Wie is er bang voor religie?
De aanzuigende werking van het terrorisme-discours sinds '9/11'
Graaf, B. de
Nederlanders zijn niet meer zo bang voor terrorisme, zo blijkt uit een meting in november 2009 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Ondanks de aanslag op Koninginnedag en de dreiging van een aanslag op IKEA in Amsterdam begin 2009, maken Nederlanders zich minder zorgen over een terroristische aanslag dan vorig jaar. Nog maar tien procent van de bevolking gaf aan een aanslag te vrezen, tegen 13 procent in 2008. In 2005 was dat nog meer dan de helft.
De bezorgdheid over radicalisering - die in het uiterste geval tot terrorisme kan leiden - is daarentegen wel gegroeid. Volgens de ondervraagden komt radicalisering vooral voor bij islamitische jongeren, en daarna bij milieu-activisten en rechts-extremistische groepen. Die gedachtegang is nog wel te volgen. Ook de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst schreef in haar laatste jaarverslag, dat in 2009 verscheen, dat radicalisering nog steeds een gevaar is binnen de bovengenoemde groepen.
Maar daarna nam het nieuws een opmerkelijke wending. In het Brabants Dagblad van 27 november 2009 werd namelijk de volgende conclusie uit het rapport van de NCTb getrokken: 'Een op de acht Nederlanders meent dat bij christelijke groepen aanzienlijke radicalisering voorkomt.' Die uitspraak is in deze vorm in het rapport echter niet terug te vinden. In de terrorismemonitor stond namelijk iets heel anders te lezen: 'Dat bij een aanzienlijk deel van de Christelijke groeperingen radicalisering voorkomt gelooft slechts een kleine 12% van de Nederlanders: dit percentage is gedaald ten opzichte van 2008.' Hieruit volgt dat het Brabants Dagblad ófwel een onvoldoende krijgt voor begrijpend lezen, of last heeft van een antichristelijke bias.
Het onderwerp van dit artikel is echter niet de berichtgeving in het Brabants Dagblad. We willen hier stilstaan bij het verschijnsel dat de angst voor terrorisme weliswaar aan het wegebben is, maar dat die angst zich tegelijkertijd heeft verplaatst en verbreed. Niet alleen de NCTb en de AIVD, de veiligheidsorganisaties die bestrijding van terrorisme en politiek geweld in haar takenpakket hebben, maar ook grote delen van de bevolking blijken nog wel degelijk bang te zijn: voor radicalisering in het algemeen, en voor radicalisering van religieuze groepen (naast de milieu-activisten en rechts-extremisten) in het bijzonder. En onder die religieuze groepen worden nu dus ook christelijke groeperingen gerekend. Weliswaar slechts door 12 procent van de bevolking, maar toch.
Dit is een volstrekt nieuw element in de Nederlandse geschiedenis. De Nederlandse kerkgeschiedenis is rijk aan conflicten, afscheidingen en de vorming van sektn. 'Radicaal' in de betekenis van ‘terug naar de wortels’ waren en zijn veel christenen en kerkgemeenschappen eveneens. Maar de term 'radicalisering' in het jargon van de NCTb en de AIVD verwijst naar een bedreiging van de rechtsorde. 'Radicalisering' wordt beschouwd als een fase in een traject dat in politiek geweld kan uitmonden. En dat is iets wat wezensvreemd is aan de geschiedenis van de Nederlandse kerken in de moderne tijd. Geweld heeft niet of nauwelijks deel uitgemaakt van christelijk emancipatiestreven sinds de 19e eeuw. De christelijke kerken, vooral de protestantse, hebben vanaf die periode juist willen bijdragen aan staats- en natievorming; zij hebben een stichtelijke en opbouwende rol in het publieke domein willen spelen. In de bovengenoemde terrorismemonitor worden christelijke gemeenschappen evenwel op één lijn geplaatst – weliswaar gradueel en niet absoluut – met jihadisten. Wat hier te zien is, is een discursieve verbreding van het thema 'terrorisme' naar 'radicalisering', en daarmee naar angst voor radicalisering van groepen andersdenkenden die men niet goed meer kan plaatsen, zoals orthodoxe christenen.
Hoe heeft dit zo ver kunnen komen? Hoe kunnen we deze discursieve verbreding verklaren en wat is het verband tussen religie, angst en onveiligheid in het Nederlandse debat sinds de opkomst van het jihadistische terrorisme in West-Europa? Dit artikel is niet bedoeld als diepgaande historische studie of als kwantitatieve discoursanalyse; het is een impressie en een ontleding van een nieuw angstbeeld in het publieke debat: de angst voor religie als motor van radicalisering en polarisatie. We zullen zien hoezeer terminologie die angst heeft aangezwengeld.
Personalia Beatrice de Graaf
Dr. B.A. de Graaf studeerde Duitse taal- en letterkunde en Politieke Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en aan de Universität Bonn. Ze promoveerde in december 2004 met het proefschrift Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging.
Themanummer bestellen
Bestel het complete nummer, met de volledige versie van dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).Centre for Terrorism and Contraterrorism
Jaargang 21 (2010) No 1 - themanummer Linguistic Turn
Trefwoorden: 11 september 2001, Terrorisme, Religiegeschiedenis.
