Transparant 14.2
Dit tweede nummer van onze veertiende jaargang kenmerkt zich door een diversiteit aan onderwerpen.
Redactioneel
Maarten Stolk opent deze Transparant met 'De burgermilitie van Florence'. Hij maakt hierin duidelijk hoe de burgermilitie zich onder invloed van politieke en militaire gebeurtenissen ontwikkeld heeft. Het is interessant te lezen hoe er in de veertiende eeuw in Italie mannen voor een leger gerekruteerd werden.
Johan van Driel stelt een onderwerp uit de twintigste eeuw aan de orde. Hij is afgestudeerd op een studie naar minister-president De Geer, de bekende CHU-politicus die vanuit Londen een korte tijd leiding heeft gegeven aan het (in verband met de oorlog) uitgeweken Nederlandse kabinet. De Geer was bereid om een compromisvrede te sluiten met de Duitsers en pleitte bij Churchill om besprekingen met Hitler te beginnen. Koningin Wilhelrnina ontsloeg de omstreden minister-president. Van Driel onderzoekt in zijn artikel waarom de publieke opinie over het proces-De Geer fundamenteel anders oordeelde dan over het proces-Aantjes. De laatste moest in 1978 zijn vooraanstaande positie in de politiek opgeven, omdat hij lid zou zijn geweest van de SS.
Esther Mijers schrijft een boeiend artikel over Schotse theologiestudenten in de Republiek en de Nederlandse theologie in Schotland. Het is verrassend te lezen dat Schotse theologiestudenten goed op de hoogte waren van typisch Nederlandse theologische twisten, zoals die tussen de voetianen en de coccejanen. Zij waren aanvankelijk niet geïnteresseerd in het ontluikende cartesianisme aan de Nederlandse universiteiten en stonden ook voor nieuwlichters als Spinoza en Bekker niet direct open. De auteur maakt duidelijk hoe aspecten van het tolerante klimaat van Nederland indirect ook in Schotland terecht kwamen.
Het interview is deze keer gehouden door Beatrice Jansen-De Graaf met Robert Menasse. Deze Oostenrijkse auteur heeft onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de Amsterdamse rabbi Manassah, die in de zeventiende eeuw voor de Inquisitie uit Spanje vluchtte. Zijn speurwerk in Amsterdamse archieven geeft blijk van een zintuig voor historische ontwikkelingen.
Op de jaarvergadering van de VCH, 22 maart jongstleden, stond de dissertatie van Albert van der Zeijden centraal. Zijn hoofdthese is even opmerkelijk als verrassend, namelijk dat religie een wezenlijk en bepalend element was in het proces van natievorming, zoals dat in de negentiende eeuw plaats vond. Tijdens het congres kreeg de auteur de gelegenheid de conclusies van zijn onderzoek toe te lichten. Speelt in het verhaal van Van der Zeijden de katholieke auteur Nuyens de hoofdrol, in de referaten van zijn coreferenten, professor Blaas en professor Van Deursen, waren dat respectievelijk de liberale historicus Fruin en Groen van Prinsterer. In een samenvatting van de lezingen en de discussie van deze dag kunt u kennis nemen van dit belangrijke historiografische debat. Als dat naar meer smaakt, leest u dan vooral de recensie van het boek van Van der Zeijden. Tijdens de vergadering werd een tweede publicatie onder auspiciën van de VCH aangeboden: Het kromme recht buigen.
Ten slotte is het vermeldenswaard dat ons erelid, mevrouw drs. J.L. van Essen, enkele weken geleden negentig jaar geworden is. Ondanks haar hoge leeftijd leeft zij nog intens met de vereniging mee. Haar bezoek aan de jaarvergadering is daarvan een bewijs.
Jaargang 14 (2003) No 2
Trefwoorden: Aantjes (val van), Antirevolutionaire Partij, Inquisitie.
