Relevant:
Loading

Transparant 20.4

Themanummer "Ontwikkelingshulp"

Damme, L.J. van

In deze tijd van economische en financiële crisis klinkt de roep om te bezuinigen op ontwikkelingshulp steeds luider. Critici weten zich daarbij gesteund door diverse recente publicaties die het failliet van de ontwikkelingsindustrie lijken aan te tonen. Wellicht is dit de reden waarom er zo weinig ruchtbaarheid wordt gegeven aan het feit dat Nederland zestig jaar geleden voor het eerst geld beschikbaar stelde voor hulp aan ontwikkelingslanden.

Redactioneel

Toch is er alle reden om eens terug te kijken op de afgelopen zestig jaar, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat over ontwikkelingshulp zoveel onzin wordt gezegd en geschreven. In dit themanummer wordt daarom stil gestaan bij zestig jaar ontwikkelingshulp en de maatschappelijke betrokkenheid bij dit onderwerp.

Marc Dierikx opent dit nummer met een artikel over de doelstelling van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Draait het werkelijk om armoedebestrijding, zo vraagt hij zich af. Hij betoogt dat in de afgelopen zestig jaar niet zozeer armoedebestrijding als wel het welbegrepen economisch eigenbelang doorgaans het ontwikkelingsbeleid hebben bepaald. Paul Hoebink komt in zijn bijdrage over de effectiviteit van de Nederlandse hulpinspanningen tot een positievere conclusie. Ondanks dat er weinig onafhankelijke wetenschappelijke studies zijn aan de hand waarvan de effectiviteit van de Nederlandse hulp bepaald kan worden, stelt hij dat de Nederlandse hulp in de loop der jaren efficiënter en effectiever is geworden en wel degelijk een bijdrage heeft geleverd aan de bestrijding van de armoede in deze wereld.

Vervolgens komt in een drietal artikelen de maatschappelijke betrokkenheid bij ontwikkelingshulp aan de orde. Mari Smits gaat in zijn artikel in op het ontstaan van de maatschappelijke betrokkenheid en de rol die particuliere organisaties als NOVIB, Cordaid en ICCO in de hulpverlening aan derdewereldlanden daarbij hebben gespeeld. Hij laat ook zien hoe deze organisaties – die oorspronkelijk voortkomen uit missie en zending – een onmisbaar verlengstuk zijn geworden van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Wellicht zijn veel Nederlanders hierdoor hun vertrouwen in deze organisaties kwijtgeraakt. Steeds meer mensen zetten zelf een kleinschalige ontwikkelingsorganisatie op of starten andere initiatieven. Sara Kinsbergen onderzoekt in haar bijdrage wie deze mensen zijn en of deze particuliere initiatieven wel kans van slagen hebben. Of de overheid de grote maatschappelijke betrokkenheid wel kan waarderen, wordt in het laatste artikel onderzocht. Aan de hand van de geschiedenis van de Commissie-Claus – een commissie die tot taak had de publieke opinie voor ontwikkelingshulp te winnen – wordt duidelijk dat de overheid maatschappelijke betrokkenheid graag steunt, zolang deze de buitenlandspolitieke en economische belangen van Nederland niet ondermijnt.

Ongetwijfeld is het laatste woord over de zin en onzin van ontwikkelingshulp niet gezegd. Op naar de volgende zestig jaar Nederlandse ontwikkelingshulp?!

Bestelwijze en interessante links

U kunt dit nummer bestellen voor €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).

Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) in Den Haag presenteert binnenkort een zesdelige bronnenuitgave over de Nederlandse ontwikkelingshulp, waarvan het laatste deel binnenkort (najaar 2009) verschijnt, samen met een interviewbundel. De projectgroep die dit realiseerde, bestaat uit de ING-historici Marc Dierikx, Mari Smits, Marlein Sopers en Leon van Damme.

 Dossier RefDag - Nederlandse ontwikkelingssamenwerking

 Ontwikkelingshulp door Nederland: hoofdlijnen


 Laatst gewijzigd: 11-12-09 - Geplaatst: 26-09-09