WebfeedRSS
Loading

Conrad Busken Huet: geniaal, vlijmscherp en klein- zielig

Recensie

Ester, H.

n.a.v. Olf Praamstra, Busken Huet. Een biografie (Amsterdam: Uitgeverij SUN, 2007) 941 blz., €35,-

De Nederlandse predikant, literatuurcriticus, cultuurhistoricus en romanschrijver Conrad Busken Huet leefde van 1826 tot 1886. De negentiende eeuw was zijn eeuw. En ook weer niet. Busken Huet voelde zich namelijk niet werkelijk op zijn gemak in deze negentiende eeuw, vooral niet in het Nederland van de christelijke orthodoxie enerzijds en de liberale politiek anderzijds.

Het was deel van Busken Huets natuur om de verzenen tegen de prikkels te slaan. Dat hij zijn wrevel over geloof en literatuur niet verdoezelde, is in het kerkelijk en letterkundig Nederland van toen niet onopgemerkt gebleven. Dat hij zelfs het onderwerp van spotprenten in toenmalige tijdschriften als Uilenspiegel werd en zich als criticus de bijnaam "De Haarlemsche beul" moest laten welgevallen, spreekt boekdelen over zijn bijzondere reputatie.

Meerdere voorbeelden van deze venijnige prenten zijn te vinden in de biografie waarmee de Leidse neerlandicus Olf Praamstra zijn talrijke studies over Conrad Busken Huet heeft bekroond. Deze biografie klinkt als een klok. De jaren van Busken Huets leven worden uiterst gedetailleerd beschreven. Maar details op zich garanderen nog geen kwaliteit. Praamstra weet van al die duizenden bijzonderheden een lopend en boeiend verhaal te maken. Boven dit levensverhaal hangt als het zwaard van Damokles de spannende en verontrustende vraag: zal deze geniale, eigenwijze, vileine en kwetsbare Conrad Busken Huet in staat zijn om zijn menselijke beperkingen te overwinnen en tot een wijze en wijsgerige Goethe uitgroeien of zal hij als een Heinrich Heine blijven steken in ironie en bijtende kritiek? Praamstra heeft een bepaald beeld van Busken Huet voor ogen, maar hij dwingt geen eenduidigheid op de lezer af. Hij laat in plaats van een opgelegd beeld de details spreken en roert ook die facetten van Busken Huets denken aan die na 1945 als volstrekt onacceptabel gelden, zoals diens antisemitisme en zijn verwerping van de inheemse cultuur van het toenmalige Nederlands-Indië. Ook wordt uit deze biografie herhaaldelijk duidelijk dat Busken Huet geen kritiek kon verdragen. Zijn aanvallen op tegenstanders zijn vaak bepaald niet fijntjes.

Hugenoten

De voorouders van Conrad Busken Huet waren hugenoten. Het geslacht Huet (later werd de achternaam van grootmoeder Coosje Busken, de enige niet-Franse voor- ouder, aan de familienaam toegevoegd) telde vele predi- kanten. Deze predikanten dienden in Nederland de Waalse kerk. Een roeping als dominee binnen de Waalse kerk leek ook voor Conrad Busken Huet weggelegd. De studie theologie in Leiden had echter onvoorziene gevolgen. Het lidmaatschap van het Leidse studentencorps met alle activiteiten (disputen, de almanak) die daarvan het gevolg waren, zorgde ervoor dat de kandidaat in de theologie beter thuis was in de letterkunde dan in de godgeleerdheid. Onvoorzien was ook de richting waarin de Leidse hoogleraren zoals J.H. Scholten de theologie trachtten te dirigeren. Scholten en zijn collega's waren aanhangers van de ontmythologiseringstheologie van de Duitse theoloog David Friedrich Strauss, een richting die als 'Tübinger Schule' bekend is gebleven. Of Scholten en de zijnen de gedachten van D.F. Strauss kritiekloos overnamen, is de vraag, maar leerling Busken Huet maakte de nieuwe inzichten gretig tot de zijne en koesterde deze ideeën ook als predikant van de Waalse gemeente in Haarlem.

Het gevolg was een onhoudbare spagaat tussen de preekstoel en het vrije en vrijzinnige woord. Busken Huet moest een geloof verkondigen dat op de waarheid van de Bijbel was gebaseerd, maar deze waarheid toetste de predikant in zijn studeerkamer aan de normen van wetenschap en ratio. Uiteraard liep dit na enkele jaren spaak. Toen Busken Huet de weerstand tegen zijn godsdienstige opvattingen met de dag zag groeien, zei hij via een officiële brief van 13 januari 1862 het ambt van predikant vaanvel om zich vervolgens aan de letteren en de cultuur in ruimere zin te wijden. In 1859 was hij in het huwelijk getreden met Anne Dorothée van der Tholl.

De complete recensie is te vinden in Transparant 20.1


 Laatst gewijzigd: 03-04-11 - Geplaatst: 25-10-09