De hedendaagse betekenis voor de militaire praktijk van het begrip rechtvaardige oorlog
Middelkoop, E. van
Welke betekenis heeft het begrip rechtvaardige oorlog voor de hedendaagse internationale operaties. Dat is ook voor Nederland een bijzonder relevante vraag nu we in Afghanistan geconfronteerd worden met een tegenstander die nietsontziende methoden gebruikt om de overwinning te behalen. Er wordt wel beweerd dat de missie van de NAVO en Nederland in Afghanistan kansloos is als we niet dezelfde strijdwijze gebruiken als de tegenstander.
Onlangs werd dat nog betoogd in het Historisch Nieuwsblad. ls dat zo? Moeten we de idee van de rechtvaardige oorlog bij dit soort conflicten maar niet ons hoofd zetten en vuile handen maken? Of toch niet?
Op die vraag zal ik aan het eind van mijn betoog een antwoord geven. Daartoe zal ik achtereenvolgens het gedachtegoed van de rechtvaardige oorlog behandelen, het karakter van hedendaagse binnenstatelijke conflicten schetsen en - ten slotte - enkele conclusies trekken over de hedendaagse relevantie van het oorlogsrecht. Vooraf maak ik echter twee kanttekeningen om mijn positie af te bakenen.
Ten eerste gaat achter de notie van de 'rechtvaardige oorlog’ de overtuiging schuil dat geweldgebruik klaarblijkelijk gerechtvaardigd hoort te worden. Afzien van geweldgebruik is de regel, toepassing van geweld de uitzondering die legitimatie behoeft. De Amerikaanse filosoof Michael Walzer, bekend van zijn boek Rechtvaardige en onrechtvaardigen oorlogen, noemt als redengeving voor het schrijven van zijn boek "dat een van de dingen, die de meeste mensen verlangen, zelfs tijdens een oorlog, is om ethisch te handelen of in elk geval de schijn te wekken".
Ten tweede is voor mij bij vraagstukken die het oorlogsrecht betreffen ook mijn christelijke levens- en wereldvisie belangrijk. Zo voerden de Israëlieten na de uittocht uit Egypte veel oorlogen. Maar zelfs in die tijd legde Mozes al beperkingen op aan de strijd: "Als u een stad langdurig moet belegeren, mag u haar boomgaarden niet vernietigen. Laat de bijl rusten en laat de bomen staan (...)" (Deuteronomium 20). Beperkingen in de oorlogvoering werden ook toen klaarblijkelijk al nodig gevonden om duurzaam leven (zoals we dat tegenwoordig zouden noemen) mogelijk te maken. Het gebruik van geweld kan gerechtvaardigd zijn, daarna moet het 'gewone' leven zich weer snel kunnen voortzetten. Deze notie — het zij terzijde opgemerkt — is voor mij recent ook bepalend geweest bij het formuleren van een standpunt ter zake van het vraagstuk van de clustermunitie.
Ik wil nog wijzen op de theologische vooronderstelling, die mijn benaderingswijze mede fundeert. Ik geloof niet dat het gebruik van geweld, hoe in tegenspraak ook met het ethos van de Bergrede, vreemd is aan het werk van God met en in deze wereld. Evenmin beschouw ik de inzet van de zwaard. Zeker, het eigenlijke werk van een overheid is gericht op vrede en recht, maar dat doet niet af van de legitimiteit van de inzet van die macht als bijkomende activiteit macht a la Luther als Gods werk ter linkerhand. Zeker, het eigenlijke werk van een overheid is gericht op vrede en recht, maar dat doet niet af van de legitimiteit van de inzet van die macht als bijkomende activiteit. Daarom weet ik mij ambtelijk verplicht tot het najagen van recht, in dit geval het humanitaire oorlogsrecht.
Rechtvaardige oorlog
Uit welke voorschiften bestaat het gedachtegoed van de 'rechtvaardige oorlog' die het ius ad bellum (de voorwaarden voor het beginnen van een oorlog) sterk heeft beïnvloed?
De historische kern van de doctrine van de rechtvaardige oorlog kan worden samengevat in drie normen:
• Rechtvaardige zaak (causa iusta). De oorlog moet om een goede reden gevoerd worden (zoals herstel van de status quo) en niet bijvoorbeeld om het prestige van een leider te vergroten.
• Juiste bedoeling (recta intentio). De oorlog moet resulteren in een betere en duurzamer vrede dan die welke zou hebben bestaan zonder het toepassen van gewapend geweld. Alleen verwijdering van een gehate tegenstander is bijvoorbeeld niet een voldoende grond.
• Juiste autoriteit. De beslissing om een oorlog te beginnen mag alleen door een persoon of orgaan met het vereiste gezag genomen worden. In het verleden was dit doorgaans de regering van een soevereine staat, thans berust deze bevoegdheid vooral bij de Veilig- heidsraad van de Verenigde Naties, al kan militair optreden onder meer ook plaatshebben op uitnodiging van een Staat zelf, zoals in het geval van Macedonië in 2001. Over het recht van een regionale organisatie (bijvoorbeeld de NAVO) om militair op te treden als de beslissing in de Veiligheidsraad is geblokkeerd, vindt een intensieve discussie plaats, maar hierover bestaat geen overeenstemming. In geval van Kosovo was het antwoord bevestigend.
Als aanvullende voorwaarden die deel uitmaken van de doctrine het ius ad bellum worden onder meer vaak genoemd:
• Redelijke kans op het bereiken van het beoogde effect (effectiviteit). Men moet niet de offers van de oorlogsvoering brengen, waaronder groot menselijk leed, als die oorlog uitzichtloos is.
• Laatste redmiddel. Voordat geweld gebruikt wordt, dienen eerst andere middelen (diplomatie, economische sancties) te zijn aangewend. Deze voorwaarde kan overigens in strijd komen met die van effectiviteit aangezien het dikwijls gemakkelijker is een conflict in de kiem te smoren dan in een conflict te interveniëren nadat reeds veel bloed is vergoten en haat gezaaid.
Het complete artikel kunt u hier lezen.
Jaargang 20 (2009) No 1 - themanummer rechtvaardige oorlog
Trefwoorden: Afghanistan, Oorlogen, Islam.
