Nieuw handboek Nederlandse kerkgeschiedenis schetst alleen grote lijnen
Recensie
Koops, E.
N.a.v. H.A.C. van Middelkoop, Kerken onderweg. Geschiedenis van kerken in Nederland (Barneveld: De Vuurbaak, 2009), ISBN 978-90-556-0415-9, 483 blz., € 24,90.
De afgelopen jaren zijn er met enige regelmaat overzichtswerken verschenen van de Nederlandse religie- en kerkgeschiedenis. Te denken valt aan Nederlandse religiegeschiedenis (2005) van Joris van Eijnatten en Fred van Lieburg, Herman Selderhuis' Handboek Nederlandse Kerkgeschiedenis (2006), Het Nederlandse christendom in de twintigste eeuw (2007) van de hand van Eginhard Meijering en in 2009 de bundel Het gereformeerde geheugen, onder redactie van George Harinck, Herman Paul en Bart Wallet.
Het vuistdikke handboek van de neerlandica Jetty van Middelkoop, Kerken onderweg, past tot op zekere hoogte binnen dit genre. Het beoogt een compleet 'lees- en leerboek te zijn en studiemateriaal te geven voor het bestuderen van onderwerpen uit de kerkgeschiedenis'. Blijkens het voorwoord denkt de auteur daarbij aan verenigingen, studiekringen en specifieke historische kringen. Van Middelkoops boek heeft echter, in tegenstelling tot de zojuist genoemde werken, niet de pretentie wetenschappelijk te zijn. Het wil vooral de grote lijnen uitstippelen, zonder de kerkgeschiedenis tot op het bot te fileren. En dat is te merken.
Het eerste hoofdstuk is getiteld 'De kerk onderweg naar de zestiende eeuw' en behandelt in een paar pennenstrepen de kerkgeschiedenis van het jaar nul tot de Reformatie. In minder dan vijftig pagina’s ruim vijftien eeuwen kerkgeschiedenis beschrijven maakt het echter onmogelijk de diepte in te gaan. Daarbij is de titel van dit hoofdstuk wat ongelukkig gekozen, omdat die een deterministisch uitgangspunt verraadt: alsof de geschiedenis van de kerk tot 1517 slechts voorgeschiedenis was die wel móest uitlopen op de Reformatie.
Vervolgens vat Van Middelkoop per Nederlands kerkgenootschap de belangrijkste ontwikkelingen samen, waarbij de Rooms-Katholieke Kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de evangelische beweging aan bod komen. Deze categoriale indeling is overzichtelijk en logisch, en Van Middelkoop slaagt erin de grote lijnen duidelijk weer te geven, maar deze structuur heeft als nadeel dat er soms herhaling het betoog binnensluipt. Van de behandelde kerken krijgen vooral de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), het kerkgenootschap waartoe Van Middelkoop behoort, ruime aandacht. Dit is verklaarbaar, maar in contrast daarmee komen Willibrord en Bonifatius, de Afscheiding, Doleantie en Gereformeerde Gemeenten er met een handjevol pagina’s nogal karig vanaf. Graag had ik in dit verband ook meer gelezen over de culturele aspecten van de kerkgeschiedenis, zoals verschillen in cultuurvisie en spiritualiteit van de bevindelijken, kuyperianen of katholieken.
Een pluspunt van dit handboek is dat de auteur pakkend schrijft, ze is ook neerlandica, en daarmee een kerkgeschiedenis heeft afgeleverd die zeker geschikt is voor de geformuleerde doelgroepen. Wetenschappers kunnen echter beter de specifiekere literatuur raadplegen die in het begin van deze recensie is genoemd. Voor hen gaat dit handboek te kort door de bocht. Soms zijn beweringen ook discutabel. Is het bijvoorbeeld werkelijk zo dat de huidige PKN steeds meer uit elkaar groeit? (139). Volgens mij is er eerder sprake van toenadering, onder meer tussen vroegere gereformeerden en Gereformeerde Bonders. Op verscheidene plekken gaan predikanten uit deze richtingen frequenter dan vroeger in elkaars diensten voor. Verder ontgaat het de auteur dat de 'Beweging der Jongeren' een gedifferentieerde groep predikanten was van rond de 40 jaar, die een verjongingskuur van het gereformeerde leven nastreefde binnen de GKN en daarom een beweging van 'jongeren' genoemd werd. De predikanten rond deze beweging waren ook niet alleen hoofdzakelijk schilderianen, zoals Van Middelkoop suggereert (173). En als je het over de theoloog Herman Wiersinga hebt en de commotie in GKN-kringen rond zijn verzoeningsleer, moet je mijns inziens zijn dissertatie uit 1971 noemen (De verzoening in de theologische discussie) en de onrust die in het daaropvolgende half jaar losbarstte, in plaats van Verzoening als verandering uit 1972 (186).
De auteur is erin geslaagd, zoals zijzelf in de inleiding schrijft, 'lijnen en verbanden te ontdekken' in de kerkgeschiedenis 'en meer inzicht te geven in de ontwikkelingen van vaadaag'. Daarmee houdt de meerwaarde die het boek heeft voor de professionele historicus wel op. Voor kerkhistorisch geďnteresseerde leken hadden illustraties, tabellen en kaarten nog een pluspunt kunnen betekenen om dit boek in hun collectie op te nemen, maar die ontbreken helaas.
Jaargang 21 (2010) No 1 - themanummer Linguistic Turn
Trefwoorden: Kerkelijke geschiedenis, Recensie (artikel), Nederlandse geschiedenis.
