmerking eens zijn. Tegelijk vraag je je als 21ste-eeuwse lezer af of Capitein niet beter de spanning begreep tussen de leer en het leven dan de blanke vertegenwoordigers van de gereformeerde kerk in de Republiek. Dat brengt ons bij de vraag welke argumenten men in de Gouden en Zilveren eeuw gebruikte om slavernij en
slavenhandel te rechtvaardigen.
De meeste schrijvers in die tijd erkenden met Hugo de Groot, in zijn boek De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) uit 1625, dat slavernij tegen de natuur was. De mens was van nature vrij, zei De Groot, maar kan door bepaalde oorzaken in slavernij raken: door materiële nood, doordat een doodstraf wordt omgezet in slavernij, of doordat iemand in een rechtvaardige oorlog krijgsgevangen wordt gemaakt en vervolgens als 'weldaad' niet gedood maar tot slaaf wordt gemaakt.
Personalia J.L. Vermeulen
Drs. Vermeulen studeerde geschiedenis in Leiden van 1994-1997. Hij is docent en teamleider aan het Driestar College in Gouda.
Bestel het complete onderwijsnummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een
e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).
Jaargang 21 (2010) No 2 - onderwijsnummer De Republiek
Trefwoorden: 17e eeuw, Republiek, Slavernij.
